De mannen en vrouwen van '97 Yoeri Lissenberg, Bram Sikma en Bertjan van der Veen


Yoerie Lissenberg

Leeftijd in 1997: 26 jaar

Almere

Timmerman (ZZP)

Vriendin, twee kinderen

Yoeri:

“De Elfstedentocht van 1985 en 1986 maakte ik voor de TV mee, ik was supertrots dat mijn vader ook meedeed. Dat wil ik ook later, meedoen aan de Elfstedentocht, zei ik toen. Eerst richtte ik mijn aandacht op het langebaanschaatsen, maar toen ik merkte dat ik tekort om aansluiting te krijgen bij de top, begon ik motivatie te verliezen. In die tijd bestond nog de dienstplicht en daardoor ben ik er een jaar uit geweest. In het leger heb ik een mooie tijd gehad en nadat ik afzwaaide begon ik ook weer zin te krijgen om te gaan schaatsen.

na een tijdje koos ik ervoor om mij te richten op het marathonschaatsen. In het seizoen 1996-1996 won ik het cupklassement bij de B rijders. Tijdens de klassieker van Maasland op 2 januari 1997 hoorden we dat de Elfstedentocht doorging. Van Elfstedenkoorts had ik overigens geen last.

De Ostrinploeg, waavan ik deeluitmaakte, werd gevolgd door het blad Panorama. Dat zorgde veel hectiek in de voorbereiding. Ook moesten we van de ploegleiding de dag voor de Elfstedentocht oefenen in het snel aantrekken van schaatsen, in het donker. Ik dacht mijn schaatsen zijn scherp, er kunnen nu in de voorbereiding alleen maar dingen misgaan, laat mij maar lekker naar een muziekje luisteren en mij voorbereidien op de grote dag.

Onze ploegleider (Hans Homma) begon op de avond voor de tocht een speech tijdens het eten voor wat er allemaal kon gebeuren als je de Elfstedentocht zou winnen. Als jonge rijder wist ik dat dat niet realistisch was voor mij. De volgende dag, eenmaal in de startkooi, werd ik rustig, even geen gezeur aan mijn hoofd.

Mijn vader had als tip meegegeven om op oude schoenen het looponderdeel te doen. Tijdens het hardlopen liet een van mijn zolen los en daardoor stapte ik met een natte voet, half bevroren, voet in mijn schaatsschoen. Het eerste stuk naar Sneek ging loeihard, met de wind in de rug haalden we snelheden van ruim boven de veertig kilometer per uur.

Na verloop van tijd kwam ik in een groepje met Bart Veldkamp, John van Dijk en de Fin Paalasma. Bart Veldkamp schold voortdurend op alles en iedereen. Hij zat al vroeg in de wedstrijd steenkapot. Ik heb zelf ook flink moeten afzien op het gedeelte van Frankeker naar Dokkum. Met de harde tegenwind kon je nauwelijks je slag afmaken. De passage langs steden en dorpen, met al die toeschouwers, daar kreeg ik de moraal van om er tegenaan te blijven gaan.

Na Dokkum werden wij ingehaald door Bertjan van der Veen en Bram Sikma, bij hen heb ik aanhaken. De finish op de Bonkevaart is een unieke ervaring om mee te maken, politieagenten met een unoxmuts op die gewoon meedansten met de massa, dat zal je bij een voetbalwedstrijd niet snel zien.

Mijn ploeggenoot Willem Poelstra had (ook) een topprestatie geleverd en lag, bij de finish, in een EHBO tent bij te komen van de inspanningen. Daar heb ik hem opgezocht en even een praatje met hem gemaakt. Dat ik zelf ook diep gegaan was om de finish te halen, merkte ik in de dagen na de Elfstedentocht .De tocht is een geweldige ervaring geweest in mijn sportcarriere, net als het behalen van de Nederlands marathontitel op kunstijs, in 2009.

Ik heb een geweldige tijd gehad en het doet mij zeer om te zien dat de tijden veranderd zijn. Na afloop van de koers was het altijd een goede gewoonte dat we met zijn allen, of je nu uit Friesland of Brabant afkomstig was, even nableef praten, dat is helemaal verdwenen. Iedereen is (nu) vooral met zichzelf en zijn telefoon bezig."



