De Mannen en vrouwen van '97: Henk Elzinga, Marcel Kooij en Herman Veneman



Marcel Kooy

Leeftijd in 1997: 30 jaar

Rijssenhout

Ondernemer (bloemenkweker)

Getrouwd, twee kinderen

Marcel:

“Mijn vader was een fanatieke schaatser en nam mij als kleine jongen al mee naar de ijsbaan, omdat ik geen sprinter ben viel ik altijd af voor selecties en was later de keuze voor de marathon snel gemaakt. Het was talentvolle lichting, halverwege de jaren tachtig, waarmee ik schaatste op de Jaap Edenbaan, Edward Hagen, Hans Pieters, Yoeri Lissenberg en Yoeri Takken hebben ook later hun sporen verdiend in de sport.

In 1991 was ik op mijn top. In dat jaar won ik op natuurijs de Westlandmarathon en de USA-marathon. In die tijd skeelerde ik ook veel. Dat was vooral in het oosten van het land razend populair. Ik trainde elke dag in die tijd naast mijn werk als bloemenkweker. Samen met mijn vader runnen we nog ik steeds het bedrijf.

Een grote tegenslag heeft ervoor gezorgd dat ik mijn oude schaats niveau na 1992 nooit meer heb gehaald. Tijdens een cupwedstrijd in Deventer bij een massale valpartij raakte ik met mijn been vol op twee recht omhoog staande schaatsijzers en werd mijn been tot op het bot doorkliefd. Alle zenuwen waren doorgesneden en ik was direct verlamd. Door een langdurige revalidatie en met veel geluk kreeg ik na een jaar tocht weer gevoel terug in been. Na enige tijd kon ik, wat ik haast niet meer voor mogelijk had gehouden, weer schaatsen.

Als een kind zo blij stapte ik het ijs weer op. In Utrecht heb ik later zelfs nog een cupwedstrijd gewonnen. Hoewel ik weer mee kon doen bij de A-rijders haalde ik niet meer mijn oude niveau. Toch wist ik op de langeafstand, bij natuurijswedstrijden, voorin mee te doen. In 1997 maakte ik als A-rijder geen deel uit van een ploeg, bij de Elfstedentocht moest ik de verzorging e.d. Allemaal zelf regelen, dat heeft niet goed uitgepakt. Onderweg heb ik uit pure nood van andere verzorgers een tasje moeten grissen. Op zo’n moment handel je uit pure overlevingsdrang en ga je aan grenzen voorbij. Pas bij Bartlehiem kon ik een tasje met drinken erin aanpakken van mijn vrouw.

Door een slechte start, met hardlopen verloor ik veel tijd, heb ik met de armen los tot aan Sneek moeten schaatsen. De kopgroep heb ik achterhaald, maar op het Slotermeer ben ik ergens de aansluiting verloren. Er was daar geen duidelijke route aanduiding en de informatie ontbrak over mijn positie in de wedstrijd.

De Elfstedentocht is een prachtige wedstrijd, maar het is ook folklore. Het stempelen is achterhaald en in die hokjes zaten alleen maar oude mannetjes die niet snel genoeg handelden. Van het publiek onderweg heb ik weinig meegekregen behalve van mijn aankomst in Dokkum, dat was echt geweldig. Met mijn uitslag in de Elfstedentocht van 1997 was ik niet tevreden, als wedstrijdrijder had ik op basis van mijn schaatscapaciteiten hoger in het klassement moeten eindigen. Ik ben nog steeds goed in training, als er een Elfstedentocht komt, dan doe ik weer mee aan de wedstrijd!"


Henk Elzinga

Eernewoude

Leeftijd in 1997: 31 jaar

Beroep: docent


"Na als toerrijder deelgenomen te hebben aan de Elfstedentocht van 1985 kreeg Henk Elzinga de smaak te pakken. Niet alleen als schaatser bleek hij een talent vooral op de skeelers maakte hij na 1985 furore door met de besten van Nederland mee te kunnen.

Elzinga is geboren en getogen in het Friese Garijp en haalt na zijn middelbareschooltijd een onderwijsbevoegdheid in het vak biologie. Al in eerste skeelerseizoen van Elzinga maakte hij de overstap na de A-categorie, in het marathonschaatsen volgde deze stap in 1989. Elzinga combineert jarenlang zijn schaats en skeeleractiviteiten met zijn werk als biologiedocent aan een vmbo-school in Surhuisterveen en Buitenpost.

In de winter van 1996 liet Elzinga zien bij verschillende natuurijswedstrijden een serieuze kandidaat te zijn voor een plek bij de eerst aankomende Friezen in een Elfstedentocht. De Elfstedentocht van 1996 gaat helaas voor Elzinga en vele anderen op de valreep in 1996 niet door, maar in de Leeuwarder Courant liet Elzinga wel optekenen er helemaal klaar voor te zijn geweest.

In de Elfstedentocht van 1997 miste Elzinga jammer genoeg de slag en maakte hij lange tijd deel uit van de derde groep. Uiteindelijk finishte Elzinga op een respectabele 35e plaats en moet hij zes Friese marathonschaatsers voor zich dulden in de einduitslag.

Hoe goed het duurvermogen is van Elzinga bewees hij vier dagen na de Elfstedentocht in de Noorderrondrit. In deze 161 km lange klassieker weet Elzinga een fraaie vierde plaats te behalen. Na 1997 is Elzinga minder vaak terug te vinden in de uitslagen van diverse marathonwedstrijden.

