De mannen en vrouwen van '97: Jan Kooiman, Nico Schotanus en Jan Wessels


Jan Kooiman

Leeftijd in 1997: 44 jaar

Warns

Technisch medewerker Willem de Zwijgerschool Schoonhoven

Getrouwd,

Twee kinderen

Jan:

“Aan de Elfstedentocht van 1985 bewaar ik de mooiste herinneringen. Op sportief gebied beschouw ik het behalen van het Nederlands Kampioenschap Marathon en het werelduurrecord ook als hoogtepunten. Maar op emotioneel gebied is dat de Elfstedentocht van 1985. Ik was in 1985 enorm fit. Twee dagen later won ik alweer een cupwedstrijd in Alkmaar. Op die dag was Evert de beste. Later realiseer je je ook, hoe belangrijk parcourskennis is. In de finale werd ik te veel verrast waardoor ik tekortkwam. Een dieptepunt kwam een jaar later in de Elfstedentocht van 1986. In mijn contract met Labello had ik laten opnemen, dat als er natuurijs lag in Nederland ik geen verplichtingen had om in het buitenland aan wedstrijden deel te nemen.

Nadat voorzitter Sipkema aankondigde op TV dat er kievitseieren gezocht konden worden en de Elfstedentocht niet door zou gaan belde vijf minuten later de ploegleider van Labello dat ik aan de start verwacht werd van de Alternatieve Elfstedentocht in Polen terwijl er nog volop natuurijswedstrijden waren in Nederland. Ik kwam mijn verplichting na, echter, eenmaal in Polen werd de Elfstedentocht toch uitgeschreven. Na een vreselijke terugreis vol moeilijkheden kwam ik net op tijd terug voor de start van de Elfstedentocht en begon al uitgeput aan de wedstrijd. Mijn zesde plaats betekende voor mij een deceptie. In 1997 was ik al gestopt als landelijk marathonschaatser, maar hield mijn schaatsconditie nog goed bij. Vlak voor de kerst viel de winter in. In die tijd brachten wij de kerstvakantie altijd door in Davos. Die vakantie wilden wij niet annuleren voor een paar nachten strenge vorst.

Eenmaal in Davos bleek dat het in Nederland ongekend streng bleef vriezen. Mijn schoonvader was ook een schaatsliefhebber en hield ons voortdurend op de hoogte. Hij belde en adviseerde ons terug te komen naar Nederland, de rayonhoofden hadden al een paar keer vergaderd en de afkondiging van de tocht leek een kwestie van nog enkele dagen. In Davos trainde ook Bart Veldkamp en hij verklaarde ons voor gek dat we naar Nederland terugkeerden. Maar enkele uren na ons vertrek vertrok ook hij spoorslags naar Nederland.

De Elfstedentocht was afgekondigd en dan moet er veel geregeld worden in korte tijd om van start te kunnen gaan. Ik was geen kanshebber en mijn enige doel was om het wedstrijdkruisje binnen de tijd te halen. Daardoor stond ik er vrij onbevangen in. In Goutum hadden we bij kennissen onderdak voor de Elfstedentocht kunnen regelen. ’s Ochtends vroeg ging ik vanaf daar op de fiets naar de start. In de omgeving van het FEC bood een bewoner spontaan aan om mijn fiets bij hem thuis te stallen. De wedstrijd verliep voor mij voorspoedig. Ik kan goed in het donker zien en daar heb je voordeel aan. Begin januari is het ’s ochtends vroeg lang donker. Ik heb lange tijd met Erik Jan Hagedoorn en Albert Bakker geschaatst. Tegen de wind ontstond later een vrij grote groep waarin ik een beetje de regie nam. Ik zorgde ervoor dat iedereen kopwerk deed. Ook Gretha Smit en Klasina Seinstra reden in mijn groep en af en toe op kop. Bij de voorgaande Elfstedentochten in 1985 en 1986 sprong ik van het ijs zo de wal op, in 1997 begon ik eerst te remmen. Ik wist daarmee ook dat dit de laatste Elfstedentocht zou zijn die ik de wedstrijd heb gereden. De leeftijd gaat tellen en ook bij Dokkum had ik het even moeilijk. Daarna zijn we met de wind in de rug naar Leeuwarden geschaatst. Vlak voor de finish zei ik tegen Erik Jan Hagedoorn dat we aan de kant moesten om Klasina Seinstra en Gretha Smit hun eigen finale te laten schaatsen. Ik had het uiterste van mijzelf gevergd en ben tevreden met het resultaat. Eenmaal terug bij het FEC bleek de bewoner waar ik mijn fiets had gestald niet thuis. Heeft de vader van Bart Veldkamp mij terug naar Goutum gebracht. Na daar op adem te zijn gekomen en mij verfrist te hebben ging ik terug naar het FEC om mijn vrouw op te halen die meedeed aan de toertocht. Daarna deed ik nog een poging om mijn fietst op te halen. De bewoner deed open en zij dat hij even een middagdutje had gedaan en mij niet zo vroeg had verwacht.”



