De mannen en vrouwen van '97 Eeltje Visser, Hans van der Wetering en Engbert van der Woude


Engbert van der Woude bij de stempelpost in Hindeloopen. Foto: F. Zweed


Nummer 80 t/m 78 in de Elfstedentocht 1997:

Eeltje Visser

Leeftijd in 1997: 46 jaar

Broeksterwoude

Stukadoor

Getrouwd, twee kinderen

Eeltje:

“In Ryptsjerk groeide ik op en als het even kon stond ik 's winters op de schaats, mijn vader was ook een echte schaatsliefhebber. Pas na de Elfstedentocht van 1985 ben ik wedstrijden gaan rijden en B-rijder geworden. Ik had geluk, want in 1986 werd er weer Elfstedentocht georganiseerd. In die tocht startte ik wel in de wedstrijd en eindigde als 159e.

In de zomermaanden skeelerde ik veel, dat deed ik als voorbereiding op het schaatsen. In het skeeleren was ik relatief beter dan in het schaatsen. Eind jaren tachtig was het skeeleren razend populair en waren er bij wedstrijden leuke prijzen te winnen.

In 1997 was ik inmiddels de veertig al ruim gepasseerd maar mijn conditie was voldoende om in de wedstrijdtocht van start te gaan. Nadat de deuren van de startkooi opengingen kwam er ons een enorme dranklucht tegemoet. Die lucht en dat moment is mij altijd bij gebleven.

In Leeuwarden was de nacht voor de Elfstedentocht flink feest gevierd, veel mensen kwamen direct uit het nachtleven gestapt om de start van de Elfstedentocht mee te maken. In het begin van de Elfstedentocht schaatste ik lange tijd met de eerste vrouwen in de wedstrijd.

Na wat kleine tegenslagen overwonnen te hebben zoals een val nabij Sloten, begon ik steeds beter in de wedstrijd te komen. Met schaatsten moest ik het meer van kracht dan techniek hebben. Door de harde wind tijdens de Elfstedentocht van 1997 was het schaatsen in een groep van groot belang.

Na het stempelen in Dokkum moest ik mijn groepje laten gaan. Met de wind in de rug lukte het mij niet meer om lange slagen te maken. Bij Oudkerk kreeg ik even een oppepper toen ik mijn ouders langs de kant zag staan. Ook zag ik onderweg veel vrienden en bekenden.

Op het laatste stuk heb ik het echt zwaar gehad. Daardoor merkte ik niet op dat Baukje Bron (die bij mij in de buurt schaatste) vlak voor de finish Jenita Smit passeerde. Met een enorm gevoel van blijdschap kwam ik over de finish op de Bonkevaart. Even later werd ik teruggebracht naar het FEC. daar liep ik rond in een roes.

Bij de prijsuitreiking hoorde ik dat Baukje protest had aangetekend en dat zij ten onrechte als vierde was geklasseerd, daar baalde ik van, maar ik kon niks betekenen, anders zou ik zeker op de jury afgestapt zijn.

Enkele jaren geleden kreeg ik op de racefiets een zwaar ongeluk, hierdoor kon ik lange tijd niet schaatsen. In die periode merkte ik hoe belangrijk schaatsen eigenlijk voor mij is, inmiddels ben ik weer hersteld. Mijn oude schaatsniveau haal ik natuurlijk niet meer, maar met een ploegje veteranen schaatsen we in de winter elke week nog in de Elfstedenhal, want als het zover is, moet je er klaar voor zijn."



Hans van de Wetering

Leeftijd in 1997: 23 jaar

Noordereinde

Werkvoorbereider bouwbedrijf

Getrouwd

Twee kinderen

Hans:

“In mijn jeugd ging ik vaak met mijn vader mee naar wedstrijden waar Dries van Wijhe aan meedeed. Dolle Dries woont vlakbij mij in de buurt en mijn vader had vroeger met hem getraind. In die tijd voetbalde ik, maar ik was ook dol op schaatsen op het Veluwemeer, mijn vader ging riet snijden en bond hij bij mij de houtjes onder en moeiteloos schaatste ik de hele dag.

Eind jaren tachtig ben ik mij gaan toeleggen op het schaatsen en skeeleren. In 1997 was ik voor het derde jaar B-rijder, omdat ik hoog stond in het natuurijsklassement belde wedstrijdleider Rein Zwart mij op dat ik mee mocht doen aan de wedstrijd in de Elfstedentocht.

Bijna was mijn deelname aan de Elfstedentocht in gevaar gekomen. Tijdens het schaatsen op het Veluwemeer was ik in botsing was gekomen met een ijszeiler. Mijn huisarts adviseerde dringend om niet van start te gaan in de Elfstedentocht, maar zag direct aan mij dat die raad weinig kans maakte om opgevolgd te worden.

Om nog wat tips te krijgen voor het rijden van de Elfstedentocht ben ik even bij Dries van Wijhe langs gegaan. Hij adviseerde op borsthoogte twee washandjes in mijn schaatpak te naaien en daar krentenbollen in te stoppen, door lichaamswarmte zou dat niet bevriezen.

Het avies volgde ik op, in mijn pak, leek het net of ik twee borsten had, dat nam ik op de koop toe. Later heb ik nog wel gedacht of Dries mij in de maling heeft genomen. In ieder geval die krentenbollen raakten niet bevroren en kwamen nog goed van pas.

De Wehkampploeg zou mij onderweg ook bevoorraden. Omdat hun kopmannen, de Ruitenbergs, voor in de wedstrijd zaten, wachtten de verzorgers niet en moest ik het onderweg zelf maar opknappen.

