De mannen en vrouwen van '97: Bart Veldkamp, Jacob Zwart en René Vergeer.


Bart Veldkamp

Den Haag

Leeftijd in 1997: 30 jaar

Ondernemer

Bart:

“ In 1985 wilde ik meedoen aan de Elfstedentocht, de deelname was verbonden aan veel minder regels dan nu en daardoor lukte het een startkaart te bemachtigen, ondanks dat dat ik nog geen achttien jaar was.

Na IJlst vroeg ik al aan mijn vader, hoe ver het nog was? Over de tocht deden we een uur of twaalf. Het was een geweldige beleving. Een jaar later, in 1986, startte ik in de wedstrijd, ik reed op sprintbuizen, die al op weg naar Sneek braken. Uiteindelijk slaagde ik erin om een paar andere schaatsen te krijgen, maar totaal vermoeid en mentaal gebroken moest ik in Bolsward opgeven.

In 1997 had ik er inmiddels een groot gedeelte van carrière als langebaanschaatser opzitten. Met als sportieve hoogtepunt het behalen van Olympisch goud op de 10km (Albertville 1992).

Eind december 1996 bereidde ik mij in Collalbo voor op het EK langebaan in Heerenveen. Daar konden we ook de Nederlandse televisie ontvangen en per dag zagen we de Elfstedenkoorts oplopen.

Deelnemen aan de Elfstedentocht was op dat moment een groot dillema. Op 2 janurari 1997 had ik ’s morgens nog getraind toen mijn fysiotherapeut mij meldde dat de Elfstedentocht door zou gaan. Daarna heb ik gelijk met mijn vader gebeld, een EK wordt elk jaar gehouden, een Elfstedentocht (toen) eens in de elf jaar, zei hij. Toen wist ik het zeker, ik moest zo snel mogelijk terug naar Nederland. Hals overkop heb ik mijn spullen gepakt en zijn we terug gereden. Mijn coach (Conrad Alleblas) had een middagje vrij en die vond bij terugkomst een briefje van dat ik mij op de Duitse autobahn bevond.

Snel had mijn vader een begeleidingsteam samengesteld. In de auto, op weg naar Nederland, voelde ik mij niet lekker en koorts opkomen. Bij de inschrijving droeg ik later vijf jassen over elkaar om maar een beetje warm te blijven. Als een rietje zat ik te rillen, maar ik zei hierover tegen niemand iets. ’s

Ondanks de hoge koorts, moest en zou ik van start. Voor de start, kreeg ik 's ochtends vroeg geen hap door mijn keel, en tot overmaat van ramp kreeg ik ook nog hevige buikpijn, niets hield ik binnen.

Wonder boven wonder had ik toch een uitstekende start. Als tweede loper kwam ik bij de Zwettehaven aan. Tot Sneek heb ik zelfs op kop gereden, maar de kracht sloop uit mijn lichaam. De demarrages in de kopgroep kon ik steeds moeilijker beantwoorden.

Na IJlst moest ik de kopgroep verlaten en kwam ik terecht in de tweede en daarna derde groep. De de sportdank die ik onderweg aanpakte en opdronk hield ik niet binnen.

Ondanks alle ellende wilde ik beslist niet opgeven. Ik heb gevloekt en getierd onderweg, af en toe viel ik en dan dacht ik wat lig ik hier toch lekker. Op dat moment had ik even geen last van mijn rug en voelde mijn zieke lichaam even niet. Maar ik wist dondersgoed dat opgeven later een gigantische kater teweeg zou brengen.

Na Oudkerk maakte het mij helemaal niet meer uit als hoeveelste ik over de finish zou gaan, als ik maar binnen de tijd ben, was het enige dat telde. Daardoor heb ik een aantal plaatsen in het klassement verloren. Na de finish stond ik op de weegschaal en zag dat ik maar liefst vier kilo lichter was, en ik was al afgetraind in die tijd..