Nico Schotanus

Leeftijd in 1997: 27 jaar

Zuidwolde

Medewerker Fokker Aerostructures Hoogeveen

Samenwonend, twee kinderen

Nico:

“Op mijn twaalfde ben ik begonnen met schaatsen bij schaatsvereniging de IJshazen. Voor het langebaanschaatsen kwam ik snelheid te kort, daarom maakte ik op mijn 16e jaar de overstap naar het marathonschaatsen. In de tussentijd ben ik ook gaan skeeleren, daar had ik eigenlijk meer talent voor dan voor het schaatsen.

Een bepalend moment in mijn sportcarrière is een zware enkelblessure geweest, waardoor ik er in 1989 meer dan een jaar uit ben geweest. Na een intensieve revalidatie kon ik terugkeren in het peloton maar voor mijn gevoel heb ik nooit meer zo goed kunnen rijden als in de periode voor mijn blessure. Toch slaagde ik erin om naar de B’s te promoveren en na twee jaar in deze categorie gereden hebben promoveerde ik naar de A-rijders.

Tijdens mijn sportcarrière heb ik altijd fulltime gewerkt. Eerst bij Fokker maar na een reorganisatie moest ik op zoek naar ander werk. Eerst werkte ik bij een baas die op mijn verzoek om aan het NK-natuurijs in 1994 deel te nemen als voorwaarde stelde dat ik de dagen na het NK moest overwerken. Dat ging mij te ver en ik ben gelijk ander werk gaan zoeken en vond werk bij een baas die wel begrip had voor mijn sportactiviteiten.

Om mee te kunnen in het A-peloton heb ik er altijd veel voor moeten doen en laten. Op de kunstijsbaan in Assen trainde ik veel met Piet Kleine en Erik Hulzebosch. Vaak reed ik samen met Piet Kleine naar de wedstrijden. In die tijd heb ik als schaatser en als mens enorm veel van Piet geleerd. In 1997 schaatste ik niet bij een grote ploeg. Na de bekendmaking dat de Elfstedentocht door zou gaan, heb ik mijn privésponsors uit Zuidwolde benaderd om mij tijdens de wedstrijd te verzorgen. Mijn broer mocht zelfs in een dure auto van de sponsor rijden, want die had de beschikking over een autotelefoon en dat was toen nog een bijzonderheid.

Na een uitstekende start kwam ik als 14e aan in Sneek. Op het Slotermeer heb ik wat terrein verloren en kwam ik in de derde groep te schaatsen, hierin had ik uitzicht op een top dertig klassering. Bij Harlingen kreeg ik een enorme braam op mijn rechterschaats waardoor ik mijn groepje moest verlaten en tot Bartlehiem alleen geschaatst heb. Lange tijd heb ik zelfs met mijn rechterschaats kilometerslang half door de sneeuwrand geschaatst omdat ik geen grip had met deze schaats op het ijs.

Als er daar iemand langs de kant had gestaan met een geweer, dan had ik om de kogel gevraagd, nog nooit heb ik zo moeten afzien. Vlak voor Bartlehiem werd ik ingehaald door een groep met de koplopers in de vrouwenwedstrijd, Gretha Smit en Klasina Seinstra. In deze groep kon ik aanhaken en heb ik de laatste dertig kilometers van de Elfstedentocht afgelegd. Volledig gesloopt kwam ik aan op de Bonkevaart, nauwelijks kon ik nog op mijn benen staan, zo stuk zat ik. Mijn baas was zo trots op me dat hij spontaan aanbood dat ik zelf mocht bepalen hoeveel verlofdagen ik van hem kreeg voordat ik weer aan het werk zou gaan. In de jaren na de Elfstedentocht heb ik bij de Alternatieve Elfstedentochten in Finland en Oostenrijk laten zien dat ik bij wedstrijden over 200km in de top twintig kon rijden. Inmiddels kon ik na een doorstart van Fokker in Hoogeveen daar weer aan het werk.