Bram Sikma

Scharsterbrug

Leeftijd in 1997: 22 jaar

Docent

Getrouwd

2 kinderen


Bram:

“ Op mijn 9e jaar begon ik met schaatsen maar ik maakte nooit deel uit van jeugdselecties omdat sprintssnelheid tekort kwam, naarmate de wedstrijdafstanden langer werden kwam ik beter tot mijn recht.

In 1995, in mijn eerste jaar als B-rijder moest ik op de Plansee zelfs met de handen los rijden om aansluiting met het peloton te houden, Hoe kunnnen die mannen zo hard rijden, daar snapte ik niks van.

Een jaar later had ik een stap gemaakt en in Finland werd ik elfde in de Alternatieve Elfstedentocht. Dat was een geweldige opsteker. De week van de Elfstedentocht van 1997 kan ik voor mijn gevoel zo oproepen.

Tijdens de klassieker in Maasland kregen we door dat de Elfstedentocht, op zaterdag 4 januari gehouden zou worden, na deze mededeling ben ik direct afgestapt. Er brak een hectische tijd aan, de telefoon stond roodgloeiend en er moest veel geregeld worden.We zijn naar huis gereden, ik heb mijn tas gepakt en met de ploeg zijn we naar een bungalowpark in Grou gegaan. Daar was het onderkomen van de ploeg. De volgende morgen hebben we in alle vroegte de start geoefend en daarna zijn we nog langs een aantal cruciale punten langs het Elfstedenparcours gereden. Ik was niet echt zenuwachtig, ik vond het geweldig om mee te maken. Als ik 27 of 28 jaar ben, krijg ik nog wel een kans, dacht ik toen.

Op de wedstrijddag stond ik om 01.00 uur op en ik weet nog dat ik in de centrale hal van het park kwam en daar zaten mensen aan de bar. Zo, jullie zijn er vroeg bij. Nee, joh wij moeten nog naar bed, werd er lachend teruggezegd. Na een goede start had ik in Sneek hetzelfde gevoel als je een 1500m hebt gereden. Ik voelde al verzuring. Het tempo lag zeer hoog en ik moest mijn uiterste best doen om aan te klampen.

Ik kwam terecht in de derde groep in de wedstrijd. In Frankeker kreeg ik een adrealine stoot van al dat publiek, dat was een geweldige ervaring. Samen met Bertjan van der Veen en Jakob Zwart gingen we opweg naar Dokkum. Bij Oudkerk, opweg naar de finish, passeerden we een nog een groepje, hiervan pikte Yoeri Lissenberg bij ons aan.

De dag na de Elfstedentocht stond ik alweer aan de start bij een wedstrijd in Akkrum, ook in de week na de Elfstedentocht reed ik diverse wedstrijden. Achteraf besef ik dat ik veel te veel heb gedaan, en ziek worden een gevolg was van alle inspanningen.

Na de winter in 1997 was alle training gericht op een volgende tocht. Samen met Willem, mijn ploeggenoot en schaatsvriend hadden we het vaak over het winnen van de Elfstedentocht. We fietsten in de voorbereiding op het schaatsseizoen duizenden kilometers en spraken liefst over niets anders dan de Elfstedentocht. Op 16 oktober 1999 stond mijn wereld stil, Ik was erbij toen Willem na de finish inelkaar zakte. Ook ben ik meegeweest in de ambulance naar het ziekenhuis en was erbij toen het afschuwelijke bericht verteld werd dat Willem dood was.

Willem’s familie was daar en ook mijn moeder was naar het ziekenhuis in Amsterdam gekomen om de familie te ondersteunen. Nooit heb ik in mijn zoveel verdriet gezien als toen. Een paar weken voor het fatale moment waren we op trainingskamp geweest in Frankrijk. De hele dag trokken we met elkaar op, niets heb ik ooit gemerkt van klachten bij hem.

Willem bleef altijd zichzelf en wist wat hij wilde. Na afloop van de wedstrijd was hij een rustige en bescheiden jongen, maar in de koers was dat wel anders. Het is voor mijn nog altijd onbegrijpelijk en een zwarte bladzijde in mijn leven. Ondanks alle verdriet ben direct doorgegaan met mijn eigen leven, je hebt geen keus.

