De mannen en vrouwen van '97: 99 t/m 97: Piet Hettinga, Gerrit Terpstra en Teun Breedijk

Piet Hettinga


Geboortejaar: 1961

Leeftijd in 1997: 36 jaar

Heeg

Ondernemer, eigenaar installatiebedrijf en rederij

Samenwonend

Geen kinderen

Piet:

“Ik ben geboren en getogen in Heeg. De omgeving rond het dorp is een zeil- en schaatsgebied bij uitstek. Alleen als er natuurijs lag stond ik op de schaats. In de strenge winter van 1979 heb ik veel geluk gehad. Tijdens een schaatstocht op het IJsselmeer schaatste ik met een paar vrienden opeens in een wak in. Vlak voor de kust van Workum ontsnapten we aan de dood. Op het spiegelgladde, zwarte ijs, dat heel betrouwbaar leek, hield het ijs opeens niet meer. We hebben voor ons leven moeten vechten om er uit te komen. Het liep allemaal goed af, maar heeft er wel voor gezorgd dat ik zwart ijs nooit vertrouw.

Pas na het rijden van de Elfstedentocht in 1985 ben ik lid geworden van schaatsvereniging de Preamkeskouwers. De befaamde schaatstrainer Willem Visser ontfermde zich over mij. Het was een man met aparte karaktertrekken, maar een geweldige trainer. Van hem ik goed leren schaatsen.

In de jaren negentig werd ik landelijk marathonschaatser bij de B-rijders. In 1997 kon ik eindelijk de Elfstedentocht in de wedstrijd schaatsen. In 1996 had ik op de kunstijsbaan een schaats in mijn been gekregen. Dat zorgde ervoor dat ik veel moeite had met hardlopen en klunen. Met achterstand kwam ik aan bij de Zwette-haven. Tegelijkertijd arriveerde ik daar met Piet Kleine. Het is ongelofelijk hoe hard Kleine in het donker naar Sneek is geschaatst en aansloot bij de kopgroep. Ik heb angst om in het donker te schaatsen en de eerste kilometers had ik het heel moeilijk. Af en toe word ik er nog bang van. Het was pikkedonker en hoewel ik de omgeving op mijn broekzak ken, was het voor mij op het Slotermeer heel lastig om mij te oriënteren.

Bij Molkwerum begon het een beetje licht begon te worden en kon ik de balans opmaken van het eerste gedeelte van de wedstrijd. Ik schaatste in een grote groep waar slecht werd samengewerkt. Ik had wel door dat als het tempo niet omhoog ging, de wedstrijdlimiet in gevaar kwam. Na een demarrage uit deze groep kreeg ik alleen Marcel Huismans mee. Samen beukten we kilometers lang tegen de wind in.

In Bolsward stonden tienduizenden mensen langs de kant en klonk er een geweldig gejuich bij onze binnenkomst. Dat moment is het meest bijzondere geweest uit mijn schaatscarrière. Na het passeren van Bolsward was het voor mij wel duidelijk dat het te veel van onze krachten zou vergen om dat tot Dokkum vol te houden.

We hebben ons laten afzakken en in een groepje van vijftien schaatsers gingen we verder. De tijdslimiet speelde constant door mijn hoofd. Ik wist dat we op het randje zaten. In Dokkum hoorden we, dat we nog twaalf minuten speling hadden op het schema om binnen de limiet te blijven.

Vanaf Dokkum heb ik alles gegeven wat ik had. Het is haast niet te beschrijven, zo blij dat ik was dat het me lukte om het kruisje in de wedstrijd te halen. Tot vier jaar geleden heb ik wedstrijden gereden. In het buitenland heb ik tientallen keren een 200 km wedstrijd geschaatst, maar de Elfstedentocht blijft de mooiste dag die je als schaatser kunt beleven."



Gerrit Terpstra

Geboortejaar: 1959

Leeftijd in 1997: 38 jaar

Leeuwarden

IJsmeester Elfstedenhal

Getrouwd, 2 kinderen

Gerrit:

“ Ik kom uit een schaatsfamilie. Als jongen werd ik ‘s ochtends in strenge winters op een vijver gezet in Leeuwarden en het liefste stopte ik pas met schaatsen als het donker was. In mijn jeugd hadden mijn ouders geen tijd om mij te brengen naar de kunstijsbaan in Heerenveen, wel was ik lid van de schaatsvereniging de IJsleeuwen in Leeuwarden.

Pas na deelname als toerrijder aan de Elfstedentochten in 1985 en 1986 zette ik de stap richting het marathonschaatsen. Via de C-categorie klom ik gestaagd op naar de A-catergorie. In 1991 boekte ik een mooi resultaat, door als derde te finishen in de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Daarbij moet ik wel aantekenen dat er een hoop ‘toppers’ niet waren omdat deze een startverbod voor deze wedstrijd hadden gekregen.

In 1997 ging voor mij een droom in vervulling door als wedstrijdrijder te starten in de Elfstdentocht.

Mijn vader bracht mij achterop de fiets naar de start. In de stad zag ik collega’s uit de kroeg komen terwijl ik naar de start ging. In de startkooi kreeg ik al kippenvel, zo mooi vond ik het.

Daar stond ik naast Rein Jonker, hij was ook mijn trainer, in de Friese selectie. Hij had een barkruk bijzich waarop hij zat in de startkooi. Ook had hij een grote tweeliter fles bij zich waarin hij kon plassen. Er waren geen sanitaire voorzieningen in de startkooi, daar sta je wel meer dan anderhalf uur te wachten! Is dit allemaal wel echt, het voelde alsof ik in een film beland was.

