De mannen en vrouwen van '97: Kees Jan Kroon, Franke Bouwstra en René van der Meulen

Kees Jan Kroon

Geboortejaar: 1948

Leeftijd in 1997: 49 jaar

Volendam

IJzervlechte (gepensioneerd)

Getrouwd, twee kinderen

Kees Jan:

“In de winter van 1963 schaatste ik al lange tochten op de Gouwzee, maar pas na de deelname als toerrijder aan de Elfstedentocht in 1985 en 1986, ben ik wedstrijdrijder geworden.

In Volendam wordt van oudsher veel geschaatst en tijdens een vorstperiode zat ik als ijzervlechter in het vorstverlet. Elke dag schaatste ik met een ploegje dezelfde tocht naar Alkmaar en via Zaandam terug naar Volendam, in totaal honderd kilometer.

In de jaren tachtig heb ik zes keer deelgenomen aan de hele triathlon in Almere, maar vooral met schaatsen merkte ik dat ik meer kon dan gemiddeld. Eind jaren tachtig ben ik daarom gaan deelnemen aan de marathoncompetitie.

Met onze vaste schaatsploeg, die we gekscherend ‘de kneusjes’ noemen, hoorden we in een café in Spijkerboor dat de Elfstedentocht doorging. De volgende dag zijn we met de hele ploeg in een juichstemming naar Leeuwarden afgereisd, ik was de enige van het team die in de wedstrijd van start zou gaan.

Sommige wedstrijdrijders, waaronder ik, kregen een ander startnummer in de Elfstedentocht dan de gebruikelijke KNSB-nummers, maar dat moest wel op het pak genaaid worden. Spontaan kreeg ik hulp van de mensen bij wie we in Leeuwarden de nacht voor de Elfstedentocht verbleven. Die hulpvaardigheid vind ik de charme van de Elfstedentocht, iedereen helpt!

Als een van de weinige wedstrijdrijders ben ik naar de Zwette gewandeld en met een achterstand stapte ik daar op de schaats. Voor het Slotermeer sloot ik aan bij de staart van het peloton. De richting van het parcours was daar onduidelijk en daar heb ik een hoop valpartijen gezien, waaronder een rijder die tegen een boei aan knalde.

Om mijn heup droeg ik heuptasje met proviand, maar eenmaal onderweg merkte ik al snel dat de inhoud bevroren was geraakt. Tijdens de Elfstedentocht heb ik niets gegeten en gedronken en dat is mij later gedurende de wedstrijd wel opgebroken, want verzorging onderweg had ik niet geregeld.

Gevoelsmatig ging ik er onderweg vanuit binnen de limiet te rijden en dat bleek later ook zo te zijn. Na de finish duizelde het mij flink vanwege het vocht en energietekort. Trillend zat ik in de bus naar het FEC toen iemand een sinaasappel liet vallen, die rolde door en die kon ik grijpen, met schil en al zette ik daar mijn tanden in.

Mijn teamgenoten waren bij aankomst bij het verblijfadres nog onderweg in de toertocht en ik voelde me niet lekker, ik ben gelijk in de auto gestapt en snel naar Volendam gereden. Eenmaal thuis herstelde ik snel en enkele dagen later werd ik vijfde in een klassieker op het Veluwemeer.

Bij een valpartij op de Jaap Edenbaan in 1998 viel ik zo ongelukkig dat het weinig had gescheeld of ik was een nier kwijt geweest. Wekenlang heb ik in het ziekenhuis gelegen. Gelukkig kon ik na een lange tijd van revalideren mijn rentree maken in het peloton. Af en toe keerde het ongemak terug en moest ik weer naar het ziekenhuis.

Na de grote cafébrand in Volendam in 2001 heb ik dat nagelaten. Met al dat leed om ons heen wilde ik niet meer met mijn kwaal aankloppen bij het ziekenhuis, dat vond ik heel ongepast.

Met wedstrijdschaatsen ben ik inmiddels gestopt, maar als jeugdtrainer en recreatieschaatser en fietser, ben ik nog altijd met hart en ziel aan de sport verbonden.



Franke Bouwstra

Hartwerd

Leeftijd in 1997: 50 jaar

Veehouder (gepensioneerd)

Getrouwd, twee kinderen

Franke:

“ In de strenge winter van 1963 was onze boerderij ingesneeuwd en kon zelfs de melkwagen ons niet bereiken. Met kunst en vliegwerk moest ik de melkbussen bij de weg zetten. Op een van die dagen hoorde ik op de radio spreken over Reinier Paping en het winnen van de Elfstedentocht. Dat vond ik geweldig, daar wilde ik ook aan meedoen. In mijn jeugd schaatste ik veel op natuurijs. Vaak probeerde ik achter de illustere (schaats) broers Leffertstra en Fekken aan te schaatsen, bij hen woonde ik in de buurt.

Na de komt van de kunstijsbaan in Heerenveen ben ik aan wedstrijden gaan deelnemen, vooral de lange afstand lag mij goed. In Zweden won ik in 1972 een wedstrijd over 120km. In Friese kranten werd ik toen als kroonprins van de Elfstedentocht beschouwd, maar met het verstrijken van de jaren na 1963 bleef een Elfstedentocht uit.

Pas in januari 1985 was er voor het eerst een serieuze kans op een Elfstedentocht, maar op de valreep van de tocht sloeg het weer om en ben ik samen met mijn schaatsvriend Sjouke Zonderland toch op pad gegaan om de Elfstedentocht op eigen houtje te schaatsen.