Na zeven jaar A-rijder te zijn geweest vond ik het tijd om te stoppen. In sport ben ik nu vooral zeer geïnteresseerd, maar ik heb geen aspiraties om zelf meer actief te zijn in de sport. Ik heb eruit gehaald wat er inzat en kijk met heel veel voldoening terug op mijn tijd als marathonschaatser en skeeleraar.



Jan Wessels

Leeftijd in 1997: 46 jaar

Markelo

Veehouder (gepensioneerd)

Getrouwd, drie kinderen

Jan:

"Op de sloten rond Markelo heb ik schaatsen geleerd. Als er natuurijs lag was ik nauwelijks van het ijs te krijgen. In het begin van mijn schaatscarrière combineerde ik langebaan en marathonschaatsen. Na de start vam de landelijke marathoncompetitie begin jaren zeventig, was ik de jongste schaatser in het peloton. Het schaatsen moest ik combineren met het werk op mijn boerderij, van rust nemen had ik niet gehoord. Mijn filosofie was, hoe harder je traint, des te beter je wordt. Af en toe was ik overtraind, zonder dat ik het door had.

Begin jaren tachtig was ik op mijn sterkst, bij de meeste natuurijsklassiekers eindigde ik voorin het eindklassement. Als training voor het schaatsen liep ik veel hard. Met hardlopen won ik ook diverse prijzen bij regionale wedstrijden.

Bij de Elfstedentocht in 1985 kwam ik als tweede loper aan bij het ijs, net achter Wim Westerveld. Vlak voor Harlingen verloor ik toen de aansluiting met het peloton. Als zeventiende finishte ik in die wedstrijd, met dat resultaat was ik heel tevreden.

In de Elfstedentocht van 1986 kreeg ik materiaalpech en daardoor verloor ik veel tijd. Bij de Elfstedentocht van 1997 schreef ik mij in voor de wedstrijd, als landelijk wedstrijdrijder was ik al gestopt. Op basis van mijn voorgaande klassering in de Elfstedentocht was ik startgerechtigd voor de de wedstrijd. Vooraf maakte ik mij geen illusies op een hoge klassering. Binnen de limiet finishen was het belangrijkste.

In het begin heb ik op de Zwette zelfs met beide armen los geschaatst om de aansluiting met mijn groepje te behouden. In dit groepje herkende ik Klasina Seinstra. Op het Slotermeer wist ik niet welke richting we moesten aanhouden, het was pikkedonker en de ‘zwieptakken’ die de route moesten markeren kreeg ik een paar keer hard tegen mij aan.

Na Bolsward verloor ik de aansluiting met mijn groepje. Ongeveer vijf minuten heb ik de tijd genomen om goed te eten en een beetje te herstellen. Na een tijdje werd ik ingehaald door een groepje met Jan Kooiman en Albert Bakker. Tijdens de wedstrijd probeerden mijn vrouw en een aantal kennissen van mij, eten en drinken aan te reiken. Op het noordelijk deel van de route lukte dat niet goed.

Vlak voor Bartlehiem kreeg ik een hongerklop. Langs de kant kon ik daar ergens van een toeschouwer een mars aanpakken. Tijdens het schaatsen voelde ik daarna mijn krachten weer toenemen. Met een goed gevoel kijk ik terug op de Elfstedentocht van 1997. Een aantal jaren geleden heb ik mijn veestapel verkocht en ben ik het wat rustiger aan gaan doen.

Nog altijd loop ik een paar keer per week hard, want ik wil graag in conditie blijven. Op kunstijs schaats ik niet meer, alleen als er natuurijs is, bind ik de schaatsen onder. Als toerrijder wil ik graag nog een keer een Elfstedentocht rijden om dan mee te maken wat ik als wedstrijdschaatser allemaal gemist heb aan sfeer, want ik had mijn volle concentratie nodig om zo goed mogelijk te presteren en dan is je blikveld heel beperkt."

Laatste berichten