De mannen en vrouwen van '97: Jan Maarten Heideman, Rinke de Jong en Erwin Tiemens


Jan Maarten Heideman reed als een van de weinigen in 1997 op klapschaatsen de Elfstedentocht


Jan Maarten Heideman

Woonplaats: Oldebroek

Leeftijd in 1997: 23 jaar

Trainer/coach en verkoopadviseur Leisureworld Dronten

Getrouwd, drie kinderen

Jan Maarten:

“ In de 1985 volgde ik de Elfstedentocht op de TV, Henri Ruitenberg was mijn favoriet, die kende ik en kwam uit mijn omgeving. Mijn vader deed mee aan de toertocht, en het hele evenement maakte een grote indruk op mij, en meldde ik mij aan bij de Needse ijsclub.

Als Dries van Wijhe en Henri Ruitenberg aan het trainen waren op de Deventer ijsbaan, pikte ik als jonge jongen graag even aan, om een paar rondjes achter hen aan te schaatsen. Als langebaanschaatser haalde ik de subtop van Nederland, In 1996 kwam het besef dat ik de top hierin niet kon halen. Ondertussen had ik een studie fysiotherapie afgerond en moest ik ook aan mijn maatschappelijke toekomst denken. Een overstap naar het marathonschaatsen, waarbij ik ook gaan werken, leek mij een goed alternatief.

Het NK marathonschaatsen in Ankeveen in 1996 was mijn eerste wedstrijd op natuurijs. Na tachtig kilometer zat ik zo kapot dat ik moest stoppen, dat was met de Elfstedentocht in het vooruitzicht geen goed teken.

Ik ben altijd bezig geweest met innovaties in de sport en zag veel voordelen in de klapschaats. Het vormde voor mij geen twijfel om op de klapschaats Elfstedentocht te gaan rijden. Na een goede start reed ik voorin de wedstrijd mee. Na Sneek besefte ik wel, dat ik gelet op mijn ervaring in Ankeveen, dat ik mijn krachten goed moest verdelen en liet de eersten gaan. Het is mooi dat ik aan het begin van mijn marathon-carrière de Elfstedentocht rijd, schoot door mijn hoofd, dan kan ik later in mijn carrière nog eens pieken in de Elfstedentocht. Soms denk ik weleens hoe de wedstrijd voor mij was verlopen als ik iets meer risico had genomen, of een jaar eerder met marathonschaatsen was begonnen, dan had ik in de winter van 1996 waarin veel natuurijswedstrijden zijn verreden al ervaring kunnen opdoen. In 1997 was ik nog een onervaren marathonschaatser.

In het donker zag je soms de vonken van het ijs afspringen als een schaatser over een steentje reed. Sinds die tijd heb ik als op natuurijs schaats altijd een braamsteentje in mijn achterzak . Op het Slotermeer had ik geen idee welke kant ik op moest om naar Sloten te komen.

De rotax klapschaatsen waar ik op reed had een klapmechanisme met zeven scharnieren. Achteraf gezien heb ik hier veel risico mee genomen. Bij het NK klunen, waar ik in 1998 aan meedeed, braken de schanieren af en besefte ik dat ik veel geluk heb gehad bij de Elfstedentocht.

Als niet gesponsorde rijder had ik mijn verzorging onderweg georganiseerd met behulp van famillie en vrienden uit Gelselaar ( mijn toenmalige woonplaats). Het bijzondere van de Elfstedentocht is dat deelnemers en toeschouwers allemaal hun verhaal hebben over die bijzondere dag. Mijn verzorgers werden door bewoners langs de route uitgenodigd om koffie te drinken en de jongens hebben wilde capriolen moeten uithalen om mij onderweg te kunnen volgen.

Na de Elfstedentocht van 1997 begon mijn marathoncarrière pas echt en heb ik zeer veel sportieve successen behaald. In Finland heb ik onder zware omstandigheden twee keer de Alternatieve Elfstedentocht gewonnen. Op zo’n moment besef je dat je ook in staat bent om de ‘echte’ Elfstedentocht ook te winnen. Alleen moet je wel het geluk hebben in je carriere dat er op het juiste moment een Elfstedentocht gehouden wordt."



Rinke de Jong

Leeftijd in 1997: 35 jaar

Woonplaats: Warns

Timmerman (ZZP)

Getrouwd, twee kinderen


Rinke:

“Met wedstrijdschaatsen ben ik pas laat begonnen, eerst ben ik jarenlang keeper geweest bij een voetbalclub in Enkhuizen. In de jaren tachtig heb ik als toerrijder de Elfstedentocht geschaatst en ben in die periode ook aan wintertriathlons gaan doen. Bij een wintertriathlon op de Weisssensse besloot ik ook mee te doen aan de Alternatieve Elfstedentocht, op eens reed ik mee tussen de marathonschaatsers van naam en faam zoals Dries van Wijhe en Co Gilling.

Dat was het moment om mij helemaal op het marathonschaatsen te gaan richten. Via de C-rijders werd ik B-rijder en in het seizoen van de Elfstedentocht van 1997 was ik inmiddels gepromoveerd naar de A-categorie. Een paar dagen voor de Elfstedentocht werd onze dochter (Fleur) geboren. Het was een hectische periode. Mijn vrouw en ik dachten dat we (ruim) voor de uitgerekende datum van Fleur in december 1996 nog een paar dagen op vakantie te kunnen in Luxemburg. Eenmaal daar begon de bevalling al, wat een geweldig moment was, tegelijkertijd zag ik de buitentemperatuur ook hard onderuit gaan en wist ik dat een Elfstedentocht er aan zat te komen. De wedstrijd waar ik jaren naar toe had gewerkt. Uiteindelijk was ik net voor de klassieker in Maasland (2-01-1997) terug in Nederland. Tijdens de wedstrijd kregen we het bericht dat de Elfstedentocht doorging, dat was voor mij de reden om direct te stoppen.

