De mannen en vrouwen van '97: Henk Portengen, Jan Hulzebosch en Frans Biemond


Henk Portengen

Leeftijd in 1997: 49 jaar

Nederhorst den Berg

Vastgoedontwikkelaar en beheer ING (gepensioneerd)

Getrouwd, twee kinderen

Henk:

“Ik heb drie Elfstedentochten in de wedstrijd volbracht. De mooiste herinnering heb ik aan de Elfstedentocht van 1985. Net als de huidige generatie marathonschaatsers wachtten wij toen meer dan twintig jaar op de Elfstedentocht. Eind jaren zeventig was ik op mijn top en werd ik de eerste Nederlands Kampioen op het NK Marathon op natuurijs in Loosdrecht (1979)

Ook bij Alternatieve Elfstedentochten in Noorwegen en Finland eindigde ik vaak bij de eerste vijf. Ik schaatste destijds voor de Finnair ploeg. In deze ploeg zat ook de oud-Elfstedenwinnaar Jeen van den Berg. Hij gaf mij in 1985 het advies om altijd door te gaan in de Elfstedentocht omdat er bij deze wedstrijd altijd verrassende dingen gebeuren. Die raad heb ik goed onthouden. De sfeer bij de Elfstedentocht van 1985 was geweldig om mee te maken. In 1986 schaatste ik sportief gezien een betere wedstrijd, als 14e kwam ik toen over de finish.

In 1997 liep ik tegen de vijftig en schaatste ik in de landelijke marathoncompetitie voor masters. Het niveauverschil met de A-rijders is groot en daardoor kwam ik tempohardheid te kort. Mijn tactiek in de Elfstedentocht van 1997 was erop afgestemd om per tien kilometer maximaal twee minuten op de kopgroep prijs te geven. Na een goede start zat ik in Sneek bij de eerste vijftig schaatsers in de wedstrijd. Of je nu hard of zacht schaatst je loopt altijd het risico om te vallen. Als je snel schaatst ram je vaak makkelijker over de scheuren heen.

Op het Slotermeer was het goed mis met de afzetting en belichting van het parcours. Daar raakte ik betrokken bij een massale valpartij. Niemand die wist waar we heen moesten. Om ons heen hoorden we het gekras van andere schaatsers. Het was pikkedonker en ik zag nauwelijks een hand voor ogen. Na het passeren van Balk kwam ik terecht in een groepje met Jan Kooiman en Jan Wessels. Ook de eerste vrouwen in de wedstrijd, Klasina Seinstra en Gretha Smit, zaten in onze groep.

Als proviand had ik mijn zakken volgestopt met rozijnen en krentenbolletjes. Onderweg heb ik bij andere schaatsers gevraagd om drinken, want ik had geen verzorgers langs het parcours. Na Franeker heb ik ook een tijd alleen geschaatst. Op een gegeven moment hoorde ik dat de groep waar ik eerder van deel uitmaakte kort achter mij reed, even ben ik toen gestopt en ben ik op een steiger langs de kant gaan zitten, daar heb ik op ze gewacht en mijn veters, die loszaten, even goed vastgemaakt.

Tot het laatste gedeelte van de wedstrijd ben ik in deze groep gebleven. Vlak voor de finish heb ik wel met Jan Kooiman overlegd dat we niet met de kop van de dameswedstrijd moesten mee sprinten, dat zou het wedstrijdverloop van hen kunnen beïnvloeden. Toen Smit en Zeinstra in surplace gingen staan op De Murk ben ik alleen verder gegaan.”



Jan Hulzebosch

Bruchterveld

Leeftijd in 1997: 26 jaar

Veehouder

Getrouwd, twee kinderen

Jan:

“Er wordt vaak aan mij gevraagd of ik familie ben van Erik (Hulzebosch), ik ben een achterneef van Erik. Mijn opa en de vader van Erik zijn neven. Met schaatsen ben ik pas op mijn twintigste begonnen. Bij de C rijders ben ik toen begonnen en ik keek in die tijd op naar de mannen met een B-nummer op hun schaatspak. Van Erik kreeg ik wel veel tips in die tijd Ik moest het

Met de Elfstedentocht was ik helemaal niet bezig in die tijd, die wordt toch nooit meer georganiseerd, dacht ik. Alle B-rijders kregen destijds een brief van de Elfstedenvereniging om (potentieel) lid te worden van de vereniging, een lidmaatschap was een vereiste voor deelname aan de wedstrijd. Als B-rijder moest je wel ingeloot worden om toegelaten te worden tot de wedstrijd Elfstedentocht.

In het seizoen 1996-1997 werd ik ingeloot. Nadat de Elfstedentocht was aangekondigd twijfelde ik of ik niet beter aan de toertocht kon meedoen, want In de Holland-Venetië tocht die een week voor de Elfstedentocht werd verreden was ik uitgevallen.

Mijn achterneef en trainingsmaat Willem Hulzebosch adviseerde mij om in de wedstrijd te starten. Achteraf ben ik heel blij dat ik dat gedaan heb. Samen met Willem ben ik vervolgens naar Leeuwarden gegaan. Gelukkig kon ik gebruik maken van de verzorgers die Willem had geregeld. Als een van de laatsten gingen we de startkooi in, maar bij het hardlopen slaagde ik erin om veel schaatsers in te halen.

