De mannen en vrouwen van '97: Nummer 86 t/m 84: Tjep de Vries, Marcel Nat, Harm van der Meulen


Tjep de Vries

Leeftijd in 1997: 35

Woonplaats: Hijum

Beroep: Account-beheerder AB Vakwerk

Getrouwd, twee kinderen

Tjep:

“Aan de Elfstedentochten in 1985 en 1986 deed ik mee in de toertocht, tot mijn 32e heb io amateurniveau gevoetbald, pas daarna ben ik mij op het wedstrijdschaatsen gaan richten.

Op mijn achttiende, in 1980, heb ik mij gelijk aangemeld als lid van de Elfstedenvereniging, dat bleek later een slimme zet, want na de Elfstedentocht in 1985 werd er een ledenstop afgekondigd.

In 1996 klasseerde ik mij als C-rijder in de uitslag van de Oldambtrit. Bij klassiekers op natuurijs merkte ik dat ik goed mee kon komen. Na eind december 1996 geklasseerd te zijn in de Holland-Venetië tocht wilde ik het proberen om in de Elfstedentocht van start te mogen in de wedstrijd.

De Elfstedentocht werd op een zaterdag gehouden, op donderdagavond daarvoor stond ik in Friesland nog aan de start bij een baanmarathon, om mijn schaats vorm te demonstreren. Hoewel ik geen landelijk marathonschaatser was, wilde ik wel in aanmerking komen, om op voordracht van de Elfstedenvereniging start te gaan in de Elfstedenwedstrijd. Samen met mijn schaatsmaat en plaatsgenoot, Watze van der Wal, hebben wij dat toen kenbaar gemaakt aan de wedstrijdleider van de Elfstedenvereniging, Gerrit van der Ham, die akkoord ging.


Na een goede start smakte ik op de Luts tegen het ijs. Het was daar pikkedonker en ik kwam terecht in een scheur. Gelukkig kon ik mij van die val goed herstellen. Mijn broers stonden onderweg op een aantal plekken langs de route om Watze en ik van proviand te voorzien. Hoewel ik op de dag van de Elfstedentocht niet in topvorm verkeerde kon ik wel mijn schaatstempo hoog genoeg houden om binnen de wedstrijdlimiet te blijven. Bij Sijbrandahuis, op de Dokkumer Ee, werd vanaf de kant geroepen dat Henk Angenent de Elfstedentocht had gewonnen, hiermee kon ik ook inschatten of wij op tijd bij de finish zouden komen.

Het moment dat ik onder het finish spandoek op de Bonkevaart doorgleed, is het mooiste moment in mijn sportcarrière geweest, nog vaak denk ik daar aan terug. Na de finish werd ik geïnterviewd door de ARD, de Duitse omroep.Daar sta je dan, moegestreden, zoekend om in het Duits iets te kunnen vertellen over de Elfstedentocht. Ook werd ik uitgepikt voor de dopingcontrole.

Daarna ben ik naar huis gegaan, maar de adrenaline van de Elfsteden beleving zat nog in mijn bloed. Na gedoucht te hebben, ben ik zelf in de auto gestopt om mijn broer, die meedeed aan de toertocht op te halen in Leeuwarden. ’s Avonds ben ik naar Bartlehiem gegaan, om onder het genot van een biertje, daar naar de passage van de toerrijders te kijken. Een geweldige sfeer hing daar.