Ik ben blij dat ik de Elfstedentocht in de wedstrijd heb meegemaakt. Het behoort bij de hoogtepunten uit mijn sportcarrière. Een winnaar van een Elfstedentocht is vaak niet de vooraf gedachte gedoodverfde favoriet, maar een relatieve outsider. Dat komt omdat erin de Elfstedentocht er zoveel andere factoren een rol spelen in vergelijking met andere wedstrijden. Als de Elfstedentocht elk jaar gehouden zou worden, dan kan je zo’n evenement door ontwikkelen. Dat is niet geval en daarom moet de traditie blijven zoals deze is, daar hoort ook het stempelen bij. Waar ik ook op de wereld ben, voor de Elfstedentocht kom ik altijd terug. "


Jakob Zwart

Leeftijd in 1997: 39 jaar

Winsum

Regisseur FIOD

Getrouwd, twee kinderen

Jakob:

“In Zoutkamp waar ik opgroeide kon je vroeger, om te sporten, alleen kiezen uit voetbal en gymnastiek. Die keuze was voor mij niet zo moeilijk.Op vijftienjarige leeftijd maakte ik zelfs mijn debuut in het eerste elftal van Zoutkamp. Op mijn 23e scheurde ik mijn kruisband af. Daarna volgden een aantal operaties aan mijn knie die helaas niet de gewenste verbetering bracht. Een dokter zei tegen mij dat ik op vijftig jarige leeftijd niet meer zou kunnen lopen als ik door zou gaan met voetballen. Als advies kreeg ik mee om te gaan schaatsen en wielrennen.

Als het winterstop was en er lag natuurijs maakte ik altijd wel wat schaatstochtjes. In 1986 deed ik als toerrijder mee aan de Elfstedentocht. Nadat ik mij serieus op schaatsen ging richten merkte ik dat ik vooral op natuurijs goed mee kon komen. Als schaatser was ik eigenlijk te laat begonnen. Naast mijn fulltimebaan probeerde ik zoveel mogelijk te trainen. Dat betekende dat ik in weer en wind op de fiets naar het werk ging. Als ik een verjaardagsvisite had, ging ik op de fiets en mijn vrouw met de auto. In de zomer skeelerde ik bij de A-rijders.

In 1997 had ik niet verwacht dat de Elfstedentocht door zou gaan, in 1996 werd de tocht na streng winterweer ook niet uitgeschreven en het nauwelijks een streng gevroren. Na het it giet oan, had ik nog wel een paar praktische problemen op te lossen. In die tijd reed ik niet voor een sponsorploeg. Met Anjo Hofman de ploegleider van bional regelde ik dat ik als gastrijder voor zijn ploeg uitkwam, daardoor kon ik onderweg gebruikmaken van hun verzorging.

Na een goede start arriveerde ik als vijfde op het ijs. Daarna schaatsten we voluit met de wind in de rug over de Zwette. Onderweg zag ik nauwelijks iets. Als een soort acrobaat danste ik over de scheuren in het ijs. Op het Slotermeer was het een en al chaos en daar ben ik met mijn groepje de verkeerde kant opgereden. Daarna konden we de achterstand met de kopgroep niet meer overbruggen. Onderweg kreeg ik nauwelijks informatie dus een goed beeld over positie in de wedstrijd had ik niet.

Vanaf Harlingen kreeg ik pas door wat een geweldige sfeer er onderweg heerste. De samenwerking in de groep was niet goed. Bij Bartlehiem sloot ik aan bij de demarrage van Bert Jan van der Veen en Bram Sikma. Na Dokkum haalden we nog een groepje in met Bart Veldkamp. Het was prachtig om te finishen op de Bonkevaart, maar sportief gezien had er meer ingezeten.

Te vaak heb ik hoog tegen anderen opgekeken, achteraf gezien had ik meer van mijn eigen kracht uit moeten gaan. Mijn ambitie is het nooit geweest om als ‘peloton vulling’ mee te doen aan de marathoncompetitie. Op kunstijs kwam ik tekort en ik wilde niet voor een veertigste plek elk weekend heel Nederland doorreizen.

