De Mannen en vrouwen van '97: Lubbert van der Molen, Marten Hoekstra en Douwe de Jager




Douwe de Jager. Foto: Frits Zweed




Lubbert van der Molen

Leeftijd in 1997: 50 jaar

Marum

Vrachtwagenchauffeur (gepensioneerd)

Getrouwd

Lubbert:

“In de jaren vijftig leerde ik schaatsen op natuurijs en ontdekte dat ik er aanleg voor had. Vaak schaatste ik met Anne Postmus, een streekgenoot die later (ook) furore zou maken in de Elfstedentocht.

Pas na mijn vijfentwintigste ben ik wedstrijden gaan schaatsen. Het schaatsen heb ik altijd gecombineerd met mijn werk als melkrijder. Dat is werk met onregelmatige diensten waarbij je niet alle vrijheid hebt, zoals in sommige andere beroepen om in een periode met natuurijs, je tijd zelf in te delen. Mijn beste resultaat vind ik mijn tweede plaats in de Klassieker op de Rottemeren. Op die 200 km wedstrijd werd ik in 1985 in de finale net geklopt door Jos Niesten. Aan deze wedstrijd denk ik nog weleens terug omdat ik daar wat heb laten liggen in de finale. Een paar dagen na die wedstrijd werd voor het eerst na tweeëntwintig jaar weer een Elfstedentocht georganiseerd.

Van de drie Elfstedentochten die ik gereden heb in de wedstrijd, is voor mij de editie in 1985 het meest spectaculair. Niemand die precies wist wat er zou gebeuren. Vlak voor Harlingen verloor ik de aansluiting met de kopgroep. Als zestiende finishte ik op de Bonkevaart. Een jaar later kreeg ik bij de Elfstedentocht van 1986 materiaalpech en verloor ik onderweg kostbare tijd toen ik van schaatsen moest wisselen. Bij die tocht klasseerde ik mij als 38e. Bij het rijden van een Elfstedentocht als wedstrijdrijder is het enorm belangrijk om voorin te zitten als er gekluund moet worden. Op dat soort momenten kun je veel tijd verspelen of winnen!

In 1997 was ik vijftig jaar en wist ik, dat ik niet meer mee kon doen om de ereprijzen, het uitrijden binnen de limiet was het belangrijkste doel. Als één van de eersten stond ik ’s morgens vroeg in de startkooi om een goede startpositie te verkrijgen. Ik ben voluit gestart en heb tot Sloten zelfs mee geschaatst in de kopgroep. Er stond een harde noordoostenwind en ik wilde ervoor zorgen dat ik bij de tegenwind die na Stavoren te verwachten was, ik in een sterke groep zou rijden.

Het tempo lag echter zo hoog dat ik al voor Sloten moest lossen. Op dat moment merk je dat het niveauverschil tussen de A-rijders en de mastercategorie behoorlijk is. Uiteindelijk kwam ik in de derde groep te schaatsen. Dan doe je niet meer mee in de wedstrijd en rijd je eigenlijk een toertocht.

Onderweg heb ik niet echt moeten afzien, het was voor mij zaak om het tempo hoog genoeg te houden om op tijd binnen te komen. Voor mij was de Elfstedentocht in 1997 een mooie afsluiting van een lange carrière als marathonschaatser, waarin ik heel veel mooie dingen heb meegemaakt en veel prijzen heb gewonnen. Het lijkt mij geweldig om nog eens de Elfstedentocht als toerschaatser te rijden. Omdat ik al lang lid ben van de Elfstedenvereniging, mag ik in een van de eerste startgroepen van start. Wat zou het mooi zijn als ik met de mannen waar ik vroeger de strijd mee aanbond dan in een rustig tempo kan genieten van een schaatstocht langs de elf steden.”



Marten Hoekstra

Leeftijd in 1997: 52 jaar

Oudehaske

Garagehouder (gepensioneerd)

Getrouwd, twee kinderen

Marten:

“De Elfstedentocht heb ik helaas niet in mijn beste jaren kunnen schaatsen. In 1985 en 1986 was ik al begin veertig en bij de Elfstedentocht van 1997 zelfs in de vijftig. Mijn grootste sportieve successen heb ik behaald in de jaren zestig en zeventig als lid van (eerste) sprintkernploeg.

