De Mannen en vrouwen van '97: Bert Verduin, Piet Kleine en Henk van Benthem


Bert Verduin

Leeftijd in 1997: 34

Heemskerk

Ondernemer (bloemenkweker)

Samenwonend

1 dochter

Bert:

In 1985 maakte ik voor het eerst deel uit van de landelijke B-rijders. Iedereen zei dat ik nog te jong was om aan de Elfstedentocht mee te doen. Uiteindelijk ging ik mee naar Friesland als verzorger van mijn plaatsgenoot en topfavoriet Jos Niesten. Onderweg zag ik mijn schaatsmaatjes langskomen in de wedstrijd, toen realiseerde ik mij dat ik ook mee had moeten doen. Een jaar later kwam de Elfstedentocht weer.

Als één van de eersten was Ik op het ijs, terwijl ik mijn schaatsen aandeed trok ik mijn veters stuk. Op een provisorische manier knoopte ik stukken veter aan elkaar en ‘hup’ op weg. Uiteindelijk slaagde ik er wel in om aansluiting te krijgen bij het peloton. Als veertiende klasseerde ik mij in de Elfstedentocht van 1986.

Vanaf die tijd richtte ik mij erop, om bij een volgende Elfstedentocht mee te kunnen doen om de winst. In december 1996 was ik in topvorm, in de zomermaanden had ik wat specifieker getraind met wielrennen en dat pakte goed uit. De winter viel, eind december 1996, snel in. In Ankeveen werd ik na, een mooie strijd met Ruud Borst, Nederlands Kampioen op natuurijs, dat is ook mijn mooiste zege in mijn loopbaan geweest. De Elfstedentocht zat er aan te komen, dat voelde je. De volgende klassieker na het NK werd in Maasland georganiseerd. Daar startte ik vooral om aan sponsorverplichtingen te voldoen en ik dacht, daar rijd ik gewoon een stukje mee. Toen tijdens de koers verteld werd dat de Elfstedentocht doorging, ben ik direct afgestapt. Dan breekt er overal een soort van paniek uit. Ik werd door verschillende media gevraagd om naar Hilversum te komen voor opnames, dat heb ik geweigerd. Echt zenuwachtig was ik niet, want ik wist dat ik in een goede vorm verkeerde. Mijn broer had een plan gemaakt voor de verzorging. Ik denk dat er wel vijftig tuinders en bekenden uit Heemskerk mee zijn gegaan om mij te helpen.

Ik deed in 1997 gelijk voorin mee in de wedstrijd. Op het Slotermeer waren de fakkels uitgewaaid die de richting hadden moeten aangeven. Waar moeten we heen, was de vraag. Uiteindelijk hoorden we vanaf de kant wat roepen en met meer geluk dan wijsheid ging het uiteindelijk goed. Onze voorsprong was vier minuten. In de kopgroep werd goed samengewerkt. In Hindeloopen brandde alleen in het stempelhokje licht, daaromheen was het niet verlicht. Piet Kleine ging na de gemiste stempel rechtop staan en wachtte op ons. Het is natuurlijk flauwekul dat hij gediskwalificeerd is om iets, dat de organisatie niet op orde had. Ondanks dat je een Elfstedentocht schaatst, de belangrijkste wedstrijd voor een marathonschaatser, was er toch nog tijd voor wat humor onderweg. In Franeker was een lange kluunplek. Ik hoor René Ruitenberg voor de grap nog roepen: ‘Heb jij ook zo’n tunnelvrees?’ Na Franeker begon in de kopgroep bij sommige rijders de vermoeidheid op te spelen. Het dunde uit. Rob van Meggelen zei tegen mij, ik stop ermee. Je bent gek man, dit is de Elfstedentocht, riep ik. Kan mij dat schelen, riep hij terug. Pas later realiseerde van Meggelen zich de impact. Nadat hij toch door was gegaan en als 12e geklasseerd werd, werd hij ook op straat aangesproken. De impact van die Elfstedentocht had hij nooit verwacht. Ondertussen had ik wel door dat Angenent sterk reed en in vakjargon ‘gesloopt’ moest worden. Ik vond het knap dat Henk van Benthem erbij zat. Hij had het hele jaar niet goed gereden, maar is echt een man van de tweehonderd kilometer. Ik voelde dat ik minder in vorm was dan in Ankeveen bij het NK. Misschien had ik in die wedstrijd toch meer van mij gevraagd dan ik gedacht had. Ik probeerde weg te komen, maar werd teruggehaald. Als laatste draaide ik van het groepje de Bonkevaart op. Nadat Kleine versnelde, ging ik er vol overheen. Ik dacht, nu moeten ze mij gaan terughalen en degene die dat doet, vergooit misschien zijn eigen winstkansen. Dat gebeurde niet. Angenent won en hij reed sterk die dag. Daar kon ik vrede mee hebben. Op dat moment was ik heel teleurgesteld met mijn derde plaats.

