De Mannen en vrouwen van '97: Iko de Wilde, André Klompmaker en Henk Schra


Iko de Wilde

Leeftijd in 1997: 35 jaar

Grosthuizen

Kapitein-Luitenant Ter Zee Koninklijke Marine

Getrouwd, vier kinderen

Ico:

“Na opening van de Alkmaarse kunstijsbaan De Meent in 1972 ging ik daar als tienjarig jongetje vanuit mijn woonplaats Schermerhorn vaak naar toe, en ben ik zelfs nog enige tijd lid geweest van de schaatsschool van Ard Schenk. Voor mijn vader was het vervoer van mij naar de ijsbaan een te grote opgave en het schaatsen raakte op de achtergrond.. Op mijn twintigste diende ik als dienstplichtig matroos bij de Koninklijke Marine, en na mijn diensttijd ben ik beroepsmilitair geworden bij de onderzeedienst. Ik heb heel veel gevaren en had in 1985 het geluk dat mijn schip in de haven lag, toen er een Elfstedentocht verreden kon worden.

In 1986 lag ik met mijn schip in de haven van Brest toen ik daar hoorde dat de Elfstedentocht doorging. Mijn kapitein was onvermurwbaar toen ik smeekte om naar Nederland terug te mogen om mee te doen aan de Elfstedentocht. Als ik thuis was probeerde ik zoveel mogelijk te schaatsen en deed mee aan de baanmarathoncompetitie in Alkmaar.

In die tijd kon je als C-rijder ook meedoen aan de landelijke wedstrijden op natuurijs. Bij de USA marathon in 1991 klasseerde ik mij in de top dertig. In de tussentijd studeerde ik in de avonduren aan de HTS en later aan de TU Delft. Ook kwam er gezinsuitbreiding. Ik heb vier zoons waarvan mijn zoon Bart met een open ruggetje geboren werd. Dat heeft veel impact op ons leven gehad en dat vroeg om een hoop zorg. Gezien deze omstandigheden zat ik er niet op te wachten om op zaterdagavond naar Geleen of Eindhoven te reizen voor een marathon bij de B-rijders.

In 1996 werd ik districtskampioen van Noord-Holland op natuurijs. Toen wist ik zeker dat ik een goede kans had om de Elfstedentocht in de wedstrijd uit te rijden. Nadat in 1997 de Elfstedentocht werd afgekondigd ben ik met diverse functionarissen van het district Noord-Holland en de KNSB gaan bellen of ik aan de wedstrijd mee kon doen. Ik werd net nog niet uitgelachen. Ondertussen had ik wel begrepen dat er ook op uitnodiging van het Elfstedenbestuur meegedaan kon worden aan de wedstijd. Ik realiseerde mij dat ik zo vroeg mogelijk bij de inschrijving moest zijn om een kans te krijgen. Nadat de deuren van het FEC open gingen bleken er honderd wedstrijdnummers uitgegeven te zijn en de rest was nog open.

Daarna begon de voorbereiding op de wedstrijd, ik maakte geen deel uit van een ploeg en moest alles zelf regelen. Na een nacht geen oog dicht te hebben gedaan, meldde ik mij pas kort voor de start in de startkooi. Als ik er te lang zou staan zou ik te veel energie verspillen, maar een goede start was ook van cruciaal belang. Nadat de deuren opengingen ben ik direct helemaal rechts gaan lopen zo vlak mogelijk langs de dranghekken. Ik heb voluit gelopen en via de buitenkant ben ik naar voren opgerukt.

Voorbij Sneek merkte ik dat ik voorin de wedstrijd meedeed. In Stavoren werd vanaf de kant geroepen dat we vier minuten achterstand hadden op de kopgroep.

Een flesje AA drink was tijdens het lopen uit mijn achterzak gevallen en de andere flesjes waren bevroren, alleen bij Schettens stond mijn schoonvader om drinken aan te geven, verder had ik niks kunnen regelen. Het flesje viel echter uit mijn hand waarbij ik ook nog mijn handschoen verloor. Die heb ik moeten zoeken, maar verloor wel de aansluiting met mijn groepje. Daar heb ik later kilometers achteraan gereden om aansluiting te krijgen.

