De mannen en vrouwen van '97 nummer 86 t/m 84 Harm Speelman, Sietse van der Meer, Wout de Vries


Harm Speelman

Geboortejaar: 1961

Leeftijd in 1997: 36 jaar

Smilde

Stratenmaker

Getrouwd, drie kinderen

Harm:

“In het najaar van 1996 was ik naast mijn werk als stratenmaker ’s avonds bezig om een eigen huis te bouwen. Tot de aankondiging van de Elfstedentocht had ik aan geen enkele wedstrijd deelgenomen en niet getraind. In 1985 en in 1986 had ik als toerrijder deelgenomen aan de Elfstedentocht. Omdat ik in 1997 nog als A -rijder op de deelnemerslijst stond, mocht ik van start in de wedstrijd.

Al die aanmoedigingen bij de start waren alleen al fantastisch om mee te maken. Als derde loper ging ik het ijs op, voor het schaatsen aantrekken nam ik net te weinig tijd, bij het klunen had ik later last van losse veters. Vlak voor Sneek viel ik over een boomstam die in het ijs zat vast gevroren.

In Balk stonden de mensen ook in rijen dik langs de kant, maar kort erna op de Luts heerste weer stilte, dat grote contrast viel me op. Even voor de Galamadammen viel ik opnieuw. Mijn kin zat onder het bloed, om mij heen werd er gevraagd wat er met mij aan de hand was.

De kopgroep had ik al lang moeten verlaten, dat tempo lag veel te hoog voor mij. Bij Stavoren was ik al enorm aan het afzien. Onderweg maak je van alles mee, voorbij Franeker verloor ik mijn muts, dat meldde ik direct aan een agent die daar toevallig ergens langs de kant stond. In één beweging trok hij zijn eigen muts van zijn hoofd en reikte mij die aan.

Als ik maar in Dokkum ben, spookte steeds door mijn hoofd. Vanaf daar krijg je de wind in de rug en is de afstand naar Leeuwarden te overzien. Eenmaal in Dokkum begon iedereen geweldig te versnellen, dat betekende voor mij dat ik de afstand tussen Dokkum en Bartlehiem met de armen los heb geschaatst.

Na afloop van de Elfstedentocht was ik helemaal kapot en werd ik na afloop ziek. De volgende dag viel ik van vermoeidheid zo van de stoel en verloor zelfs mijn bewustzijn even. Pas na tien dagen herstelde ik weer een beetje. Na 1997 heb ik nog een paar jaar bij de A-rijders gereden. Dagelijks ging er twintig ton aan zand en stenen door mijn handen, terwijl de meeste jongens semiprof waren. Dan was het geweldig om mee te maken dat ik dan in de zesdaagse toppers uit die tijd, als KC Boutiette en Derek Parra, bij kon houden.

In 2000 heeft Leen Pfrommer een jaar lang trainingsschema’s voor mijn schaatsmaat Albert Slomp en mij gemaakt. Ik was al bijna veertig en ging voor het eerst gestructureerd trainen. In de wedstrijden plukte ik daar de vruchten van.

Helaas kreeg ik een aantal jaren geleden bij het klussen door pech een elektrische schroevendraaier in mijn oog en raakte daardoor blind aan dat oog. Ik schaats nog steeds maar het rijden van wedstrijden is door het ongeluk wel veel moeilijker geworden. Schaatsen is prachtig, maar ik zou mijn drie Elfstedenkruisjes zo inleveren als stratenmakers niet tot hun 67e hoeven te werken. Afzien is geen probleem, maar er zijn grenzen natuurlijk!



Sietse van der Meer

Geboortejaar: 1958

Leeftijd in 1997: 39 jaar

Woonplaats: Oenkerk

Beroep: Sporthalbeheerder

Sietse:

“In 1985 zou ik als toeschouwer naar het EK allround gaan maar onverwacht ging de Elfstedentocht door. Ik miste de inschrijving, maar op de valreep kon ik via een kennis nog een startkaart krijgen voor de toertocht.

Geen moment dacht ik er na de Elfstedentocht aan om lid te worden van de Elfstedenvereniging, in 1986 zat ik mij de Elfstedentocht langs het parcours te verbijten omdat ik door de nieuwe regels niet mee kon doen. Later ben ik potentieel lid geworden van de Elfstedenvereniging.

Tot begin 2000 schaatste ik meestal één keer per week op de kunstijsbaan in Leeuwarden. Schaatsles heb ik nooit gehad ook ben ik nooit lid van een schaatsclub geweest. Wel ben ik in de jaren negentig af en toe regiomarathons gaan schaatsen. Vooral op natuurijs kon ik goed meekomen. In die tijd waren er nog wedstrijden waar alle categoriën mochten starten en daardoor kon je laten zien wat je waard was. Op natuurijs kon ik met de betere B-rijders meekomen. Hoe kapot ik ook zat in wedstrijden, nooit gaf ik op.

Met kaatsten heb ik ook successen geboekt. In 1989 stond ik in de finale van de PC, de belangrijkste kaatswedstrijd van Friesland. Voor tienduizend toeschouwers speelden we onze partij waarbij we helaas als tweede eindigden.

In 1997 was ik ingeloot als deelnemer aan de toertocht. Ik voldeed niet aan de voorwaarden om in de wedstijd te mogen starten. Toch ben ik even gaan praten met Gerrit van den Ham, de wedstrijdleider. Op basis van mijn resultaten in voorafgaande natuurijswedstrijden kreeg ik een wildcard om op uitnodiging van het bestuur als C1-rijder deel te nemen aan de wedstijd.