Op mijn veertigste ben ik gestopt, maar al vrij snel kreeg ik hartklachten. Mijn arts adviseerde mij om ruim de tijd te nemen om goed af te trainen. Dat heb ik opgevolgd en hierna heb ik nog twee jaar aan de mastercompetitie meegedaan.

Hierna ben ik als trainer teruggekeerd in het voetbal. Als spelers klagen dat ze kapot zitten, kan ik het niet laten om te zeggen dat ze (vaak) niet weten wat kapot zitten is. Dan vertaal ik wat over de mijn schaatscarrière en het belang van doorzetten. Voetbal is een tactisch spelletje en ik vind het mijn taak om mijn spelers, naast beter voetballen, ook mentaal sterker te maken. "



Rene Vergeer

Leeftijd in 1997: 29 jaar

Getrouwd, drie kinderen

Warmond

Ondernemer, veehouder/campinghouder

Rene:

“Achter mijn (ouderlijk) huis liggen de Kaagerplassen, als kind groeide ik op met zwemmen en schaatsen. Ik kom uit een echte schaatsfamilie, mijn vader deed mee aan de Elfstedentocht van 1963 en alle daarna volgende tochten. Ook mijn moeder schaatste verschillende keren de Elfstedentocht uit.

Als jongen van zeven jaar oud ging ik naar de Uithof in Den Haag om te schaatsen. Daar maakte ik deel uit van een sterke lichting schaatsers met o.a Bart Veldkamp, Ben van den Burg en Thomas Bos. Zij troefden mij vaak af op de langebaan.

Na mijn zestiende ben ik overgestapt op het marathonschaatsen, eind jaren tachtig promoveerde ik naar de landelijke marathoncompetitie, waar ik dertien seizoenen in uitgekomen ben. De Elfstedentocht is een sportief hoogtepunt in mijn sportcarrière.

Samen met mijn zus (Wendy) die ook deelnam aan de wedstrijd en Paul Robijn zijn we de dag voor de Elfstedentocht naar Leeuwarden gegaan, waar we bij de familie de Boer kregen onderdak kregen. Tegen het hardlopen naar het ijs zag ik op, toch slaagde ik erin om ongeveer op de dertigste positie aan te komen bij de Zwette haven. Met veel moeite kreeg ik een schaatshoesje om mijn schaats gefrommeld, opeens waaide het andere hoesje weg. Daar moest ik achteraan, maar op een schoen en een schaats is het lastig voortbewegen, voor de toeschouwers moet het een vermakelijk gezicht zijn geweest. Uiteindelijk kreeg ik het hoesje te pakken. Als een van de laatste schaatsers vertrok ik de duisternis in, op weg naar Sneek. Vervolgens begon een inhaalrace die ongeveer honderd kilometer geduurd heeft, pas bij Bolsward kwam ik in groep te schaatsen, waarbij ik de race verder voltooid heb. In deze groep schaatsen Rein Jonker, Arend Veenhof en Yoeri Lissenberg en Bart Veldkamp. Bart hoorde ik hier de hele tijd kermen, zo zwaar had hij het. In sommige steden was de binnenkomst net of je een met publiek gevuld voetbalstadion in schaatste.

Na Dokkum kon ik nog versnellen, die dag was ik in een supervorm en alles behalve het vertrek ging goed. Achteraf denk ik weleens dat er meer ingezeten had met een betere start. Mijn vorm kon ik ook na de Elfstedentocht vasthouden, in het natuurijsklassement eindigde ik dat seizoen in de top tien. Inmiddels geef ik zelf ook schaatstraining en met de kennis van nu weet ik dat ik vroeger veel te hard trainde in combinatie met mijn werkzaamheden op de boerderij. Ach, dat is achteraf , ik ben toch vooral ontzettend blij met mijn klassering in de Elfstedentocht."


Bron: It giet oan, zei Kroes

Laatste berichten