In de tussentijd hadden de gebroeders Anker, de bekende Friese advocaten, ook contact met mij gezocht, met de vraag om de volgende dag van start te gaan in de Ronde van Akkrum, dat heb ik nog gedaan ook. Ik kon nauwelijks lopen, maar eenmaal op de schaats, kreeg ik de juiste slag snel te pakken. "



Marcel Nat

Leeftijd in 1997: 28

Woonplaats: Oost Graftdijk

Beroep: Ondernemer Bouwbedrijf Marcel Nat

Getrouwd, twee kinderen


Marcel:

“Mijn vader (Jan Nat) was schaatstrainer en hij wilde mijn zus en mij met schaatsen de kansen geven die hij zelf gemist had. Op de langebaan kon ik meekomen met de subtop van Nederland. Begin jaren negentig ging ik ook marathons schaatsen en werd al vrij snel A-rijder. Ondertussen bouwde ik ook een eigen aannemersbedrijf op. Na een paar jaar werd fulltime werken en het schaatsen bij de A-rijders werd mij deze combinatie te veel.

Na een paar jaar begon het toch weer te kriebelen en ben ik weer begonnen met marathons te schaatsen. In 1997 stond ik hoog in het Cup klassement bij de B-Rijders. Op het NK in Ankeveen en in Maasland kon ik mij ook goed meekomen.

Met de Elfstedentocht was ik eigenlijk helemaal niet bezig. Ik was zelfs geen lid van de Elfstedenvereniging. Na het aankondigen van de Elfstedentocht werd ik opgebeld door Frits Schalij sr, van het gewest Noord-Holland-Utrecht, hij meldde mij dat ik op basis van mijn ranking uitgenodigd was om aan de Elfstedentocht mee te doen. Ik twijfelde even, mijn vader zei direct: zo’n kans krijg je nooit meer', daar heeft hij gelijk in gehad.

Er moest voor mijn deelname aan de Elfstedentocht snel nog van alles geregeld worden. In Jelsum kon ik bij een tante onderdak krijgen. Samen met Gerard Kemper ben ik naar Leeuwarden toe gegaan. Nog nooit eerder had ik een tweehonderd kilometer wedstrijd gereden. Voorafgaand aan de start was het een zenuwentoestand.

Het geluid van de toeschouwers voelde ik na de start op mijn lichaam trillen. In het donker schaatsen vond ik geen probleem. Voor Sneek raakte ik verblind door de lampen van een op het ijs schijnende auto, hierbij kwam ik ten val en gleed over ijs. Opeens zie ik op enige afstand een wak met eendjes er in zwemmen, het scheelde niet veel of ik had een nat pak gehaald.

Als voeding had ik energiegels bij mij, uit onervarenheid vergat ik te drinken en dat heb ik geweten, want ik werd enorm misselijk. Uit pure wanhoop en dorst heb ik even later ergens langs de kant maar een tasje van een (onbekende) verzorger gegrepen.

Voorbij Franeker stond mijn moeder met eten en drinken. Toen ik haar tasje aanpakte viel ik bijna achterover, zo vol had ze het tasje veel te vol gestopt, er zat zelfs een heel brood in.

Op het laatste gedeelte van de Elfstedentocht heb ik enorm moeten afzien. Af en toe legde ik even mijn beide handen, al schaatsend, op mijn bovenbenen, daarmee haalde ik wat spanning uit mijn lijf.

Tot Dokkum heb ik samen met Gerard Kemper geschaatst. Onderweg heb je geen idee hoe je ligt in de wedstrijd. Gerard (Kemper) en ik verloren elkaar uit het oog na Dokkum. Op de Bonkevaart bij de finish wachtte mijn vrouw op mij en nog wat familie. Toen ik een beetje bijgekomen was zeiden ze dat het te druk was om met de auto bij de finish weg te komen. We konden het beste op de schaats vanaf de Bonkevaart naar Jelsum rijden, zeiden zij. Dat heb ik nog gedaan ook. Daarna ben ik daar in een warm bad gaan liggen. Van de rest van de Elfstedentocht op die dag heb ik weinig meegekregen, daar was ik veel te vermoeid voor. Later zei een trainingsmaatje tegen mij. Weet je wat een kwaliteit van jou is tijdens het sporten? Nee, zei ik. ‘Nou, jij kunt sterven met een glimlach.’!



