De mannen en vrouwen van '97 Eelco Hassing, Gerard Stark en Jannes Kadijk "Do hast it helle"



Eelco Hassing

1950

Joure

Beroep: gepensioneerd medewerker DE Joure

Getrouwd

Kinderen: 2

Eelco:

“Ik ben pas laat begonnen met de schaatssport. Tot mijn 32e jaar heb ik gevoetbald, rugklachten zorgden ervoor dat ik moest stoppen. Op een verjaardag werd ik overgehaald om eens mee te gaan naar een schaatstraining.

Na enige tijd mocht ik meedoen met de trainingsgroep van Jeen van den Berg. In de jaren tachtig vond ik mijzelf nog niet goed genoeg om deel te nemen aan wedstrijden op natuurijs.

In 1997 had ik op sportief gebied een stap gemaakt en maakte inmiddels al enige jaren deel uit van het landelijke mastercircuit. Na in de jaren tachtig als toerrijder twee Elfstedentochten te hebben gereden was het een grote wens om bij een volgende tocht in de wedstrijd starten. Op 3 januari 1997 was het eindelijk zover, dat ik me kon inschrijven als wedstrijdrijder.

Net als bij mijn deelname aan voorgaande Elfstedentochten overnachtte ik de nacht voor de tocht in Leeuwarden. Vlak bij de start in de Tesselschadestraat had ik een overnachtingsadres.

Mijn zwager en zoon had ik gevraagd om mij onderweg drinken aan te reiken. Vlak voor de Luts was de eerste plek waar we afgesproken hadden. Als ik een codewoord zou zeggen als ik langskwam, dan zou ik mijn tasje krijgen. De afspraak werd precies volgens plan uitgevoerd en na wat warme thee met honing gedronken te hebben, vervolgde ik de wedstrijd.

In Hindeloopen hoorde ik dat ik 25 min achterlag op de kopgroep. Dat viel mij tegen. Mijn vrouw zag mij daar op de TV ook in flits en wist dat ik het schaatsen in het donker goed doorstaan had.

In Bolsward sprongen er twee schaatsers weg uit de grote groep van wel een man of vijftig. Die voelden waarschijnlijk het zelfde als ik, als er niets zou veranderen in het tempo, zouden we buiten de limiet raken en te laat finishen.

Vervolgens ben ik er achteraan gesprongen en heb ongeveer drie kilometer gereden met de armen los om aansluiting te krijgen. Er stond een harde tegenwind, de samenwerking in het groepje met o.a Douwe de Boer en Jan Haga was prima.

Uiteindelijk zijn we net binnen de limiet gefinisht. Van nature ben ik een nuchter persoon maar eenmaal over de finish was de ontlading groot. Eenmaal thuis kwamen de telefoontjes. ‘Do hast it helle’, je hebt het gehaald, ook op teletekst was de uitslag te vinden.

In 2004 ben ik gestopt op landelijk niveau met marathonschaatsen. Als trainer ben ik nog actief bij de schaatsclub STD. Nee, ik zou niet weten waar mijn kruisjes nu liggen. Ik praat er ook niet vaak over, maar die herinnering aan mijn finish in de Elfstedentocht in 1997 is wel de mooiste ervaring in mijn sportcarrière.”