Van Tino Dekker heb ik later nog wat drinken gekregen, maar op het einde van de wedstrijd kreeg ik wel een fikse hongerklop, daardoor heb ik wel wat terrein in de wedstrijd verloren. Op het laatste stuk naar de finish schaatste ik alleen en dat werd een minuut lang in beeld gebracht. In Schermerhorn hadden veel mensen dat gezien. Bij mijn thuiskomst werd ik als een held onthaald, dat was een geweldige ervaring."



Andre Klompmaker

Leeftijd in 1997: 27 jaar

Oosterwolde

Ondernemer (EVO fietsen)

Getrouwd, vier kinderen

Andre:

“ In Oosterwolde woonde ik vroeger vlak naast de ijsbaan. Als de baan openging dan bleef ik daar van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Vlakbij woont ook Dries van Wijhe (Dolle Dries) Met wedstrijdschaatsen ben ik pas rond mijn twintigste begonnen. Vlak voor de Elfstedentocht van 1997 werd mijn zoon Aleid geboren, eigenlijk was ik daarom nauwelijks met schaatsen bezig tot de Elfstedentocht werd aangekondigd.

In de voorgaande jaren had ik vooral met skeeleren veel prijzen gewonnen en daarmee een grote duurbasis opgebouwd. Ik moest en zou van start gaan in de Elfstedentocht. Er moest op de valreep nog veel geregeld worden. De nacht voor de tocht deed ik geen oog dicht. Als we dieren waren geweest had de dierenbescherming ingegrepen spookte door mijn hoofd toen ik in de startkooi stond te wachten op het vertrek.

Het waaide flink en met angst en beven ging ik van start. Als tiende arriveerde ik bij de Zwette. Snel trok ik mijn schaatsen onder, want ik wilde perse in de kopgroep zitten, dat lukte ook. Op het Slotermeer was het een grote chaos. De route was met takken gemarkeerd, omdat het donker was zag je die niet of nauwelijks, dan zwiepten er ineens van die takken tussen je benen.

Al snel had ik in de gaten dat het bijhouden van de kopgroep te hoog gegrepen was en dan doet de wedstrijd er eigenlijk niet meer toe, alleen uitrijden telt dan nog. De afstand van de Elfstedentocht was geen probleem voor mij, daarom kwam ik relatief fit over de finish. Aan het einde van die middag was ik alweer thuis en heb ik op tv naar de reportage over de toertocht gekeken, ook dat was een fantastisch moment, en dan te beseffen dat je daar ook geschaatst hebt.

Na de Elfstedentocht van 1997 ben ik een paar jaar later als 13e geëindigd in de Alternatieve Elfstedentocht in Finland, dat was mijn hoogste klassering in een 200km wedstrijd, ook kan ik intens genieten, om zodra er ijs ligt, ontspannen te toeren op het Veluwemeer.

In 2010 tien werd ik benaderd om mee te werken aan een documentaire over het geloof en schaatsen. Wij gingen een traject in van tweeënhalf jaar waarbij mijn gezinsleven intensief gevolgd werd door de EO (De documentaire ‘Zwart IJs van Geertjan Lassche liet de band zien tussen het schaatsen op natuurijs en orthodox-christelijk Nederland. Naast de familie Klompmaker werden ook Rene Ruitenberg en Geertjan van der Wal gevolgd. In februari 2012 kon er bijna een Elfstedentocht uitgeschreven worden en werd het dilemma van de schaatsers in beeld gebracht als de Elfstedentocht op zondag zou worden verreden.

Op de documentaire zijn veel reacties gekomen. Het is inmiddels drie jaar geleden dat het uitgezonden werd maar nog altijd word ik erover aangesproken door wildvreemde mensen. Ik heb een passie voor het geloof en een passie voor het schaatsen. Dat is in de documentaire goed tot zijn recht gekomen. Wij kiezen er trouwens niet voor om in keurslijf gedrukt te worden, zoals veel mensen denken, maar mijn manier van leven is een bewuste keuze.