Harm van der Meulen

Leeftijd in 1997: 25

Woonplaats: Stiens

Beroep: Uitvoerder

Getrouwd, twee kinderen


Harm:

“Mijn vader schaatste in 1963 een lange tijd in de kopgroep van de Elfstedentocht. In Franeker moest hij noodgedwongen stoppen door bevroren tenen. In Finkum groeide ik op, daar woonden wij aan de Finkummervaart, de route van de Elfstedentocht naar Bartlehiem.

Tijdens de Elfstedentochten van 1985 en 1986 zag ik mijn vader in de wedstrijd passeren langs ons huis. Ik groeide op schaatsen en de verhalen van mijn vader, niet onbelangrijk, ik vond schaatsen ook zelf heel leuk om te doen. Van een schaatsselectie heb ik nooit deel uit gemaakt omdat ik op de korte afstanden aan snelheid te kort kwam. Op mijn 20e werd ik landelijk marathonschaatser bij de B-rijders.

Mijn beste resultaat was een top tien klassering in de klassieker in Maasland. Tegelijkertijd met mijn streekgenoot Willem Poelstra promoveerde ik naar de A-rijders. Overdag werkte ik als timmerman en ’s avonds trainde ik. Als ik nu terugkijk op die tijd, dan was die combinatie te zwaar. Ik begon nooit uitgerust aan een training.

Eind december 1996 zag ik al aankomen dat de Elfstedentocht door zou gaan, daarom heb ik de klassieker in Maasland ook laten schieten. De kenners van de Elfstedentocht voorspelden allemaal dat de wedstrijd tot Stavoren rustig zou verlopen.

Bij de eerste twintig schaatsers zat ik die het ijs opstoven en op weg gingen naar Sneek. Het tempo lag direct hoog en er vormden zich geen groepjes, het was ieder voor zich. Ondanks dat ik een Fries ben kende ik het eerste gedeelte van de Elfstedenroute niet voldoende, dat zal mij niet nog een keer overkomen dacht ik al tijdens de wedstrijd.

Op het Slotermeer schaatste ik met een groep op een bevroren sneeuwrand die door het donker niet te zien was. Ik viel vol op mijn knieën. Een tijdje heb ik van pijn vertrokken op het Slotermeer gelegen. Om mij heen hoorde ik oerkreten van schaatsers die vielen en het gekras van schaatsers uit verschillende richtingen. Zij waren bezig om de route naar Sloten of Balk te vinden.

Na een tijdje ben ik opgestaan en vond ik aansluiting bij Rick van der Hoorn. Later hadden we een groepje waar ook Gerard Kemper en Marten Hoekstra bijzaten. Mijn verzorging onderweg verliep uitstekend, daardoor kon ik Marten ook wat kon geven, zijn ploeg dacht dat hij uit koers was en stond niet meer voor hem klaar. Zelfs tot vele jaren na de Elfstedentocht bedankte hij mij nog altijd als hij mij ergens trof. Eten en drinken lijkt zo iets kleins, maar het is cruciaal voor get resultaat van een duursporter.

Door mijn val had ik veel tijd verloren en door de focus op de wedstrijd ben ik mij later pas gaan beseffen dat ik onderweg te weinig genoten heb. Behalve de doorkomsten in Sloten en Dokkum die kan ik mij nog voor de geest halen. Daar leek het net alsof je een vol voetbalstadion binnenkwam.

Met mijn uitslag was ik na afloop niet tevreden. Na een aantal jaren begin je pas te beseffen dat je wel het geluk gehad hebt dat je de wedstrijd überhaupt hebt kunnen uitrijden. Inmiddels heb ik vrede mee met mijn klassering. Na 14 jaar landelijk marathonschaatser te zijn geweest vond ik het tijd om meer aandacht aan mijn gezin te besteden, maar de passie voor de Elfstedentocht die verdwijnt nooit! ”


Bron: It giet oan, zei Kroes

Laatste berichten