Als enige was ik in die tijd getrouwd en kreeg ik tijdens trainingskampen mijn salaris doorbetaald van de KNSB, terwijl Ard en Keessie het met een gulden per dag moesten doen.

Vanaf het begin van de marathoncompetitie op kunstijs ben ik erbij betrokken geweest. In totaal heb ik 23 overwinningen behaald bij de A-rijders. In 1963 was ik net te jong om aan de Elfstedentocht deel te nemen, ergens bij Birdaard stond ik als toeschouwer langs de kant. Vervolgens moest ik zelf 22 jaar wachten op een kans in de Elfstedentocht.

In 1985 had ik grote pech omdat ik op dat moment zware griep had. Het zweet gutste over mijn rug toen ik in de startkooi stond daardoor moest ik in Woudsend opgeven. Een jaar later nam ik sportieve revanche. Tot Franeker schaatste ik in de kopgroep, daarna werden we na een vluchtpoging van 80 km ingelopen en werd het voor mij steeds zwaarder, uiteindelijk finishte ik als 24e in de wedstrijd.

Na die tijd heb ik ook bij de veteranencategorie nog een groot aantal sportieve successen geboekt. In de sport, maar ook in het leven, heb ik veel meegemaakt. Een dieptepunt voor mij was dat mijn zoon in 1986 op 12 jarige leeftijd onverwacht een hersenbloeding kreeg. Gelukkig is hij later, ondanks wat lichamelijk ongemak, goed hersteld.

Resultaten in de sport zijn relatief en daarom heb ik nooit met oogkleppen op geschaatst. Bovendien moest ik er ook altijd nog hard bij werken. Na het stoppen van Jeen van den Berg als trainer werd ik zijn opvolger in Heerenveen. Later ben ik ook jarenlang ploegleider geweest.

In 1997 was ik ploegleider van de VSP netwerkploeg. (de ploeg van Henk Angenent) Vooraf al had ik gezegd dat je tijdens een Elfstedentocht weinig kan doen als ploegleider. In 1997 koos ik er, ondanks mijn leeftijd (52 jaar) voor om te starten in de wedstrijd.

Via mijn bedrijfje (MABO) sponsorde ik Johnny Hoekstra, hij kreeg bij Sneek materiaalpech en moest opgeven. De verzorgers van mijn ploeg dachten dat ik uit de wedstrijd was toen ze hoorden dat Hoekstra gestopt was. Daardoor kon ik fluiten naar mijn verzorging onderweg en moest bij anderen bedelen om wat te eten en te drinken. Op de terugweg van Dokkum naar Leeuwarden riepen mensen langs de kant dat Henk Angenent had gewonnen, daar kreeg ik zoveel kracht van dat ik ben gedemarreerd uit mijn groepje. Op de Bonkevaart kwam ik alleen over de finish.

Met de ploeg hebben we 's avonds in Drachten feest gevierd, de pers had daar lucht van gekregen en via de achterdeur zijn we daar weggekomen. In de dagen na de Elfstedentocht barstte de hectiek los volgden er festiviteiten en de huldiging van Henk in Alphen a/d Rijn.

Door zijn overwinning is Henk niet veranderd. Hij is gebleven wie hij was. In totaal heb ik meer dan dertig keer een 200 km wedstrijd gereden. Ondanks een vervelende rug en nek blessure, sport ik nog veel, dat is belangrijk voor me. Zolang de omstandigheden en de ijskwaliteit niet bar en boos zijn, ben ik de nog steeds in staat om een Elfstedentocht te schaatsen, alleen het wedstrijdelement heb ik achter me gelaten. "



Douwe de Jager

Leeftijd in 1997: 52 jaar

Oppenhuizen

Constructiebankwerker (gepensioneerd)

Gescheiden, drie kinderen

Douwe:

“In mijn jeugd had je ’s winters veel kortebaanwedstrijden in Friesland. Ik ben toen een keer kampioen geweest van Wymbritseradiel. In de waterrijke omgeving van de ouderlijke boerderij was het voor mij 's winters echt genieten als je kon schaatsen. Als boerenzoon nam ik het bedrijf van mijn vader over maar door de schaalvergroting in de jaren zeventig rendeerde het bedrijf onvoldoende en moest ik het van de hand doen.