Na een matige start, waar ik tijd verloor omdat ik tijdens het hardlopen last van mijn blessure had, trok snel mijn schaatsen aan en vloog de duisternis in. Hé, daar ligt een boomstam op het ijs, die hadden ze wel weg kunnen halen dacht ik. Eenmaal naderbij kwam bleek het een schaatser te zijn die op het ijs lag, waar ik net overheen kon springen. Ook op het Slotermeer zag ik schaatsers in sneeuwrandjes op het ijs rijden en vallen.

Opeens zag ik Jan Kooiman schaatsen en dacht, daar moet ik in de buurt bij blijven. Jan schaatste van groepje naar groepje. Omdat mijn verzorging mislukt was griste ik tasjes van andere ploegen weg. 'Hè lekker, warme thee met honing', zei ik hardop en achter je hoorde je dan gescheld. Later besef je dat je puur met overleven bezig bent.

Voor de Elfstedentocht had ik nooit een wedstrijd langer dan drie uur achter elkaar geschaatst. Natuurlijk werd het zwaar maar een inzinking heb ik niet gehad onderweg en onderweg kreeg ik door dat we binnen de limiet reden en dat gaf vertrouwen. Net als doorkomsten onderweg zoals bij Bartlehiem, daar kreeg je moraal van, vanuit de verte hoorde je het geluid van de toeschouwers al op je afkomen.

In het FEC lag een enorme stapel met schoenen, die de schaatsers daar achterlaten, het paar van mij zag ik niet, dus trok ik een paar klompen aan die daar lagen. Opeens stond er een cameraploeg voor mij en werd er gevraagd wat ik aan het doen was. Daar kreeg ik later nog veel reacties op van vrienden en bekenden.

Na de Elfstedentocht wist ik, mijn talent ligt op de langeafstand. Na 1997 heb ik bij Alternatieve Elfstedentochten in Finland en Oostenrijk meerdere keren op het podium gestaan. Sportief gezien kwam de Elfstedentocht helaas te vroeg in mijn schaatscarrière, maar gelukkig heb ik de tocht wel meegemaakt. "




Engbert van der Woude

Leeftijd in 1997: 51 jaar

Woonplaats: IJhorst

Gepensioneerd (voormalig eigenaar recreatiebedrijf)

Getrouwd, vier kinderen

Engbert:

“Ik ben pas op mijn 35e met schaatsen begonnen. Voor die was ik actief in de hippische sport. In mijn jeugd schaatste ik graag. In mijn geboortedorp (IJhorst) woonden in die tijd Roelof Bakker en Luit van Bezoen. Dat waren schaatsers die op landelijk niveau presteerden. Daar probeerde ik dan op de natuurijsbaan achteraan te schaatsen.

In 1985 deed ik voor het eerst mee aan de Elfstedentocht. Nog maar enkele jaren schaatste ik bij de B-rijders. Het was een groot avontuur voor mij. De verzorging zou wel onderweg geregeld worden. Daar ging ik vanuit maar dat bleek niet zo te zijn. Ik heb onderweg nauwelijks gedronken en gegeten. Tot Bolsward reed ik voorin mee in de wedstrijd. Daarna kwam ik door een hongerklop op achterstand. Als 75e klasseerde ik mij in de uitslag. Een jaar later (bij de Elfstedentocht van 1986) had ik mijn verzorging zelf goed geregeld. Door een valpartij bij Sneek verloor ik mijn skibril. Op die dag vroor het streng. Na enkele uren begon ik wazig te zien en realiseerde mij dat mijn ogen bevroren raakten.

Bij Franeker moest ik Wim Westerveld (met wie ik samen reed) laten gaan. Wim wist uiteindelijk binnen de top dertig te finishen. Ik werd 52. Dat is mijn beste prestatie in de Elfstedentocht geweest. In 1997 was ik vijftig en daarom leek het mij verstandig om in de toertocht van start te gaan. In het FEC liep ik Henk Veneman tegen het lijf en hij zei dat het zonde was dat ik in de toertocht zou starten. Hij had mij zien trainen en vond mij nog fit genoeg. Hij wees erop dat schaatsers die bij voorgaande Elfstedentochten bij de eerste honderd schaatsers waren geklasseerd het recht hadden om in de wedstrijd van start te gaan. Ook als ze niet meer meededen aan de landelijke marathoncompetitie.

Uit ervaring wist ik dat een goede start van groot belang is. Met het schaatsen in het donker heb ik geen moeite. Al snel zag ik dat ik in een groepje schaatsers met ervaren marathonschaatsers zoals Jan Kooiman, Jan Wessels en Wout de Vries. Ik hoorde later dat veel schaatsers op het Slotermeer de weg kwijtgeraakt zijn. Wij reden in één keer goed. De doorkomsten in Balk en in Franeker waren onvergetelijk. Mijn familie stond op verschillende plekken langs de route om mij warme thee met honing aan te reiken. Het was een geweldig moment om voor de derde keer de Elfstedentocht uit te rijden in de wedstrijd. Een sportief hoogtepunt in mijn schaatscarrière beschouw ik het behalen van de tweede plaats bij de Alternatieve Elfstedentocht in Oostenrijk. In 2000 reed ik die wedstrijd in 5 uur 14 min.

Het trainen in weer en wind vind ik net zo belangrijk als het schaatsen van wedstrijden. Als ik tevreden ben over mijn manier van rijden van een wedstrijd kan ik ook tevreden zijn met een tweede of derde plaats. Die instelling heeft mij ook op de been gehouden toen ik 2006 ziek werd en een reeks bestralingen moest ondergaan. Ook in die tijd ben ik blijven trainen. Mocht er deze winter weer een Elfstedentocht georganiseerd worden, dan wil ik fit aan de start staan. “


Bron: It giet oan, zei Kroes


Laatste berichten