De mannen en vrouwen van '97 96 t/m 94 Ard Alderts, Tanno Bok en Piet de Boer



Ard Alderts

Geboortejaar: 1969

Leeftijd in 1997: 28 jaar

Getrouwd, drie kinderen

Sint Nicolaasga

Ondernemer

Ard:

“De Elfstedentocht van 1997 is een bepalend evenement geweest in mijn sportcarrière. Zoals veel jongens begon ik met voetbal, in winters met natuurijs schaatste ik zoveel mogelijk. Mijn zus (Tilly) was een goede marathonschaatsster en mijn vader schaatste twee keer de Elfstedentocht. Begin jaren negentig maakte ik definitief de keuze voor het schaatsen.

‘Man’, wat heb ik af moeten zien om tijdens de Elfstedentocht binnen de tijd over de finish te komen. Een jaar voor de Elfstedentocht werd ik getroffen door zware pech. Tijdens een 1500 m op Thialf kwam ik in botsing met een baancommissaris. Mijn schouder bleek uit de kom en ter observatie belandde ik in het ziekenhuis. Pas later werd geconstateerd dat ik gebroken nekwervels had, waaraan ik geopereerd moest worden.

In het seizoen 1996-1997 was ik nog maar net in training toen het ‘ít giet on’ klonk. Ondanks dat ik een Fries ben, kende ik het fenomeen Elfstedentocht maar matig.

Na een redelijk goede start viel ik op de Luts een aantal malen hard. In de buurt van Bolsward was ik helemaal kapot. Daar zag ik mijn ploegleider van Bional, Anjo Hofman staan. In gedachten zag ik mijzelf al lekker in een verwarmde auto zitten.

Anjo zei: “Schaats nog even honderd meter door, daar staat Henk Bijl, de directeur van de ploeg.” Dat deed ik, maar eenmaal honderd meter verder, was Anjo in geen velden of wegen te bekennen. Dus stond ik er weer alleen voor. Ik moest wel doorgaan, in het open land stond verder helemaal niemand. Achteraf gezien ben ik Anjo zo ontzettend dankbaar. Ik herstelde enigszins van die inzinking en dacht, wat er ook gebeurt, ik rijd deze tocht uit!

Onderweg herkende ik in de hel van het noorden weinig andere marathonschaatsers, behalve Tanno Bok.

Samen zijn we doorgereden. In Dokkum had ik nog wel de puf om te genieten van de mensenmassa. Op de terugweg gingen gingen Tanno en ik af en toe rechtop staan en deden onze armen wijd, zo hoopten we van de meewind te profiteren.

Onderweg naar Oudkerk was ik echt met mijn grens bezig. Volkomen gesloopt kwam ik even later over de finish. Na al die jaren zitten er zelfs nu nog littekens op mijn voeten van de blaren die ik toen heb opgelopen. Ik moest zelfs de bus naar het FEC in getild worden. Thuis had ik zelfs geen kracht om mijn kleren uit te doen.

Het uitrijden van de Elfstedentocht en nog een aantal sportieve prestaties die ik geleverd heb, zijn vormend geweest voor mijn leven. Daar heb ik misschien wel meer over mijzelf geleerd dan ooit op school!

Na de Elfstedentocht van 1997 trainde ik er jarenlang voor om bij een volgende Elfstedentocht optimaal getraind aan de start te staan.

Daar heb ik toen later de hulp van Jillert Anema voor ingeroepen. Na een fysieke test zei hij: “alles wat je niet leuk vindt, daar ben je niet goed in.” Vervolgens gaf hij mij gerichte trainingsadviezen.

Van grote betekenis is de steun van mijn vrouw Jeltsje geweest die tijdens mijn schaatscarrière altijd achter mij stond . ‘Heit, voetballen?', vroeg mijn zoontje eens toen hij klein was. ‘Nee, heit moet trainen’, zei ik en ik fietste de straat uit. Aan het einde van de straat keerde ik om en voelde ik dat het ‘mooi’ was geweest. Verder zei ik dat tegen niemand, want van Jillert had ik geleerd dat wie dit voortijdig aankondigt, al gestopt is."



Tanno Bok

Geboortejaar: 1967

Leeftijd in 1997: 30 jaar

Akkrum

Woont samen met Christina, twee kinderen

Beroep: metaalbewerker De Vries metaal Makkum

Tanno:


"Ik ben licht gebouwd en in mijn tijd als A-rijder, zat ik snel onder mijn gewicht, daardoor was ik snel vatbaar griep en verkoudheid. Geregeld lag ik er daardoor een tijdje uit en heb roofbouw op mijn lichaam gepleegd Als schaatser moest ik het vooral van mijn techniek hebben, voor de top kwam ik fysiek wat tekort.

Mijn werk als metaalbewerker moest ik combineren met het marathonschaatsen. In die tijd was het gewoon voluit trainen, tot er iemand af moest in de training. Met de kennis die ik nu heb zou ik het anders aanpakken.

In 1986 heb ik meegedaan aan de Elfstedentocht als toerrijder, dat was fantastisch, maar mijn sportieve hoogtepunt, mijn deelname aan de wedstrijd in de Elfstedentocht van 1997. Op het moment dat ik die wedstrijd schaatste, dacht ik daar wel anders over.

