De mannen en vrouwen van '97: Gerard Sluijs, Albert Bakker en Paul Robijn


Gerard Sluijs

Leeftijd in 1997: 41

Woonplaats: Utrecht

Beroep: ICT ’er




Gerard:

“Ik ben opgegroeid in de waterrijke omgeving van het Utrechtse Polsbroek, zodra er natuurijs lag werd ik door mijn ouders op de schaats gezet, met gemak kon ik dan een hele dag op het ijs verblijven. Het schaatsen ging mij makkelijk af en bij schoolwedstrijden deed ik meestal mee om de prijzen. Later ging ik met mijn zwager geregeld mee naar de kunstijsbaan in Utrecht. Hoewel ik het schaatsen intensief volgde, dacht ik dat het schaatsen van wedstrijden niet voor mij was weggelegd.

Na mijn studie sociale geografie maakte ik in 1985 een lange reis door Afrika. Bij terugkomst heerste er Elfstedenkoorts in Nederland en ik had geluk, ik was net op tijd om mee te kunnen doen aan de Elfstedentocht in 1985. De hele nacht heb ik in de rij gelegen om een startkaart te bemachtigen, het werd een geweldige belevenis.

In 1986 gaf mijn baas mij geen toestemming om van start te gaan in de Elfstedentocht. Er heerste onder academici toen veel werkloosheid en ik volgde net een omscholingstraject in de ICT. Nog steeds heb ik er spijt van dat ik niet aan de beslissing van mijn baas voorbij ben gegaan.

Op mijn werk had ik toen een collega die schaatste bij de B-rijders. Hij stimuleerde mij om ook marathons te gaan schaatsen. Via de baancompetitie promoveerde ik na een paar jaar na de B en later de A-rijders. Mijn beste resultaat in die tijd was een 19e plaats op het NK-natuurijs in 1994. In 1997 was ik niet meer actief als A rijder omdat ik vond dat ik mijzelf niet meer verbeterde. Wel was ik nog actief in de regiocompetitie in Utrecht. Daar hadden we een leuk trainingsgroep met o.a de gebroeders Gaassenbeek en Piet Griffioen, marathoncrack Wim Westerveld was onze coach.

Na de aankondiging van de Elfstedentocht hoorde ik dat al mijn schaatsmaten mee gingen doen aan de wedstrijd. Als C-rijder heb ik mij toen gemeld bij de wedstrijdleiding van de Elfstedentocht en op voordracht van de Vereniging mocht ik ook van start in de wedstrijd. Een sponsor had ik niet en moest alle voorbereidingen zelf treffen voor de tocht. Samen met clubgenoot Henk Lokhorst ben ik naar Leeuwarden gegaan. ’s Ochtends vroeg gingen we met de bus van een buitenwijk van Leeuwarden naar de start bij het FEC. Het was een onwerkelijk moment om in een volle bus in je volledige schaatsoutfit tussen de mensen te zitten die ons kwamen aanmoedigen.

Op het eerste gedeelte, op weg naar Sneek, werd ik ingehaald door Piet Kleine. Een tijdje heb ik achter hem aangereden en op die manier heb ik flink wat rijders ingehaald. Op het Slotermeer viel ik hard en daarbij verloor ik al mijn eten en drinken dat ik mijn zakken had. Een tweehonderd kilometer wedstrijd uitrijden zonder eten en drinken dat lukt nooit, spookte door mijn hoofd. Daarom ben ik leep geweest en heb (illegaal) voor andere schaatsers bestemde voeding aangepakt van verzorgers langs de kant. Eigenlijk ben je op zo’n moment alleen maar met overleven bezig.

Na Hindeloopen kwam ik in een groepje met Jan Kooiman, Albert Bakker en Klasina Seinstra. Een lange tijd heb ik met hen samen gereden. Na Dokkum had ik nog wat over en kon ik versnellen, de groep viel hierna ook uit elkaar. Mijn finish op de Bonkevaart beschouw ik als een hoogtepunt in mijn sportcarrière. Na afloop heb ik veel positieve reacties van mensen ontvangen. Het is jammer dat ik niet eerder met schaatsen van wedstrijden ben begonnen, aan de andere kant mag ik niet klagen. Ik schaats nog altijd met veel plezier en hoop nog eens als 'toerist' aan de Elfstedentocht mee te doen."



Albert Bakker

Leeftijd in 1997: 40

Woonplaats: Scharmer

Beroep: Onderwijzer

Getrouwd, twee kinderen

Albert:

“Ik heb het geluk gehad dat tijdens mijn schaatscarrière drie Elfstedentochten zijn georganiseerd. Net als mijn provinciegenoot Jan Uitham heb ik mijn bekendheid als schaatser vooral aan de Elfstedentocht te danken. Ook in een andere opzichten delen wij iets gemeenschappelijks. Net als Uitham ben ik geen winnaarstype, wel schreven zowel Uitham als ik de Noorderrondrit op onze naam. Daarnaast ben ik net als Uitham ook een veteraan.

Als lid van de eerste lichting UNIFIL soldaten werd ik eind jaren zeventig naar Libanon uitgezonden, dat heeft veel impact op mij gehad en deze tijd is voor mijn schaatscarrière verloren gegaan.