Later realiseerde ik mij dat ik één van de hoofdrolspelers ben geweest bij de Elfstedentocht. Na de de finish zouden de eerste drie per taxi naar het FEC worden gebracht voor de dopingcontrole. Die taxi kwam niet. Toen zijn we zelf maar naar het hotel gegaan. Later moest ik bij de huldiging alsnog gecontroleerd worden. Het ging er heel amateuristisch aan toe. Er stond een kan op tafel en of ik daar maar even in wilde plassen. Uiteindelijk heb ik daarvan ook nooit een officiële uitslag gekregen.

In Heemskerk ben ik ‘s avonds gehuldigd voor mijn prestatie in de Elfstedentocht. De wilde verhalen over het geld dat er verdiend kon worden na de Elfstedentocht die ik heb ik nooit geloofd. Ik wist dat ik ervoor moest blijven werken, en dat is ook gebeurd. Na de Elfstedentocht ben ik nog twee jaar doorgegaan op het hoogste niveau. Een ‘zwabbervoet’ zorgde ervoor dat ik moeite had om weer mijn oude niveau te halen. In 1999 won ik de Alternatieve Elfstedentocht in Finland, en dat was ook een mooi moment om met marathonschaatsen te stoppen. Elke winter wordt de Elfstedentocht van 1997 wel een keer op tv vertoond. Mijn dochtertje van vijf weet dat ik daaraan meedeed. Dan roept ze, hoe kan dat nou papa, dat jij niet gewonnen hebt…”



Piet Kleine

Leeftijd in 1997: 45 jaar

Kerkenveld

Postbesteller

Getrouwd, twee kinderen

Piet:

“Het winnen van de olympische titel op de 10km en het Wereldkampioenschap Allround in 1976 vormen de hoogtepunten in mijn sportcarrière. Ook heb ik in met wielrennen mooie successen geboekt en een fantastische tijd gehad. Soms haal je trouwens ook heel veel voldoening uit bepaalde momenten tijdens de training. Na mijn successen in 1976 belandde ik de jaren erna in een dip. In deze tijd zou vast de diagnose overtraind zijn gesteld, toen was er op sportmedisch gebied op dit terrein nog niet veel bekend. In 1981 ben ik met schaatsen gestopt en heb ik nog enkele jaren op het hoogste niveau bij de amateurs gefietst, Ik had profwielrenner kunnen worden, maar ik heb er geen spijt van dat ik deze kans niet heb gegrepen. Een race tegen de klok op de ijsbaan of het gevecht van man tegen man op de ijsbaan vind ik mooier dan het ploegenspel.