Na het startschot werd overal op straat mijn naam geroepen. Dat is het voordeel dat je hebt als Leeuwarder. Het eerste gedeelte van de route kende ik op mijn duimpje. In die tijd werkte ik bij de ING in Leeuwarden. Na het werk schaatste ik als training op de Zwette in het donker van Leeuwarden naar Sneek en weer terug.

In de Elfstedentocht kwam ik in een groepje terecht met Piet Hettinga en Rene van der Meulen. Nadat ik enkele rijders op het Slotermeer in het donker tegen een boei op zag rijden, wist ik dat ik voorzichtig moest zijn.

Na Stavoren ben ik echt aan het ‘beuken’ geweest om tegen die harde wind in te komen. Dokkum was een lange tijd het richtpunt, vanaf daar krijg je langzaam Leeuwarden in zicht, hoewel het dan (nog) een heel eind is, begon ik steeds meer te genieten van deze unieke dag.

Na 1997 heb ik een zware rugblessure gehad en het zag er naar uit, dat ik nooit meer zou kunnen schaatsen. Dat is voor mij verschrikkelijk want er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan de Elfstedentocht denk. De gedachte dat ik niet meer zou kunnen deelnemen is nauwelijks te verdragen.

Na een lange revalidatie ben ik er bovenop gekomen. Ik heb vijfentwintig keer een 200km wedstrijd geschaatst en nog altijd schaats ik met veel plezier bij de masters. Na een reorganisatie bij de ING was er voor mij geen werk meer en kwam ik thuis te zitten.

Na de bouw van de Elfstedenhal in Leeuwrden ben ik door ijsmeester Meindert Timmerman benaderd om ijsmeester te worden en de zamboni te gaan besturen. Dat lijkt misschien eenvoudig, maar het is echt een vak.

Ik heb het grote geluk gehad dat ik dit werk mag doen. Als het publieksuur voorbij is en het is ‘s avonds laat dan zet ik soms de geluidsinstallatie vol open en schaats ik soms in mijn eentje rondjes in de Elfstedenhal. Dat is gewoon kicken!’



Teun Breedijk

Woudenberg

Geboortejaar: 1948

Leeftijd in 1997: 49 jaar

Gepensioneerd veehouder/ voormalig landelijk marathoncoördinator KNSB /Ploegerleider AB vakwerk/ diverse functies bij de KNSB

Leeftijd: 68 jaar

samenwonend

Kinderen: 3

In Holysloot ben ik geboren en getogen. In het waterrijke gebied rondom het dorp leerde ik schaatsen. In de strenge winter van 1963 heb ik veel tochten gereden. Vanaf de start van de marathoncompetitie, begin jaren zeventig, ben ik actief in het marathonschaatsen.

Aan de eerste alternatieve Elfstedentochten die in Noorwegen georganiseerd werden in die jaren stond ik al als deelnemer aan de start. Alles stond voor mij in het teken om een keer deel te nemen aan een echte Elfstedentocht.

Van de eerste Elfstedentocht die ik 1985 gereden heb, heb ik na al die jaren wachten echt genoten. Na voor mijn doen een goede wedstrijd gereden te hebben, eindigde ik als 81e.

De Elfstedentocht van 1986 heeft op mij als wedstrijdrijder minder indruk gemaakt. Aan de Elfstedentocht van 1997 bewaar ik mijn beste herinneringen als marathonschaatser. Inmiddels was ik de vijftig genaderd, maar ik was nog fit genoeg om in de wedstrijd te starten.

In de tussentijd had ik in Kollum een nieuw melkveebedrijf opgestart. Vanuit Kollum vertrok ik ’s morgens vroeg naar de start samen met Jaap Dickhout, mijn verzorger en zijn dochter Janneke die ook meedeed aan de wedstrijd.

Na Bolsward schaatste ik in een grote groep, maar het tempo lag voor mijn gevoel te laag. 'Jongens, kom op nou, als we op tijd binnen willen zijn, dan moet er nu wel wat gebeuren,' riep ik. Later kwam ik in een groepje waarin ook Baukje Bron reed, zij was nog volop in de strijd voor de prijzen.

Volle bak heb ik vanaf Dokkum geschaatst om binnen de wedstrijdlimiet te blijven. Enorm blij was ik na het passeren van de eindstreep. Na een carrière van vijfentwintig jaar als marathonschaatsen, kon ik mij geen beter afscheid voorstellen dan het behalen van mijn derde kruisje in de wedstrijd.

Als schaatser heb ik een geweldige tijd meegemaakt en aan veel bijzondere wedstrijden meegedaan.

Kort na die fantastische Elfstedentocht in 1997 werd op mijn boerderij bij één van mijn topkoeien BSE vastgesteld. In Friesland was ik korte tijd tot de topfokkers gaan behoren en won daarmee diverse prijzen. Het was een hard gelag om mee te maken wat voor zware wissel dat trekt op je bedrijf en op je privé-leven. Op een gegeven moment hebben we zelfs de gordijnen dicht gedaan en pas na twee weken weer geopend omdat er zelfs fotografen in de tuin lagen om foto’s te maken. Alle dieren moesten geruimd worden, dat was het ergste.

Ik heb de boerderij weer helemaal moeten opbouwen. Later heeft mijn dochter het bedrijf overgenomen. O.a. door mijn activiteiten als (voormalig) landelijk marathoncoördinator bij de KNSB ben ik in het midden van het land gaan wonen, ik fiets nog veel en af en toe zie ik als kenner iets bijzonders aan het vee in het land. Of als er weersomslag aan zit te komen, dan bel ik sommige oud-collega boeren. Tja, net dat is net als de liefde voor natuurijs, dat blijft er altijd inzitten."

Laatste berichten