Na mijn uitzending heb ik het wel weer geprobeerd op de langebaan, maar toen ik merkte dat ik te kort kwam ben ik overgestapt naar het marathonschaatsen. Halverwege de jaren tachtig was ik in de vorm van mijn leven. Bij de Elfstedentocht in 1985 reed ik lange tijd voorin mee in de wedstrijd. Twee dagen daarvoor had ik niet getwijfeld om deel te nemen aan de 150km lange Noorderrondrit. Als Groningse marathonschaatser wilde ik daar niet ontbreken. Met de kennis en ervaring die ik nu heb had ik het anders aangepakt. Maar aan de andere kant ben ik heel tevreden dat ik zowel in 1985 als in 1986 bij de eerste tien ben geëindigd in de Elfstedentocht. Die tocht van 1985 staat echt in mijn geheugen gegrift.

In het seizoen 1996-1997 was ik na een paar jaren wat minder te hebben gedaan weer teruggekeerd op het hoogste niveau. Inmiddels was ik veertig jaar. Bij het ijs kreeg ik problemen om mijn schaatsschoen aan te trekken, omdat de truc om sneller mijn veters van mijn schaatsschoen te strikken mislukte.

Met een achterstand begon ik aan de wedstrijd, het eerste stuk voor de wind ging loeihard en ik schaatste van groepje naar groepje. In het tweede gedeelte van de wedstrijd heb ik nog flink wat schaatsers ingehaald. Mijn rug begon ondertussen wel op te spelen. Onderweg heb ik intens genoten van de sfeer langs het parcours, het enthousiasme van het publiek was overweldigend.

Wat je in andere marathonwedstrijden ook presteert het grote publiek kent je van de Elfstedentocht. Na dertig jaar word ik nog altijd aangesproken door mensen met de vraag of ik die Bakker ben van de Elfstedentocht? Ik ben nu zestig en schaats nog mee in de voorste gelederen in de landelijke mastercompetitie. Misschien ben ik wel een fanatiekeling in de overtreffende trap. Ik heb altijd graag en hard getraind. Mocht er binnen afzienbare tijd een Elfstedentocht worden gehouden dan probeer ik zeker in de wedstrijd van start te gaan. Dat zou toch geweldig zijn om na de Elfstedentochten van 1985, 1986 en 1997 er nog een kruisje in de wedstrijd aan toe te voegen! “



Paul Robijn

Leeftijd in 1997: 29 jaar

Woonplaats: Koudekerk a/d Rijn

Projectleider Hoogheemraadschap Rijnland

Getrouwd, drie kinderen

Paul:

“ Begin jaren tachtig ben ik begonnen met schaatsen en wielrennen. Een keer per week ging ik naar de Menkenbaan in Leiden en later ging naar De Uithof om te schaatsen. In 1985 schaatste ik mijn eerste Elfstedentocht, als 17 jarige wist ik een kaart te bemachtigen en reed relatief die tocht makkelijk uit. Daarna kreeg ik de smaak te pakken en wist nog in datzelfde jaar landelijk marathonschaatser te worden.

In 1986 kwam er weer een Elfstedentocht en startte ik in de wedstrijd, dat was eigenlijk te hoog gegrepen. Van nature ben ik lichtgebouwd, maar door de vele trainingsinspanningen voorafgaand aan de Elfstedentocht zat ik te ver onder mijn gewicht. Al in Sloten moest ik gedesillusioneerd door uitputting en materiaalpech van het ijs stappen.

Naast mijn werk heb ik het schaatsen eigenlijk altijd vooral gezien als ontspanning en hobby. Het presteren bij wedstrijden is een leuke bijkomstigheid. Toch slaagde ik erin om na een inactieve periode om halverwege de jaren negentig A-rijder te worden.

Inmiddels woonde ik in Maasland en ook in het Westland leeft marathonschaatsen enorm. Tijdens mijn thuiswedstrijd, de Ronde van Maasland hoorde wij op 2 januari 1997 dat de Elfstedentocht doorging. Tijdens die wedstrijd zag ik dat Henk Angenen in supervorm was. Na de wedstrijd kwam mijn sponsor (van Vliet) en mijn ploeggenoot Rene Vergeer bij mij thuis om alle voorbereidingen d door te spreken.

Achteraf gezien hebben wij dat heel goed aangepakt en met behulp van de Warmondse ijsclub hadden wij een flinke ploeg met verzorgers op de been gebracht. Samen met Rene en Wendy Vergeer hebben we de nacht voor de Elfstedentocht gelogeerd bij familie de Boer in Leeuwarden. Ik wist natuurlijk dat ik die Elfstedentocht niet kon winnen, en dat binnen de wedstrijdlimiet finishen het belangrijkste doel was.

Na een vrij goede start wist ik wel dat ik in het donker voorzichtig aan moest doen. Piet Kleine passeerde mij op dit gedeelte met zijn machtige slagen, aanhaken zou mij fataal geworden zijn. Na een tijdje zag ik Jan Kooiman en hij schaatste een constant tempo, bij hem haakte ik aan. Dit groepje heb ik tijdens de wedstrijd nietmeer losgelaten.

Echte inzinkingen of een hongerklop heb ik niet gekregen tijdens die tocht. Na afloop bij de finish kwam er een verslaggever van de NOS naar mij toe. Ik zat met een dekentje om net even uit te blazen toen ik werd aangesproken. Het leuke daarvan is dat je van collega’s en bekenden daar heel veel positieve reacties op krijgt.

Ik schaats nog altijd bij de (landelijke) masters en ook op de langebaan rijd ik nog wedstrijden. Mijn zoon (Pedde) schaatst ook heel aardig en het is mooi om hem ieder jaar beter te zien worden en samen op te trekken. Het moet geen jaren meer duren, maar nu heb ik nog de conditie om in de wedstrijd van start te gaan mocht er binnen afzienbare tijd een Elfstedentocht georganiseerd worden. “


Bron: It giet oan, zei Kroes

Laatste berichten