Tussen 1981 en 1985 heb ik niet geschaatst, aan de Elfstedentocht van 1985 deed ik mee in de toertocht. Dat was een geweldige ervaring waarmee ik ook het enthousiasme voor het schaatsen terugkreeg. Een jaar later ben ik daarom marathons gaan schaatsen. Aan de Elfstedentocht van 1986 wilde ik ook graag meedoen, maar dan in de wedstrijd. Omdat ik geen lid was van de Elfstedenvereniging mocht ik niet van start. Ik weet nog dat mijn ploegleider Johan Franke hemel en aarde bewogen heeft om mij aan vertrek te krijgen. Het heeft wel een jaar of drie jaar geduurd voordat ik overigens goed mee kon doen aan de marathoncompetitie bij de A-rijders, met mijn lange schaatsslag had ik het in het begin moeilijk in het peloton door al die tempowisselingen. Bij de klassieker in Maasland hoorde ik op 2 januari 1997 tijdens de wedstrijd dat de Elfstedentocht doorging. Ik zag mij zelf niet als een kanshebber, wel als iemand die bij de eerste tien zou kunnen eindigen.

Het schaatsen in het donker en het klunen, dat baarde mij vooraf grote zorgen. Met de Klerks ploeg overnachtten we in een hotel in Oudkerk. Onze ploegleider Frans Overdevest hield daar de sfeer er goed in. Vrij onbevangen stond ik in het schaatsen van de Elfstedentocht. Het was een nadeel dat ik geen goede hardloper ben. Als een van de laatsten kwam ik daardoor het ijs op. Daarna heb ik een enorme inhaalslag moeten maken. Het schaatsen in het donker viel mij uiteindelijk mee. Even voor Sneek heb ik aansluiting weten te vinden bij de kopgroep. De wedstrijd beleefde ik in een roes en ik heb niet goed meegekregen dat we op het Slotermeer verkeerd zijn gereden. Even voor Hindeloopen reed ik op kop en miste, zoals later bleek, de stempelpost. Na het passeren van Hindeloopen merkte ik dat ik de groep die achter mij reed kwijt was. Ik ben rechtop gaan staan en heb mij laten uitglijden. Pas later hoorde ik dat ik een stempel gemist had. Onderweg zag ik later zelfs een spandoek met mijn naam erop en iets over een gemiste stempel. Toen begon het dagen dat er iets mis moest zijn. Op de Blikvaart viel de slag. Door het slechte ijs was schaatsen nauwelijks mogelijk. Na een demarrage van Henk van Benthem kon ik aansluiten. Later werd dat, de uit uit zes man bestaande kopgroep. Het was voor mij duidelijk dat Erik Hulzebosch op de sprint gokte. Vanaf Dokkum heb ik een aantal keren geprobeerd om te demarreren. Henk Angenent reed ijzersterk en haalde mij steeds weer terug. Het lukte niet om een gat te slaan. Ik wist dat als ik niet weg zou komen ik kansloos was in de sprint. Na de finish keerden we terug naar het hotel. Na daar wat opgefrist te zijn, gingen we terug naar het FEC voor de prijsuitreiking. Onderweg in de auto hoorden we al op de radio dat ik gediskwalificeerd zou worden. In het FEC werd dit ook omgeroepen. Toen ik dat hoorde heb ik mij meteen omgedraaid en ben ik naar buiten gelopen. Frans Overdevest heeft nog protest aangetekend, maar er viel niets aan te doen. Van mijn diskwalificatie heb ik geen moment wakker gelegen. Ik heb er ook geen last van na al die jaren.




Henk van Benthem

Leeftijd in 1997: 29 jaar

Ens

Veehouder

Getrouwd, twee kinderen

Henk:

“Als zestienjarige zat ik met mijn familie thuis voor de TV toen mijn broer Evert in 1985 de Elfstedentocht won. Halsoverkop zijn we naar Leeuwarden afgereisd om de huldiging van hem nog mee te kunnen maken. De impact van zijn overwinning was gigantisch. Kort daarvoor was ik gestopt met langebaanschaatsen, maar de overwinning van Evert gaf mij net het zetje om weer met schaatsen te beginnen. In 1986 won Evert opnieuw de Elfstedentocht. Evert is een supertalent op de langeafstand. Zowel fysiek als mentaal is hij ijzersterk. In 1987 werd ik B-rijder.

