De mannen en vrouwen van '97: Adriaan Krom, Symen Algra en Bas Doorten


(94) Symen Algra, (66) Jeroen de Vries

Foto: Frits Zweed




Adriaan Krom

Leeftijd in 1997: 32 jaar

Wormerveer

Bouwkundig opzichter woningcorporatie

Adriaan:

“In 1985 heb ik als toerrijder de Elfstedentocht gereden, ik was net 20 jaar en in die tijd hoefde je nog geen lid te zijn om deel te nemen. Er stond veel water op het ijs en er moest heel veel gekluund worden. Pas om 23.00 uur waren we weer terug in Leeuwarden. Het laatste gedeelte van de tocht heb ik mijn vader op sleeptouw moeten nemen. Hij was helemaal kapot. Ik werd geen lid van de Elfstedenvereniging want ik dacht, dat duurt vast weer 22 jaar, voordat die tocht gehouden kan worden.

In 1986 heb ik als zwartrijder meegedaan aan de Elfstedentocht. In Leeuwarden ben ik ’s ochtends vroeg tussen de schaatsers gesprongen en heb een vlaggetje (dat diende als herkenningsteken voor de Elfstedenrijders) van een schaatser die voor mij liep, van zijn rugzak getrokken en ben van start gegaan.

Na 1986 ben ik mij gaan toeleggen op het marathonschaatsen. Begin jaren negentig promoveerde ik van de C-rijders naar de landelijke B-rijders. In de sprint kwam ik tekort en ik moest het vooral hebben van mijn schaatstechniek.

Tijdens de klassieker in Maasland op 2 januari 1997 hoorden we tijdens de wedstrijd dat de Elfstedentocht twee dagen later gehouden zou worden. In die tijd reed ik in de Seignette ploeg en die had in samenwerking met mijn schaatsvereniging STG Zaanstreek de begeleiding georganiseerd.

We overnachtten in het NUON gebouw in Leeuwarden. De volgende dag zat ik gelijk goed in de race en heb ik de wedstrijd van mijn leven gereden. Door een moment van onoplettendheid verloor ik onderweg mijn handschoen, en heb een stukje van de route terug moeten schaatsen om die te pakken te krijgen.

Onderweg kwam ik Auke Broeckx tegen, hij was een trainingsmaatje en schaatste als één van de weinigen op klapschaatsen. Onderweg had hij materiaalpech gekregen, ik leefde met hem mee, maar kon niks doen.

Op de Dokkumer Ee stonden mijn vader en moeder, dat had ik niet verwacht. Bij een boer langs de route mochten ze tv kijken en zagen mij ook een keertje door het beeld flitsen. Van mijn vader heb ik nog een bidon kunnen aanpakken.

In mijn groepje reed ook Baukje Bron, bij de finish zag ik in alle de hectiek niet dat zij Jenita Smit op de meet gepasseerd was. Net na ik over finish kwam sprak NOS verslaggever Evert ten Napel mij aan. Aan hem vertelde ik dat ik dacht dat het voor de toerrijders zwaar zou worden.

Mijn collega’s in Amsterdam zagen mij op tv en daar kreeg ik later veel leuke reacties op. In 1999 ben ik gestopt met deelname aan de landelijke competitie. Bij de masters heb ik later in de regiomarathons nog ‘leuke’ prijzen kunnen winnen.

Afgelopen winter merkte ik dat ik sneller verzuurde dan anders bij inspanningen. Bij een bedrijfskeuring die toevallig plaatsvond, werd vastgesteld dat, ondanks mijn sportieve levensstijl, mijn cholesterolwaarden veel te hoog zijn en ik twee vernauwde kransslagaders heb. Gelukkig ben ik er op tijd bij geweest want graag doe ik nog een keertje mee als toerrijder aan de Elfstedentocht.”


S

Symen Algra

Leeftijd in 1997: 34 jaar

Terwispel

Getrouwd

2 kinderen

Dierverzorger CRV interfarms

Symen:

“In de jaren tachtig volgde ik vooral als supporter het schaatsen. Pas later, in 1990 werd ik landelijk B- rijder. In het seizoen 1996-1997 was ik in een goede vorm, vlak voor de Elfstedentocht van 1997 gehouden werd mijn zoontje ziek en moest opgenomen worden in het ziekenhuis. Ik zat in zak in as, en wilde tegelijkertijd dolgraag meedoen aan de Elfstedentocht, maar als B-rijder en niet ingeloot lid, voldeed ik niet automatisch aan de criteria om toegelaten te worden tot de wedstrijd.

Als een geschenk uit de hemel kwam er een onverwacht en verlossend telefoontje van de KNSB wedstrijdcoördinator, de heer Bezembinder. Hij vertelde mij dat ik op basis van het natuurijsklassement bij de B-rijders werd toegelaten tot de Elfstedentocht.

In Ankeveen was ik als snelste B-rijder geïndigd bij het NK een kleine week voor de Elfstedentocht. Na het telefoontje sprong ik een gat in de lucht. Via familie en kennissen regelde ik de verzorging voor onderweg. Een dag later barstte het avontuur los.

Als ongeveer dertigste schaater vertrok ik op de Zwette. Bij Sneek kreeg ik na het klunen een enorme braam op mijn schaats. Op het eerste gedeelte van de route, tot Stavoren blies de harde wind de schaatsers in de rug, op sommige stukken haalden we, denk ik snelheden tegen de vijftig kilometer per uur. Bij elke slag hoorde ik ondertussen een suizend geluid van die braam op mijn schaats.