Via een saneringsregeling kon ik omgeschoold worden tot constructiebankwerker. Dat werk heb ik tot mijn pensioen met veel plezier gedaan. Alleen als er natuurijs lag schaatste ik tochten met wat dorpsgenoten. In 1982 kon er bijna een Elfstedentocht georganiseerd worden. Met mijn schaatsmaten heb ik toen voor het eerst op eigen houtje de Elfstedentocht geschaatst. Ook in 1985 en 1986 had ik met mijn schaatsmaten een aantal weken voor de Elfstedentocht, de tocht op eigen houtje gereden. Pas na mijn scheiding een paar jaar later, ben ik lid geworden van een schaatsvereniging in Bolsward (STB) en ben ik marathons gaan schaatsen.

Bij de STB in Bolsward trof ik het met schaatsers als Jan Haga , Douwe de Boer en trainer Jacob Heslinga. Met hen had ik een geweldige klik en hier kon ik mij als schaatser enorm ontwikkelen. Al snel werd ik landelijk marathonschaatser in de mastercategorie. Aan de wedstrijd meedoen in de Elfstedentocht is wel wat anders dan aan de toertocht. In 1997 was ik daarom flink gespannen na de aankondiging van de Elfstedentocht.

Samen met mijn kinderen had ik een plan gemaakt voor mijn verzorging onderweg. Een dag voor de wedstrijd zijn we met de auto langs de plekken gereden waar ik wilde dat ze zouden staan. De volgende ochtend ben ik door hen al vroeg naar het FEC gebracht. Omdat ik wist dat je daar lang moest wachten, had ik een bidon meegenomen, om in te plassen. Ik wist dat daar geen toiletten waren. Tijdens het hardlopen naar de start kon ik die bidon nergens weggooien tussen al die mensen, uiteindelijk lukte dat pas bij de Zwette.

Ik had een uitstekende start. Het ijs was van goede kwaliteit en daardoor kon je, ondanks dat het donker was, de scheuren goed zien. In Hindeloopen ben ik vergeten te stempelen, maar daar kwam ik pas later achter, de controlepost was daar niet goed zichtbaar. Na Bolsward schaatste ik in een groep van ongeveer twintig schaatsers, het leek vanaf daar wel toertocht, er werd constant gereden en er werd nauwelijks gedemarreerd.

Na Bartlehiem, op weg naar Leeuwarden demarreerde ik uit de groep. Marten Hoekstra en Remco Boonstoppel sprongen mee. Onderling werd er gezegd dat we niet zouden sprinten op de Bonkevaart, eenmaal daar bleken dat loze woorden en stoof iedereen voluit op de finish af.

Nadat ik thuis op de bank zat uit te puffen zag ik op tv dat Piet Kleine gediskwalificeerd was. Opeens realiseerde ik mij dat ik mijn stempelkaart helemaal niet had ingeleverd en dat er een stempel ontbrak. Gelijk ben ik in de auto gestapt en naar het FEC gegaan. Ik kneep hem flink om uit de uitslag geschrapt te worden, maar de mevrouw van de organisatie waar ik mijn stempelkaart inleverde, zei dat er wel meer wedstrijdrijders waren die niet alle stempels hadden op hun kaart en dat het wel goed zou komen!

Door de komst van de klapschaats, waar ik niet aan kon wennen en een hardnekkige blessure, ben ik in 1998 gestopt als wedstrijdrijder. Hierna ben ik fanatiek gaan biljarten, drie jaar geleden werd ik nog Fries Biljartkampioen, het wedstrijdelement zit in mijn bloed."


Bron: It giet oan, zei Kroes


Laatste berichten