De Ostrinploeg maakte gebruik van de mogelijkheid om mij als gastrijder te voegen aan de ploeg. Na een goede start met hardlopen heb ik IJlst in de kopgroep geschaatst. Met tranen in mijn ogen heb ik sommige doorkomsten in steden en dorpjes meegemaakt. Op sommige plekken probeerde ik, uit enthousiasme, met handgebaren het publiek op te zwiepen.

Voor IJlst kreeg ik materiaalpech, het schaatsijzer raakte (deels) los van mijn schoen en begon zwabberen. Veel boeren probeerden, goed bedoeld, te helpen door met de lichten van hun trekkers op het ijs te schijnen. Bij een volgende tocht zou er een oproep moet komen om alleen in de rijrichting te schijnen, in 1997 werd ik op sommige stukken totaal verblind.

Op het Slotermeer ben ik de aansluiting met de kopgroep verloren. Sommige herinneringen hieraan lijken wel een speelfilm. Mijn verzorging heb ik overal gemist, een hongerklop kon daardoor niet uitblijven en dat heeft mij op het laatste gedeelte van de wedstrijd flink wat plaatsen gekost.

Mijn 37e plaats in de uitslag van de Elfstedentocht beschouw ik als een flutplaats. Er had veel meer ingezeten en door de omstandigheden is dat er niet uitgekomen. Bij diverse klassiekers -ook over een afstand van 200km- heb ik bewezen dat ik in de top tien kan eindigen. In de Elfstedentocht van 1997 ben ik tot het uiterste gegaan, na die Elfstedentocht heb ik in dat seizoen nauwelijks meer een wedstrijd gereden.

Een jaar na de Elfstedentocht ben ik met mijn gezin naar Friesland verhuisd. De rust en ruimte van het Friese landschap inspireert mij. Heel bewust heb ik ervoor gekozen voor om als ZZP timmerman te werken. Als er natuurijs ligt wil ik direct kunnen schaatsen zonder gedoe met een baas om vrij te kunnen krijgen. Elk jaar probeer ik ervoor te zorgen dat mijn positie in de mastercompetitie goed genoeg is om startgerechtigd te zijn in de Elfstedenwedstrijd. Voor mijn werk ben ik veel in de randstand, maar als ik in na een dag hard werken thuis kom stap ik op de racefiets, zelfs als het donker is. Met een lampje op het hoofd maak ik dan mijn trainingsrondjes door Zuidwest Friesland. De Elfstedentocht zal ik gelet op mijn leeftijd niet meer kunnen winnen, maar ik ben wel in staat om voor een verrassing te zorgen. Daar train ik met overgave voor, elke dag, door weer en wind!"




Erwin Tiemens

Leeftijd in 1997: 27 jaar

Woonplaats: Wezep

Chef werkplaats Stouwdam schaats en skeelersport

Getrouwd, twee kinderen

Erwin:

“ Als jongen van een jaar of 13 werd ik ontdekt als schaatstalent door Dries Bos. Hij vertelde mij dat ik beslist lid moest worden van een schaatsclub. Hij had het goed gezien, na een paar jaar werd ik opgenomen in de regioselectie van Overijssel. Onder leiding van Jan Wiebe Last probeerde ik de top te halen. Voor een vervolgstap naar de Jong-Oranje selectie kwam ik net wat tekort, daarom maakte ik op mijn twintigste de overstap naar het marathonschaatsen.

De langeafstand lag mij goed en halverwege de jaren negentig behoorde ik tot de subtop in het marathonschaatsen.

In de dagen voor de aankondiging van de Elfstedentocht had ik met een aantal schaatsmaten al een trainingsrit gemaakt op het eerste deel van de Elfstedenparcours. Nadat Henk Kroes het 'it giet oan' had gesproken, zijn we dezelfde dag met de ploeg (ABC Hekwerk) naar Leeuwarden gegaan, in en surfschool was onderdak voor ons geregeld.

De nacht voor de tocht heb ik geen oog dichtgedaan. Het is bijna onmenselijk om 03.30 een bord macaroni naar binnen te werken, maar je doet toch maar. Ik dacht dat ik vroeg naar de startkooi was gegaan, maar bij aankomst waren er zeker al vijftig man aanwezig.

Mijn start was prima. Ik kan mij nog herinneren dat ik al op het bankje zat om mijn schaatsen aan te doen, toen Henk Angenent pas aankwam lopen. In het donker te schaatsen leverde voor mij geen problemen op. De scheuren in het ijs zitten altijd in het midden, dus als je een beetje aan de kant schaatst gaat, heb je daar geen last van.

Na Sneek kwam ik in een groepje te schaatsen met Jan Maarten Heideman en Andre Klompmaker. Dat je moet opletten in een Elfstedentocht besefte ik toen Jan Maarten ergens met zijn bidonnetje onder een brug bleef haken. Bij Harlingen lag er veel zand op het ijs. Met botte schaatsen moest ik verder, maar je beseft ook dat iedereen daar last van heeft. Na Dokkum heb ik voluit het laatste stuk gereden, uitgeput kwam ik over de finish en met mijn resultaat was ik diktevreden. Dat ik diep was gegaan bleek ook wel uit de zware griep met hoge koorts waar ik in de weken na de Elfstedentocht mee te kampen kreeg. "


Bron: It giet oan, zei Kroes



Laatste berichten