In 2001 volgde een opleving als Elzinga een comeback maakt als marathonschaatser en een Cupwedstrijd wint in Assen bij de B-rijders. Na dit seizoen keert Elzinga niet meer terug in de landelijke marathoncompetitie. Elzinga, inmiddels verhuisd naar Eernewoude, geldt als een natuurliefhebber pur sang en brengt niet alleen als de wateren van de Alde Feanen bevroren zijn daar menig uurtje door."




Herman Veneman

Leeftijd in 1997: 41 jaar

Woonplaats: Ommen

Ondernemer (Atelier de Tweede Kamer)

Getrouwd, drie kinderen

Herman:

“Ik groeide op in Oud-Averees. Mijn ouders hadden een boerderij en als het werk het in de wintermaanden toeliet en er was natuurijs, dan werd in mijn familie fanatiek geschaatst. Begin jaren zeventig sloot ik mij aan bij de schaatsverenging Zuidwest Drenthe. In de zomermaanden werd veel aan fietstraining gedaan, zo raakte ik ook in aanraking met het wielrennen en koos daar na enige tijd helemaal voor. Tien jaar heb ik fanatiek bij de A amateurs gekoerst. In het begin moest ik wel even wennen aan het wielermilieu. Ik ben een bescheiden persoonlijkheid en ik werd in het begin uitgetest door de jongens. Vlak voor de finale pakte hij eens een tegenstander mijn stuur vast en zei: ‘jij gaat niet winnen’, in een reflex pakte ik ook zijn stuur vast en antwoordde hem terug: ‘maar jij ook niet’, Blijkbaar maakte dat indruk in het peloton en sindsdien werd ik serieus genomen.

Na mijn huwelijk met Alexandra en de geboorte van mijn zoon besloot ik te stoppen met wielrennen en ging om af te bouwen af en toe schaatsen. Al snel werd ik weer fanatiek en ging ik aan schaatswedstrijden deelnemen.

In 1987, in mijn eerste seizoen als landelijk marathonschaatser werd ik In de 200km klassieker op het Veluwemeer tweede achter Johan Kruithof. Ook werd ik in dat jaar derde op de Alternatieve Elfstedentocht in Finland. Tussen 1987 en 1998 heb ik wisselend bij zowel A als B rijders gereden in de marathoncompetitie. Het schaatsen op natuurijs was mijn specialiteit, Piet Kleine zei wel eens tegen mij:' hoe slechter het ijs is, hoe beter jij rijdt.'

Nadat de Elfstedentocht was aangekondigd in 1997 brak er bij mij geen stress uit. Hoewel ik niet gesponsord werd kon ik toch gebruikmaken van de verzorging van de Slagerploeg. Dat gaf vooraf rust. Net als de begeleiding van Jan Bakker, een buurman van mij, die altijd een steun en toeverlaat was bij wedstrijden.

Samen met mij twee broers (Jos en Henk) startte ik in de wedstrijd. Na een goede start verloor ik op de Zwette veel tijd, doordat ik verblind raakte door de lichten van tractoren langs de kant, hierdoor ben ik van de route afgeraakt en hard gevallen doordat ik tegen de kant botste. Hierdoor verloor ik mijn muts en skibril , minutenlang heb ik hier in het donker naar gezocht heb.

Op het Slotermeer kwamen ik opnieuw ten val omdat de route niet goed zichtbaar was. Samen met o.a Piet Manden en Marcel Kooy vormden we een groepje waar later ook nog andere rijders bij aansloten. Nadat het licht geworden was wist ik dat ik de aansluiting met de kopgroep wel kon vergeten en eigenlijk schaatst je dan een soort toertocht waarbij dan alleen nog maar de wedstrijdlimiet geldt.

Toch heb ik vrijwel niets meegekregen van de sfeer van de Elfstedentocht omdat ik al mijn energie nodig had om geconcentreerd in mijn groepje te schaatsen, tegen de harde wind in. Ondanks dat het een zware Elfstedentocht was heb ik niet tot het uiterste hoeven gaan.

Op de Bonkevaart heb ik gewacht op de binnenkomst van mijn broers. Jos kwam als eerste wedstrijdrijder een minuut buiten de wedstrijdlimiet over de finish. Dat was een moeilijk moment waarbij ik probeerde hem wat te steunen. Ook Henk kwam net te laat over de finish voor het Elfstedenkruisje.

Mijn klassering inde Elfstedentocht van 1997 was mijn laagste klassering ooit, in een wedstrijd over 200km, daar baalde ik wel van. Aan de andere kant wordt de Elfstedentocht ook te belangrijk gemaakt, er zijn ook andere mooie langeafstandswedstrijden. De Elfstedentocht is op een bepaalde manier geen eerlijke wedstrijd, de kans op pech door toeval is groot. Sport beschouw ik als een soort meditatie waar je door training in weer en wind nieuwe energie krijgt. Het helpt ook bij de verwerking van tegenslagen zoals het verlies van mijn schoonouders die bij verkeersongeval ijn verongelukt.

Met het schaatsen van wedstrijden ben ik gestopt, maar op recreatief niveau trek ik graag nog een baantje. Het geluid van het schaatsen over het eerste laagje natuurijs wil ik niet missen, net als dat gevoel dat hoort bij een vorstperiode in de aanloop naar de grote tochten.“


Bron: It giet oan, zei Kroes

Laatste berichten