Op het Slotermeer wist niemand van mijn groepje welke kant we op moesten. Uiteindelijk kwam het goed, maar regelmatig schaatste ik daar in het donker tegen de takken op die de route moesten markeren. Nadat het licht begon te worden kreeg ik door dat ik in de vierde groep in de wedstrijd schaatste. In mijn groepje schaatsten ook Klasina Seinstra, Jan Kooiman en Henk Portengen.

Bij het klunen zorgde ik dat ik steeds als een van de eersten bij de kluunplek was. Daar kan je veel winnen of verliezen. Ook Klasina Seinstra en Gretha Smit deden kopwerk in onze groep. Vanaf Harlingen naar Dokkum heb ik flink afgezien, op de Dokkumer Ee dat ik we bijna bij Dokkum waren, bleek het Birdaard te zijn. Later kreeg ik door dat ik mij beter kon oriënteren op de helicopter van de NOD. Vanuit de lucht werden er opnames gemaakt van de kopgroep, dat vormde voor mij een goed oriëntatiepunt.

Net voor Klasina Seinstra en Gretha Smit kwam ik over de finish. De commentator van de NOS maakte daar melding van tijdens de uitzending, maar noemde per ongeluk de naam van Willem (Hulzebosch) in plaats van mijn naam. Op die dag was mijn naam een paar keer genoemd op TV, familie en bekenden hadden dat gehoord en daar kwamen veel reacties op.

Na thuiskomst van de Elfstedentocht lag ik uitgeput op de bank lag te kijken naar de TV en realiseerde mij dat veel toerrijders nog onder weg waren en zich bevonden op het zwaarste gedeelte van de Elfstedentocht. Daar heb ik veel respect voor. "



Frans Biemond

Nieuwe Wetering

Leeftijd in 1997: 38 jaar

Directeur Ploeg kozijnen

Getrouwd

Twee kinderen

Frans:

“ Ik ben geboren en getogen in de waterrijke omgeving van De Kaag. Zodra er natuurijs lag schaatste ik graag op de plassen. Mijn ouders hadden een groentezaak en moesten hard werken om het hoofd boven water te houden. Al op jonge leeftijd moest ik meehelpen in de zaak, dat heeft mij wel gevormd. Pas rond mijn twintigste ben ik lid geworden van een schaatsclub en fanatiek gaan schaatsen. Al snel merkte ik dat mijn sprint niet goed genoeg was voor het langebaanschaatsen en de langeafstand trok mij meer.

Via de B competitie promoveerde ik vrij snel naar de landelijke A competitie. Ik denk nu weleens dat het wat te snel ging en dat ik bij de B-rijders wat meer ervaring op had moeten doen. In de jaren tachtig combineerde ik het marathonschaatsen met een fulltime baan en een HBO studie in de avonduren. Pas later realiseerde ik mij dat je op sportief gebied er daardoor misschien niet uitgehaald hebt wat er in zat. Aan de andere kant ben ik diktevreden over mijn schaatscarrière. In 1985 was ik nog geen lid van de Elfstedenvereniging en daardoor mocht ik niet van start gaan in de wedstrijd. Direct na afloop van die tocht ben ik lid geworden van de Elfstedenvereniging. Er kwam gelukkig een jaar later weer een Elfstedentocht, daardoor was de kater van het mislopen van de Elfstedentocht een jaar eerder snel vergeten.

Ik had helemaal geen ervaring op de langeafstand en het was eigenlijk een groot avontuur. Als 50e eindigde ik in de Elfstedentocht van 1986. Tot 1995 ben ik landelijk A rijder geweest. Hoewel ik geen landelijke wedstrijden gewonnen heb zat ik wel vaak bij de top tien, en daar haalde ik veel voldoening uit. Dat geldt ook voor de wedstrijden op natuurijs.

Bij het legendarische NK in Maasland, in 1993, werd ik elfde. Ook werd ik diverse malen gewestelijk marathonkampioen. In 1997 was ik inmiddels al twee jaar gestopt met wedstrijdschaatsen, maar ik hield mijn conditie goed op peil. Van trainen ben ik altijd een liefhebber geweest. In die tijd bestond nog de regel als je geklasseerd was in de voorgaande Elfstedentocht, dat je dan automatisch startgerechtigd was in de komende Elfstedentocht.

In 1997 werd ik niet meer gesponsord en onderweg moest ik zelf mijn verzorging regelen. In mijn achterzak had ik een bidon die er al snel uitviel. De kennissen die drinken zouden aanreiken heb ik gemist, daarom ben ik later bij stempelposten diverse keren gestopt om wat drinken te vragen.

Vooral geconcentreerd blijven rijden en niet vallen spookte steeds door mijn hoofd. Het lijkt wel of zo’n wedstrijd in een roes verloopt. Rene Vergeer, een streekgenoot, haalde mij in en riep naar mij: 'pik aan'. Ik reed liever mijn eigen tempo. Op de Blikvaart heb ik wel verschillende keren gedacht hoe ik in godsnaam bij de finish moest komen, zo zwaar had ik het. Op de Dokkumer Ee schaatste ik een groepje met ook Klasina Seinstra en Gretha Smit. Na het keerpunt in Dokkumkregen we de wind in de rug. Ik wilde graag voor de eerste dame finishen en ben toen uit het groepje gedemarreerd. De betekenis van het finishen in de Elfstedentocht is groot voor mij. Het schaatsen van de Elfstedentocht beschouw ik als een van de mooiste dagen van mijn leven."


Bron: It giet oan, zei Kroes


Laatste berichten