Gerard Stark

Geboortejaar: 1966

Leeftijd in 1997: 31 jaar

Ilpendam

Bouwkundig ingenieur gemeente Amsterdam centrum

Woont samen


Gerard: "In 1985 was ik net achttien en kon meedoen met de Elfstedentocht, dat was het begin van mijn schaatscarrière. Die tocht maakte een onuitwisbare indruk op mij. Ik heb bijna mijn hele leven in Ilpendam gewoond. Ik heb later mijn ouderlijk huis van mijn ouders overgenomen en woon bijna heel mijn leven aan het water. In de winter kan je achter mijn huis zo op het ijs stappen en lange tochten maken door het prachtige waterland. Na de tochten in 1985 en 1986 heb ik schaatsles genomen in Haarlem en via de C-rijders werd ik B-rijder. In de zomer skeelerde ik veel en ging het hele land door voor skeelerwedstrijden. Dat leefde toen enorm. Na een paar jaar kreeg ik een zwabbervoet en moest noodgedwongen het B-peloton verlaten. Van vliegen over het ijs werd het zwoegen. Ik heb stad en land afgelopen bij fysiotherapeuten en manueel therapeuten, maar het hielp niks. Toch bleef ik altijd wel schaatsen en een jaar voor de Elfstedentocht van 1997 reed ik in de C2 competitie zo goed dat de baancommissie Haarlem concludeerde dat ik wel weer goed genoeg was voor het B-peloton. Daarmee had ik geluk, net in het jaar dat er een Elfstedentocht kwam. Het meerijden in de wedstrijd was een grote wens van mij. In Finland had ik al een paar keer top 30 gereden bij de alternatieve Elfstedentochten, ik wist dat ik de wedstrijd kon uitrijden. Een half jaar voor die Elfstedentocht van 1997 overleed mijn moeder, dat was een grote klap. Zij heeft mij altijd gestimuleerd met het schaatsen. Toen het ‘it giet on’ klonk heb ik het telefoonboek gepakt en lukraak iemand gebeld in Leeuwarden en gevraagd om onderdak de nacht voor de tocht. Samen met mijn broer die ook een fanatiek toerschaatser was en een vriend uit Ilpendam zijn we naar Friesland afgereisd. Ik sloot achteraan in de kooi. En de mensen waarbij ik daar toen stond, daarmee heb ik later ook de wedstrijd gereden. Zoals Eelco Hassing. Ik dacht dat er onderweg wel verzorging zou zijn, maar ik heb de tocht op één flesje AA geschaatst. Toch heb ik geen inzinkingen gehad. Het was afzien tegen de harde wind in. Ik heb veel kopwerk gedaan. In Dokkum hoorde ik dat we nog 45 min hadden om binnen de tijd te finishen, dat wordt krap, maar is te doen. Op de Bonkevaart hoorde ik de speaker roepen, nummer 109, nummer 110. Bij de finish werd ik opgehaald door meneer Prins, bij wie we logeerden. Bij hem thuis heb ik mij verfrist, wat gegeten en een biertje gedronken. Daarna zijn we in de auto gestapt en heb ik tot ’s avonds laat in Dokkum naar de toertocht gekeken. Die Elfstedentocht blijft iets bijzonders, ik train nog altijd om fit te blijven en mee te doen als de tocht komt. Ik denk wel tot aan mijn tachtigste toe!"



Jannes Kadijk

Geboortejaar: 1950

Leeftijd in 1997: 47 jaar

Westernieland

106. 8.07

Gehuwd

Twee kinderen

Beroep: onderhoudsmonteur (gepensioneerd)


Jannes:

"Eind jaren zeventig ben ik met marathonschaatsen begonnen. Voor die tijd heb ik fanatiek gevoetbald. De Elfstedentocht van 1985 miste ik vanwege een knieblessure. Dat was enorm balen, maar ik had op dat moment zoveel pijn dat ik er vrede mee kon hebben. Voor de TV heb ik de wedstrijd gevolgd.

Bij de Elfstedentocht van 1986 kon ik wel start gaan en finishte als 54e. Tijdens de Elfstedentocht van 1997 heb ik het enorm zwaar gehad. Inmiddels schaatste ik al jaren in de mastercompetitie, maar mijn schaatsniveau was nog goed genoeg om in de wedstrijd van start te gaan. Voorafgaand aan de wedstrijd wist ik dat deze Elfstedentocht een race tegen de klok zou worden.

Van Franeker naar Dokkum was het enorm afzien en veel schaatsers hebben er op dit traject ook de brui aan gegeven. Bij Harlingen haalde ik een groepje schaatsers in met allemaal jonge kerels erin. Kom op jongens, haak aan riep ik. Eentje riep 'ik kan niet meer' Later bleek hij bij de finish één minuut boven de limiet binnengekomen te zijn. Ik heb zelden iemand zo emotioneel stuk gezien.

In Groningen is de Noorderrondrit ook heel belangrijk, maar de Elfstedentocht, dat maakt pas een onuitwisbare indruk op je, door de entourage en al dat publiek, maar ook alle vrijwilligers die in touw zijn.

Door het marathonschaatsen heb ik er een familie bijgekregen, zeg ik weleens. Als je vanuit Noord-Groningen naar Eindhoven moet rijden om daar op een zaterdagavond een marathonwedstrijdje te schaatsen, dan moet je wel heel gemotiveerd zijn. En dat ben ik altijd geweest.

Nog altijd houd ik mijn conditie goed op peil. Samen met marathonschaatser Albert Bakker fiets ik nog veel. Met weemoed denk ik terug aan mijn tijd als marathonschaatser. Er zaten veel sfeermakers tussen zoals Dries van Wijhe en al die anderen. In de koers werd er fel gestreden maar na afloop dronk iedereen een biertje met elkaar en werden de plooien weer glad gestreken. In deze tijd maakt het geld en het ploegenspel het marathonschaatsen stuk. Dat vind ik jammer."

Laatste berichten