Na een goede start werd ik op de Zwette onderuit gereden door Piet Kleine. Met zijn machtige slagen passeerde hij mij en raakte mij waardoor ik uit balans raakte. Ondertussen had ik wel door dat ik in het eerste gedeelte van de wedstrijd er alles aan moest doen om bij de voorste groepen te blijven. Anders zou ik met de tegenwind in groepjes terecht komen die onvoldoende tempo zouden maken.

In Sneek stapte ik op een spijkertje of zoiets. Mijn linker schaats was bot geraakt en ik kon er niet meer mee afzetten. Al snel besefte ik dat ik het er maar mee moest doen.

Van het publiek heb ik nauwelijks iets meegekregen tijdens de Elfstedentocht, alleen de tijdslimiet speelde door mijn hoofd. Hoe dan ook, ik wilde het wedstrijdkruisje behalen.

Ik was blij dat er bij Harlingen zand op het ijs lag, want na deze passage had iedereen botte schaatsen en dat speelde in mijn voordeel.

Totaal ‘gesloopt’ kwam ik over de finish en vrijwel direct kreeg ik een microfoon onder mijn neus gedrukt en stamelde, dat ik ik dit nooit meer zou doen. Dat negatieve gevoel veranderde al snel in het besef dat een soort van droom was uitgekomen.

Inmiddels ben ik geen lid meer van de Elfstedenvereniging, ik vind het van belang dat in de toekomst ook jongeren de kans krijgen om het unieke van de Elfstedentocht mee te maken. "



Wout de Vries

Geboortejaar: 1952

Leeftijd in 1997: 45 jaar

Dwingelerveld / Branceilles

Eigenaar modezaken (gepensioneerd)

Alleenstaand

Twee kinderen

Wout:

“ Ik groeide op in het Drentse Hollandscheveld, in het dorp woonde ook Piet Kleine. Hoewel hij wat wat ouder was, hebben we in die tijd nog samen geschaatst op de ijsbaan van Hollandscheveld. Het waren roerige tijden in Hollandscheveld, in mijn jeugd. Er waren geregeld schermutselingen tussen zogeheten vrije boeren en het landbouwschap. Vanuit mijn huis kon ik als jongen zien, dat in de strenge winter van 1963, drie gezinnen met geweld uit hun woning werden gezet omdat zij weigerden belasting te betalen voor het landbouwschap. Het leidde tot de oprichting van de Boerenpartij die onderleiding van boer Koekoek uit Hollandscheveld jarenlang succesvol was als anti-establishmentpartij.

Ik was geen echte uitblinker in sport, maar kon wel met alle sporten goed meekomen. Als rechtsbuiten van VV Hollandscheveld maakte ik met de club een gouden tijd mee, als dorpsclub kwamen we toen uit in de hoogste klasse van het zaterdagvoetbal.

Op 19 jarige leeftijd ben ik al getrouwd omdat mijn vriendin (later mijn echtgenote) zwanger was geworden, mijn leven kreeg hiermee een andere wending. Via mijn schoonvader kon ik aan het werk in zijn modezaak in Beilen. Later hebben wij het bedrijf kunnen overnemen en uitgebouwen tot een onderneming met drie zaken.

Pas op latere leeftijd ben ik recreatief gaan schaatsen op de kunstijsbaan in Assen, daar ontdekte ik dat ik aanleg had voor de lange afstand. In 1983 nam ik voor het eerst deel aan de Alternatieve Elfstedentocht in Finland, In Lathi eindigde ik in die wedstrijd op de 12e plaats.

Aan het einde van de winter van 1985 geloofde niemand meer in het doorgaan van de Elfstedentocht, daarom ben ik met mijn gezin op wintersport gegaan. Toen ik terug kwam van het skiën vond ik een briefje op de deur van mijn appartement, of ik naar Nederland wilde bellen, de Elfstedentocht ging door. Ik ben direct teruggegaan naar Nederland en heb aan de wedstrijd meegedaan.

Onderweg had ik nauwelijks iets te eten of te drinken en dat brak mij op het laatst op. Ruim binnen de tijd haalde ik de finish en na afloop ben ik gelijk teruggereden naar het Sauerland om mijn gezin op te halen.

In 1986 was ik veel beter voorbereid op de Elfstedentocht. Het was fantastisch om vanaf Stavoren tot Franeker in de kopgroep te rijden en als twaalfde te finishen, daar heb ik veel goede herinneringen aan.

In 1997 wilde ik graag nog een keer een Elfstedenkruisje halen in de wedstrijd. Inmiddels was ik al ruim boven de veertig, maar nog goed in conditie. Via NOS-verslaggever Herbert Dijkstra benaderde de VPRO mij om over mij een documentaire te maken. Ze volgden mij voor, tijdens en na de Elfstedentocht.

Mijn doel was in 1997 vooral om binnen de limiet de Elfstedentocht uit te rijden. Met Engbert van der Woude heb ik een groot gedeelte van de Elfstedentocht gezamenlijk gereden, dat verliep perfect.

Begin 2000 heb ik mijn zaak verkocht en zijn we in Frankrijk gaan wonen, daar hebben we heerlijke jaren beleefd. Vorig jaar sloeg het noodlot toe, toen mijn vrouw ernstig ziek werd en binnen een half jaar overleed. Alleen moet ik verder en dat valt mij zwaar. Als wens heb ik nog om als toerrijder samen met mijn dochter de Elfstedentocht te rijden. Ik vind het heel erg om te beseffen dat mijn vrouw dat niet mee kan maken. "




Laatste berichten