De zondag is voor mij een rustdag. Niet omdat in de bijbel staat dat je op zondag niet mag sporten, maar omdat vanuit bijbels perspectief de zevende dag van de week een dag is voor de familie en het gezin. Als je een principe hebt moet je ervoor staan ook als het erop aankomt, zelfs als je een Elfstedentocht daardoor zou missen."



Henk Schra

Leeftijd in 1997: 29 jaar

Nieuwleusen

Directeur Stouwdam schaats en skeelersport

Getrouwd, 4 kinderen

Henk:

“ In 1997 had ik nog maar kort daarvoor een zaak (Stouwdam) overgenomen en als er natuurijs ligt dan is het natuurlijk superdruk in een schaatswinkel en tegelijkertijd wilde ik dolgraag meedoen aan de wedstrijden op natuurijs.

Na in de bouw gewerkt te hebben als timmerman was het in die eerste jaren als ondernemer aanpoten om alles in goede banen te leiden. In Staphorst groeide ik op en daar waren toen veel goede schaatsers actief. Al jong merkte ik dat ik die bij kon houden als ze hun rondjes draaiden. Dat was de reden lid te worden van een schaatsclub en ook fanatiek te gaan skeeleren. Vooral in het skeeleren kon ik in de jaren negentig meekomen met de top van Nederland.

In het seizoen 1996-1997 reed ik net als Jan Maarten Heideman voor het eerst op klapschaatsen. Na het afkondigen van de Elfstedentocht twijfelde ik hevig of ik wel op klapschaatsen van start zou gaan, dus monteerde ik mijn vaste buizen weer onder mijn schaatsschoen en maakte een trainingsritje.

Tot mijn verbijstering kon ik hier nauwelijks meer op schaatsen. Uiteindelijk heb ik net als Jan Maarten Heideman de Elfstedentocht op klapschaatsen gereden. Uit voorzorg had ik vier paar reserve klapschaatsen gereed die mijn verzorgers steeds meenamen naar de nieuwe verzorgingsposten.

De hectiek bij de voorbereidingen voor de Elfstedentocht herinner ik mij nog goed. De nacht voor de tocht sliepen we ergens boven een kroeg waar een groot feest aan de gang was. Iedereen had zijn schaatsspullen uitgestald naast zijn bed. Om de haverklap knipperde 's nachts het licht aan, dan was er weer eentje die even moest checken of zijn skibril er wel lag, of iets dergelijks.

Na een goede start was de chaos later in de wedstrijd ‘niet te filmen.’ Op het Slotermeer kwam Fausto Marreiros ons tegemoet schaatsen. 'He, joh, je moet de andere kant op', riepen we naar hem . Dat soort bizarre dingen maak je bij andere wedstrijden nooit mee.

Van de sfeer en het enthousiasme langs het parcours heb ik weinig meegekregen, zo gefocust was ik. Vlak na Dokkum kwam ik te vallen, hierdoor verloor ik de aansluiting met mijn groepje. Ik wist dat ik met de harde wind in de rug er niet meer bij zou kunnen komen. Ik ben even rechtop gaan staan, want ik had gezien dat mijn schaatsmaat Andre Klompmaker ook gevallen was. Op hem heb ik even gewacht en samen hebben wij het laatste stuk afgelegd.

Na de finish was ik flauw van al die sportdrank. Even verderop stond een tentje van Unox. Aan mijn verzorgers vroeg ik of ze alsjeblieft een dikke worst met mosterd wilden halen voor mij. Even later zat ik op een bankje onder een warme deken hier smakelijk van te eten. Ik heb ik mijn schaatscarrière op sportief gebied veel bijzonderder dingen gepresteerd dan in de Elfstedentocht, maar aan de magie van de Elfstedentocht kan weinig tippen."

Laatste berichten