Ook voor mij gold dat mijn kracht vooral lag op de 200km wedstrijden op natuurijs. In 1997 behoorde ik tot één van de favorieten om de Elfstedentocht te winnen. In mijn ploeg (Buiter beton) zaten ook Erik Hulzebosch en Jenita en Gretha Smit, de sfeer in de ploeg was altijd heel ontspannen. Voorafgaand aan de Elfstedentocht kreeg ik wel de kriebels. Evert was net gestopt met wedstrijdschaatsen en drukte mij voorafgaand vooral op het hart hoe belangrijk het hardlopen naar de start was en onderweg het klunen. Als derde loper kwam ik het ijs op. Op het bankje heb ik zelfs even gewacht om niet als eerste het donker in te duiken, op weg naar Sneek. Ik voelde me die dag ijzersterk en reed constant ‘heel gecontroleerd’ mee in de kopgroep.

Al die aanmoedigingen onderweg hebben op mij een onvergetelijke indruk gemaakt. Op het Slotermeer reden we verkeerd. Het was daar pikkedonker en de route was niet verlicht. Daar hielden we te lang te veel rechts aan. Ik ontdekte het op tijd en we konden gelukkig toch later weer aansluiting krijgen bij de kopgroep. Op de Luts reed ik achter Peter de Vries. Hij zei tegen mij dat hij heel lekker reed en even later ging hij onderuit en raakte ernstig geblesseerd. Het ongeluk zit in een klein hoekje in de Elfstedentocht. Voor de Galamadammen reed ik achter Fausto de Marreiros aan. Hij had een lampje op zijn hoofd maar ik wist dat we links aan moesten houden in plaats van rechts. Fausto reed daar verkeerd. In de Elfstedentocht van 1997 viel de slag in de wedstrijd tussen Oude Leie en Bartlehiem. Daar ben ik ook gedemarreerd om de wedstrijd open te breken. Natuurlijk spookt dan door je hoofd dat je kans hebt om de Elfstedentocht te winnen. Na het keerpunt in Dokkum voelde ik langzaam mijn krachten afnemen. Arnold Stam moest als eerste lossen. Piet Kleine reed heel sterk, met zijn lange slag was hij, voor de wind, voor mij nauwelijks bij te houden.

Achteraf gezien denk ik weleens dat ik meer had moeten demarreren om Piet kwijt te raken, hij was heel bepalend in de wedstrijd. Op de Bonkevaart sprintten we met de wind in de rug, dat was voor mij een groot nadeel. Direct nadat we de bocht om kwamen schoot er kramp in mijn benen, helaas heb ik daardoor niet mee kunnen sprinten om de winst. Dat was wat geweest als er weer een van Benthem had gewonnen. Met een vierde plaats was ik zeer tevreden. Zeker als je achteraf realiseert dat ik in de vijftien jaar dat ik A-rijder ben geweest maar één keer heb kunnen meedoen aan de Elfstedentocht. Het is wel een soort van genoegdoening dat ik de hele dag in de kopgroep heb gereden en een belangrijke rol heb vervuld in de wedstrijd. Van de Elfstedentocht heb ik financieel niet geprofiteerd.

Bij de eerste optredens tijdens het carnaval van Erik Hulzebosch ben ik ook meegegaan, maar dat wereldje is niets voor mij. Erik is een echte rasartiest die heel goed met mensen kan omgaan.

Het is heel knap wat hij er uitgehaald heeft. Voor mij is de Elfstedentocht vooral een onvergetelijke herinnering waar ik nog heel vaak aan terugdenk. Mijn boerderij is altijd heel belangrijk geweest, misschien heb ik daardoor in een latere fase van mijn carrière er niet alles uit kunnen halen omdat ik er meer dan veertig uur per week bij moest werken. In het schaatsen wilde ik naar de top, maar in mijn werk heb ik altijd de ambitie om de beste koeien van Nederland in mijn stal te hebben. Dat lukt ook regelmatig. “



Laatste berichten