Na Franeker was ik zo kapot dat ik gewoon het riet in waaide. Al liggend heb ik daar hardop om mijzelf moeten lachen. Mijn vader zou meerijden met de auto langs het parcours en mij bevoorraden.

Het is, achteraf gezien goed dat hij mij vanwege de drukte op de wegen in Friesland niet kon bereiken, anders was ik afgestapt. Het laatste stuk schaatste ik samen met Ard Alders. Hij zat zo kapot dat hij zelfs moest janken, 'Kom op Ard, doorgaan', riep ik.

Ik was intens blij dat ik het gehaald had, maar bij de finish kon mijn familie mij niet bereiken. Alleen kwam ik aan in een nog lege Frieslandhal. Daar was sportmassage te verkrijgen. Ik weet nog dat ik en mijn masseur heel hard moesten lachen, om mij heen waren allemaal jonge masseuses in de weer, maar ik werd gemasseerd door een grote neger.

In totaal heb ik 15 jaar bij de A-rijders gereden en veel meegemaakt, aan de sport heb ik ook veel te danken. De keerzijde van het succes heb ik ook meegemaakt. Een paar jaar na de Elfstedentocht van 1997 zou ik in een ploeg gaan schaatsen waar van alles was toegezegd, maar uiteindelijk bleken het allemaal leugens. Dat zet je met beide benen op de grond, daar zijn zelfs nog rechtszaken over gevoerd.

Ik was erbij toen Willem Poelstra in 1999 op de Jaap Edenbaan in Amsterdam werd getroffen door een hartstilstand. Vlak voor de finish zwabberde hij ineens, viel en is nooit meer opgestaan. Dat was een zeer heftig moment.

Een goede vriend van mij raakte ernstig ziek en overleed, bij de verwerking daarvan dankte ik mijn ervaringen in de sport om zelf niet in de put te raken en door te zetten. Voor een fonds om onderzoek mogelijk te maken heb ik mij voluit ingezet en hiervoor heb ik mijn dorpsgenoot Foppe de Haan benaderd. Hij begreep de situatie direct en heeft zich belangeloos ingezet voor een campagne, dat is, net als het halen van een kruisje in de Elfstedentocht, een fantastisch moment. "



Piet de Boer

Geboortejaar: 1946

Leeftijd in 1997: 51 jaar

Jellum

Veehouder

Getrouwd, twee kinderen

6 kleinkinderen

Piet:

“Mijn vader gaf niks om de Elfstedentocht. In de tocht van 1942 waren er drie mensen om het leven gekomen als gevolg van bevriezingsverschijnselen, hij vond het maar gekkenwerk. Vandaar dat mijn schaatsaspiraties zich vooral richtten op de kortebaan.

In het kortebaanschaatsen ben ik heel succesvol geweest. In totaal ben ik tien keer Nederlands Kampioen geworden. Van de eerste kernploeg sprint, die eind jaren zestig werd opgericht, maakte ik ook deel uit.

In 1976 kwalificeerde ik mij net niet voor de Olympische Spelen in Innsbruck. Na verloop van tijd word je sprintsnelheid minder als je ouder wordt en voor mij gold dat ik mijn aandacht verlegd heb naar de lange afstand.

In 1985 was ik nog maar net landelijk marathonschaatser en vond ik het verstandiger om tijdens als toerrijder aan de Elfstedentocht deel te nemen, als eerste toerrijder arriveerde ik op de Bonkevaart.

In 1986 startte ik wel in de wedstrijd en finishte ruim binnen de wedstrijdlimiet. Het vroor streng en onderweg verloor ik mijn muts. Toen ik mijn vrouw zag heb ik haar muts van het hoofd gerukt en zo kon ik veilig verder.

In 1997 was ik de vijftig al gepasseerd maar bij de masters deed ik nog goed mee in het klassement. Ook in 1997 was het bar koud en stond er een harde wind, daardoor wist ik dat ik zo snel mogelijk in Stavoren moest komen om vanaf daar, tegen de wind, in een sterke groep te kunnen schaatsen.

Op het Slotermeer waren de kistwerken niet zichtbaar en daar ben ik hard ten val gekomen. Op één van die kistwerken. Onderweg kreeg ik het zo koud, dat mijn rechterarm niet meer kon bewegen met als gevolg dat ik nauwelijks eten en drinken kon aanpakken. Na Dokkum kreeg ik daardoor toch een flinke hongerklop te verwerken.

Als je dan in een zware tocht binnen de tijd weet te finishen, is dat geweldig. Dat is zeker een hoogtepunt in mijn sportcarrière. Een ander hoogtepunt is het verkrijgen van de titel sportman van de twintigste eeuw van Friesland. Begin 2000 beëindigde ik mijn schaatscarrière, maar de komst van de Elfstedenhal in Leeuwarden heeft het schaatsen voor mij wel een nieuwe impuls gegeven. In de winter schaats ik zo’n vier keer per week. Als er een Elfstedentocht komt, wil ik er klaar voor zijn."



Laatste berichten