Het was voor ons een grote verrassing toen, eind februari 1985, na een terugkeer van het winterweer de Elfstedentocht toch doorging. In die tijd had ik een boerderij in Scharsterbrug en plande ik meestal mijn werkzaamheden zodanig dat er zoveel mogelijk kalveren na de winter werden geboren. Dus, eind februari 1985, moest ik flink aanpoten om van start te kunnen in de Elfstedentocht.

Als (bijna) veertigjarige leek mij het winnen van de Elfstedentocht niet meer realistisch. Toch kon ik tot mijn grote verassing een lange tijd mee met de kopgroep. Samen met Albert Bakker heb ik nog een tijdje de wedstrijd aangevoerd. Bij Witmarsum verloor ik helaas de aansluiting met de kopgroep tijdens het klunen en finishte 26e in die wedstrijd. In 1986 kon ik die prestatie in de Elfstedentocht niet overtreffen en eindigde ik als 46e.

In 1997 was ik al gestopt met marathonschaatsen toen de Elfstedentocht werd uitgeschreven. Schaatscoach Klaas Visser had mij zien trainen en overtuigde mij om toch in de wedstrijd te starten. Er blies tijdens de Elfstedentocht een felle noordoostenwind en ik wist ik dat je dan vanaf Stavoren in de juiste groep moest zitten.

Als schaatser ben ik een ‘lichte rijder’ daardoor rijd ik makkelijk over slecht ijs en tegen de harde wind in, tijdens een zware Elfstedentocht zoals die van 1997 is dat een voordeel. Een lange tijd schaatste ik in een groepje met o.a. Piet de Boer, Ard Alderts en Baukje Bron. Pas na Dokkum wist ik dat ik binnen de limiet kon finishen.

De Elfstedentocht loopt als een rode draad in mijn leven, graag wil ik nog een keer starten in de toertocht. Ik dacht altijd als ik eenmaal gestopt ben met marathonschaatsen, dan heb ik tijd voor andere hobby’s zoals timmeren of 'seineharjen' (wedstrijden om de zeis scherp te maken) waarmee ik diverse kampioenschappen gewonnen heb, maar als ik daarmee bezig ben, bekruipt mij al snel het gevoel dat ik graag weer wil trainen.



Rene van der Meulen

Leeftijd in 1997: 36 jaar

Kampen

Banketbakker

Getrouwd, drie zonen

Rene:

“ In 1979 werd ik als jongen van achttien lid van de Elfstedenvereniging, als er natuurijs lag schaatste ik graag op het Veluwemeer, verder voetbalde ik fanatiek en deed aan atletiek.

In 1985 kwam ik over de finish in de Elfstedentocht en dacht, is dit het nu waar zo heroïsch over wordt gedaan. In 1986 lukte het me om meer genieten van de Elfstedentocht.

Door mijn beroep als banketbakker is het in november en december alijd heel druk, dan is het moeilijk om marathonschaatsen op landelijk niveau te combineren met mijn werk, daarom nam ik alleen deel aan regiowedstrijden, het bleef een droom om ooit de wedstrijd mee te doen in de Elfstedentocht.

Ruim voor de Elfstedentocht van 1997 heb ik wedstrijdleider Rein Zwart eens benaderd en vroeg of er voor mij mogelijkheden waren om in de wedstrijd te starten. Hij zei dat ik vooral goed moest presteren bij wedstrijden op natuurijs.

In de winter van 1996 kon ik mij bij de klassiekers op natuurijs goed staande houden in het peloton. Na de aankondiging van de Elfstedentocht in 1997 zocht ik opnieuw contact met Rein Zwart. Hij adviseerde mij om op tijd in het FEC te zijn en zei dat ik mij bij hem moest melden.

Rein Zwart zorgde terplekke ervoor dat ik als lid op uitnodiging van het bestuur mocht starten in de wedstrijd.

Uitrijden van de wedstrijd binnen de limiet dat was mijn grote doel. Achteraf stond ik 's ochtends in de startkooi te veel in de achterhoede waardoor ik geen goede start had en niet in de voorste groepen heb geschaatst.

De doorkomst in Sneek was een kippenvelmoment. Na Hindeloopen kon ik mijn armen niet meer van mijn rug krijgen zo ingespannen had ik geschaatst. Met wat schudden lukte het na enige tijd uiteindelijk toch. Dat is best wel eng. Voor Bolsward raakte ik bij het aanpakken van de verzorging mijn handschoen kwijt. Het was veel te koud om zonder handschoen verder te gaan. Ik ben teruggereden om die handschoen te pakken.

Daarna moest ik een uiterste krachtsinspanning doen om weer bij mijn groepje terug te komen. Even voor Harlingen sloot ik weer aan. Later op die dag kwam ik met een enorm voldaan gevoel over de finish. Hoewel ik diepgegaan was, zat ik niet helemaal stuk.

Een week na de Elfstedentocht nam ik deel aan de Bruggentocht in Drenthe. Daar werd ik vierde tussen de A en B-rijders.

Na de Elfstedentocht van 1997 ben ik tot vandaag de dag deenemer aan de hoogste competite bij de masters, op de Weissensee ben ik ook Nederlands Kampioen geweest in mijn klasse geweest. Mijn vorm is goed. Het afgelopen seizoen nam ik samen met mijn zoon deel aan de Alternatieve Elfstedentocht in Oostenrijk. Wij eindigden samen voorin de wedstrijdsuitslag. Graag zou ik de naam van mijn zoon en mij ook nog eens in een uitslag van de Elfstedentocht zien staan."


Laatste berichten