De energieprijs is voor Jeen van den Berg



Winter 1968: 'Ik moat fuort,’ riep Jeen toen de rapportvergadering dreigde uit te lopen. De bespreking van klas 2C was veranderd in een oeverloze discussie over de interpretatie van de overgangsnormen. Jeen was voorbereid op dit soort zaken. Hij gaf geraffineerd zijn blocnote met aantekeningen aan Hoekstra. Hoekstra leidde de rapportvergadering en bracht de opmerkingen van Jeen in. Bevorderd, twijfel of doubleren stond er met potlood achter de namen van de leerlingen. Hoekstra knikte en vervolgde de vergadering zonder blikken of blozen. In de vergaderruimte klonk gezucht en gesteun. Jeen deed net of hij het niet hoorde, schoof zijn stoel onder de tafel en liep zo snel hij kon naar zijn fiets. Vanaf de school aan de Burgemeester Falkenalaan fietste hij zo snel hij kon naar de Veluwelaan 31. In 1965 hadden Jeen en Atty hier een stuk grond gekocht en een huis laten bouwen door Geert Dijkstra, een trainingsmaat van Jeen. Veel klussen in het huis had Jeen zelf gedaan. Atty stond bij de deur en bleek zijn tas al te hebben gepakt. Snel trok hij zijn schaatskleren aan en sprong weer op de fiets.

Om 16.30 uur zette hij op het ijs van Thialf zijn eerste streken. Al meer dan een jaar was er in Heerenveen een kunstijsbaan. Elke keer als Jeen op het ijs van Thialf stond, voelde hij iets speciaals. Hij kon het eigenlijk niet geloven dat er nu een kunstijsbaan lag, vlak bij huis. Nu kon hij schaatsen als de temperaturen ruim boven nul lagen. Hoe vaak had hij niet gewezen op het belang van kunstijsbanen voor de schaatssport? Amsterdam en Deventer waren Heerenveen te snel af geweest, maar op Thialf leefde het schaatsen meer dan waar dan ook in het land. Vier jaar lang was hij ’s winters meerdere keren in de week met de bus naar Deventer gereisd. Hij was trainer geworden van de Friese junioren- en damesselectie. Ondertussen probeerde hij zelf in vorm te blijven.

Mocht er een Elfstedentocht komen in 1968, dan wilde hij meedoen om de prijzen. Hij was dan wel net veertig geworden, op de lange afstand kon hij nog steeds de beste schaatsers bijhouden. Soms spraken ze aan het eind van de avond af met een groepje schaatsers en reden ze zestig ronden achter elkaar. Hij hoorde op het einde van de onderlinge wedstrijdjes altijd bij de sterkste rijders. Op natuurijs had hij in 1966 in Wirdum nog een loodzware wedstrijd gewonnen. Alle toppers waren daar aan de start verschenen. Bizar zwaar was het onderweg geweest. De Leeuwarder Courant had zelfs geschreven dat de wedstrijd vanwege de sneeuwval en het slechte ijs veel weg had van de Elfstedentocht van ’63. Op het Groningse Schildmeer had hij een paar dagen later in een wedstrijd over honderd kilometer Piet Venema en de gebroeders Uitham verslagen.


Op de achtergrond had Jeen veel invloed gehad op de beslissing om in Heerenveen een kunstijsbaan te bouwen. In zijn kernploegtijd in de jaren vijftig had hij in Zweden voor het eerst op een kunstijsbaan geschaatst. Volgens hem maakte dat voor het Nederlandse schaatsen het verschil tussen winnen of verliezen. Hij was lid geworden van de Commissie voor de Noord-Nederlandse kunstijsbaan. Jeen zorgde ervoor dat de commissaris van de koningin van Friesland, Linthorst Homan, en Burgemeester Kuperus van Heerenveen enthousiast waren geworden over de plannen voor de aanleg van een kunstijsbaan.

Dat Jeen niet in de schijnwerpers stond toen Heerenveen de baan kreeg, maakte hem niets uit. Hij wist hoe besluitvorming werkte. In de nacht voor de opening van Thialf had Jeen, samen met adjunct-directeur Aad Zoet, tot diep in de nacht met een Volkswagenbusje de ijsbaan besproeid. Jeen was lyrisch toen de poorten van de ijsbaan voor het eerst werden geopend. Tegen een journalist vertelde hij dat Thialf een van de snelste banen was, beter dan Amsterdam en Deventer. Bij de toegangsdeur was Jeen actief als suppoost.