Na dertien jaar landelijk marathonschaatser geweest te zijn ben ik jaren ploegleider en trainer bij de Thyssen ploeg geweest. Als trainer ben ik misschien nog wel fanantieker dan als schaatser. Door mijn gezin heb ik tijdelijk even een pas op de plaats gemaakt, maar het schaatsen zit in mijn bloed, in welke rol dan ook, bij een Elfstedentocht in de toekomst ben ik van de partij! “



(foto: Hedman Bijlsma)

Bert Jan van der Veen

Leeftijd in 1997: 29 jaar

Joure

Beroep: ondernemer Brik

Getrouwd, twee kinderen

Bertjan:

“ Als zevenjarige jongen ben ik met schaatsen begonnen. Toch stopte ik weer toen ik een jaar of elf was, omdat al mijn vriendjes voetbalden. Op het CIOS in Heerenveen had ik schaatsen als keuzevak. Henk Gemser en Tjaard Kloosterboer waren mijn trainers. Bij de lessen herontdekte ik mijn plezier voor het schaatsen. Als onderdeel van de opleiding werd verwacht dat je je ook aansloot bij een schaatsvereniging. Op die manier ben ik weer wedstrijden gaan schaatsen. Daarna ben ik vrij snel marathonschaatser geworden. Na het CIOS startte ik een eigen sportschool en dat combineerde ik met het schaatsen. Daardoor trainde ik achteraf gezien veel te weinig. De Elfstedentocht speelde geen grote rol op dat moment in mijn leven. In 1996 schaatste ik voor het eerst een wedstrijd over 200km uit in Finland. Dat was mijn enige ervaring toen een jaar later de Elfstedentocht doorging. Na een goede start zat ik gelijk voor in de wedstrijd. Als zevende arriveerde ik in Sneek. Het ging loeihard en af en toe klonk er gevloek en hoorde je iemand in het riet vallen. Vanuit de duisternis doemde Sneek op. Daar kreeg ik tranen in mijn ogen toen ik de stad in reed. Er stonden zo ontzettend veel mensen te juichen, dat was een fantastisch moment. Ik ben geboren en getogen in Sneek en zo’n moment doet je echt wat. Het eerste stuk van de route kende ik goed. Vlak voor Woudsend voelde ik dat ik boven mijn macht schaatste en het iets rustiger aan moest doen. Daar verloor ik de aansluiting bij de kopgroep. Alleen schaatste ik verder het Slotermeer op. Daar kende ik de route ook goed. Ik had mijn eerste verzorging gemist en in Sloten besefte ik dat ik moest eten en drinken om niet stuk te gaan. Voordat je het stadje in schaatste, had ik al de verzorgers zien staan met hun tasjes in de aanslag. Na mijn stempel gehaald te hebben, waagde ik het erop en griste brutaalweg een tasje van een andere ploeg uit handen. Achter mij hoorde ik gevloek, maar ik kon verder. Pas bij Stavoren kwam ik bij een andere groep. Daarna was het stoempen tegen de harde wind in. Eigenlijk vond ik het te langzaam gaan, maar het was gekkenwerk om in het loodzware stuk in het noorden van Friesland opnieuw aan een solo te beginnen. Bij Bartlehiem waagde ik het er wel op. En reed ik weg. Bram Sikma sloot bij mij aan en met zijn tweeën schaatsten we kop over kop. Vlak voor Oudkerk haalden we nog een groepje in met daarin ook Bart Veldkamp. 'Doe, niet zo gek joh', riep hij nog. Alleen Yoeri Lissenberg sloot aan. Ik was niet volledig gesloopt toen ik over de finish kwam, later heb ik zelfs nog een stukje uitgelopen. Met mijn uitslag was ik niet tevreden. Twee dagen later werd ik derde in de klassieker in Eernewoude. Dat zegt genoeg. Een jaar later (1998) werd ik derde bij de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Met dit resultaat kwam het besef dat ik veel meer in mijn mars had dan ik dacht. Daarna ben ik professioneel marathonschaatser geworden. Tussen 1998 en 2008 heb ik de Alternatieve Elfstedentocht gewonnen en acht keer op het podium gestaan bij deze wedstrijden. Ook ben ik drie keer Nederlands Kampioen marathonschaatsen op kunstijs geworden. In die vorm had ik mee kunnen doen om de winst in de Elfstedentocht. Met verdriet moet ik helaas vaststellen dat ik deze kans helaas niet gekregen heb."

Laatste berichten