Bij een verzorgingspunt, ik dacht bij Sloten, ben ik gestopt. Er was helaas niemand die een braamsteentje bijzich had. Noodgedwongen heb ik mij laten afzakken en kwam later terecht in een groep met Albert Bakker en Jenita Smit.

Overleven, opletten en de scheuren ontwijken, dat is het enige waar je mee bezig bent op zo'n moment. Aan het einde van de Luts reed een aantal schaatsers uit mijn groepje zo op een sneeuwduin.

Na Stavoren voelde het schaatsen als ‘klauwen’ tegen de harde wind in. Na Franeker kwam ik steeds meer op bekend terrein.De ‘Hollanders’ in de groep vroegen steeds hoever het nog was.

In Mûnein ben ik geboren en getogen, dat bevindt zich op het noordelijk deel van de Elfstedenroute, we schaatsten over de sloten en vaarten waar ik al als kind geschaatst had.

Na Dokkum wist ik dat ik het ging halen. Voor de wind wilde ik niets liever dan zo snel mogelijk naar Leeuwarden. Bij Oudkerk stond mijn vrouw langs de baan. Door de harde wind waaide ze zo het ijs op, een toeschouwer hield haar vast toen ik er aan kwam.

Ze stak haar arm met het tasje uit, toen ze mij zag, maar ik reed door zonder het aan te pakken. Al die tijd had ze daar gestaan, maar je blikveld is beperkt op dat moment.

Jenita Smit werd door de jury als derde geklasseerd, maar op de valreep werd zij bij de finish ingehaald door Baukje Bron. Dat was mij ook ontgaan omdat ik helemaal kapot zat.

Het jaar na de Elfstedentocht werd ik A-rijder. Door een blessure aan mijn heup kon ik daar niet bereiken waar ik op gehoopt had. Na afloop van een schaatstraining in Groningen in het najaar van 1999 kreeg ik samen met mijn trainingsmaat Freek Kloosterman een ernstig verkeersongeluk.

Door onoplettendheid van een tegenligger werden wij vol geraakt. Voor mijn schaatsmaat was het letsel zo groot dat het einde van zijn schaatscarriere betekende. Ik heb er ook jaren over gedaan om weer op niveau terug te komen. Aan de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee doe ik nog jaarlijks mee en dat is voor mij een hoogtepunt in het jaar.



Bas Doorten

Leeftijd in 1997: 22 jaar

Heerenveen

Commercieel directeur

Getrouwd, 2 kinderen

Bas:

" In het schaatsseizoen 1996-1997 reed ik voor het eerst bij de A-rijders en had het geluk, dat er juist in dat jaar, een Elfstedentocht gehouden werd. In Wapserveen groeide ik op en In de waterrijke omgeving rond het dorp schaatste ik voor mijn gevoel elke winter wel op natuurijs.

Ik vond schaatsen een leuke sport om te doen en werd lid van de ijsclub ZWD. Wekelijks ging ik naar de ijsbaan in Assen. Voor de langebaanselectie kwam ik tekort en daarom ben ik marathons gaan schaatsen. Ook mijn plaatsgenoot Piet Manden was hiervoor een inspiratiebron, hij haalde mij ook over om te gaan skeeleren. Ik heb nooit met oogkleppen op aan sport gedaan, het sociale aspect vind ik ook belangrijk. Tijdens mijn schaatscarrière combineerde ik korfbal en schaatsen.

Op het moment dat de Elfstedentocht werd aangekondigd op 2 januari 1997 lag ik ziek op bed. Toch voelde ik me goed genoeg om de voorbereidingen op de tocht direct in gang te zetten. Mijn ouders en ooms planden om op vijf plekken langs de route te staan. De verzorging onderweg is later ook prima verlopen.

Samen met marathonschaatser Wim Mol ben ik naar Leeuwarden gereisd en konden we bij familie, vlakbij de start, overnachten. Ik wist dat ik de tocht niet kon winnen, het uitrijden was het belangrijkste doel.

De wedstrijd ben ik vlot gestart, maar ik zorgde er wel voor dat ik de hele wedstrijd gedoseerd kon rijden. Na Sloten kwam ik in een groepje te schaatsen dat gedurende de Elfstedentocht niet van samenstelling veranderd is.

Engbert van de Woude en Wout de Vries schaatsten hierin en hen kende ik goed. Zij waren ervaren en hielden het tempo constant. Na de finish op de Bonkevaart ben ik op sokken in een taxi gestapt. De chauffeur bracht mij gratis naar mijn overnachtingsadres. Daar ben ik even op adem gekomen en nog dezelfde middag ben ik weer naar huis gegaan.

's Avonds ben ik eventjes naar de kroeg gegaan in Wapserveen, daar wilde iedereen mijn Elfstedenverhaal horen. Met marathonschaatsen ben ik enkele jaren na de Elfstedentocht gestopt omdat ik voorrang gaf aan mijn studie (tropische plantenkunde) en het studentenleven dat daarbij hoorde.

Na tien jaar niet geschaatst te hebben, heb ik het weer opgepakt op recreatief niveau. Mijn conditie is fors afgenomen, maar het schaatsen verleer je niet. Een paar jaar geleden werd ik meegelokt naar Oentsjerk door familie, hadden ze een foto van mij aangeleverd voor het Elfstedenbruggetje, daarmee heeft een mooie herinnering een bijzondere plek gekregen!"


Bron: It giet oan, zei Kroes. Elfstedentocht 1997: Het verhaal van 125 wedstrijdrijders

Laatste berichten