‘Niet op het ijs lopen,’ riep hij met luide stem. Er ging geen dag voorbij dat Jeen niet op Thialf te vinden was. In de eerste jaren van het bestaan van Thialf was hij overal actief. Hij was starter bij wedstrijden, roostermaker voor het baangebruik, lid van commissies van de ijsbaan, trainer van diverse selecties en hij probeerde tussen alle drukte in, zelf in topconditie te blijven. Aan energie was geen gebrek.


‘Jeen was eigenlijk een ADHD’er, zoals we dat nu noemen. Als ik wel eens bij hem thuis kwam in die tijd, kon hij nog geen vijf minuten stil zitten, dan moest hij weer wat doen,’ haalt Bennie van der Weide zich nog voor de geest. Een belangrijk evenement dat er door zijn toedoen kwam, was de jaarlijkse reünie voor Elfstedenrijders.

Aan de bijeenkomst was ook een rondenwedstrijd gekoppeld, die ‘op zijn 11-30’ werd genoemd. Een baanmarathon van veertig ronden. Dit soort initiatieven stonden aan de basis van de komst van het marathonschaatsen op kunst ijs, als eigen discipline in de schaatssport. Door de komst van Thialf was Jeen optimistisch gestemd over de toekomst van de Friese schaatssport. ‘Het noorden zal opvolgers kunnen leveren van Ard en Keessie,’ liet hij weten aan de Friese Koerier. Hij kreeg daarin geen ongelijk. Door Thialf kreeg de schaatssport een enorme boost. Het eerste grote Friese succes werd behaald door Atje Keulen-Deelstra. Zij werd in 1970 wereldkampioen allround. *

Dat was het begin van een ongekende reeks van successen, de lijst is te lang om ze allemaal te noemen: van Yep Kramer, Hilbert van der Duim, Geert Kuiper, Rintje Ritsma, Ids Postma, Sven Kramer, Tony de Jong tot Jorrit Bergsma, Antoinette de Jong, Suzanne Schulting en Femke Kok.


Met een ferme handdruk bekrachtigde Jeen van den Berg in 2007 het erelidmaatschap van Sven Kramer van HCH, een uniek moment in de geschiedenis van de club. Kramer had in dat seizoen voor een unicum gezorgd, door zowel Nederlands kampioen, Europees als Wereldkampioen te worden. Ondertussen waren de trainingsfaciliteiten in Heerenveen van een niveau dat Jeen in zijn tijd als langebaanschaatser zelfs in zijn dromen voor onmogelijk zou hebben gehouden. Veel topcoaches die in Thialf werkten, hadden een achtergrond als bewegingswetenschapper of inspanningsfysioloog. Voedingsexperts, krachtrainers en mental coaches zorgden er verder voor dat het de schaatsers aan niets ontbrak. Jeens schaatsclub, HCH, was een kraamkamer van toptalent geworden. Zonder te trainen op het snelle ijs in Thialf, was het haast onmogelijk geworden om de top te halen. *

Toch ontstonden er scheuren en barsten in het sportbastion. Een paradoxale situatie doet zich nu voor. Ondanks al het olympisch goud dat er blinkt zijn de inkomsten en uitgaven al jaren niet in evenwicht, met als gevolg dat de overheid keer op keer moet bijspringen om de exploitatie sluitend te krijgen. Door de torenhoge energieprijzen en het gebrek aan winters met natuurijs hangen er donkere wolken boven de ijsstadions.


Hoe zou Jeen van den Berg daar naar gekeken hebben?? Hij vond de topsportontwikkeling in Heerenveen prachtig, maar vergat niet dat de basis voor sportontwikkeling, op welk sportniveau dan ook, wordt gelegd in de breedtesport. Juist dat fundament is wankel geworden.



Lees meer: *Jeen van den Berg, Mark Hilberts 2022 ISBN 9789056159573 Foto: 1966: Thialf in aanbouw. Jeen test samen met de onderhoudsploeg van Thialf het ijs. Foto: privécollectie familie Jeen van den Berg.


Laatste berichten