De mannen en vrouwen van '97 Piet Griffioen, Martien Bakker en Eric Peirs

Piet Griffioen

Leeftijd: 71

Woonplaats: Breukelen

Kinderen: 3

Beroep: Medewerker slachterij (gepensioneerd)



Piet:"In de strenge winter van 1963 was ik nog te jong om mee te doen met de Elfstedentocht, maar ik heb toen wel heel veel koppel en afvalwedstrijden geschaatst. Daar viel toen een leuk centje mee te verdienen. Op de boerderij waar ik opgroeide tussen Wilnis en Woerdense Verlaat leerde ik op de slootjes achter het huis schaatsen. In mijn jeugd speelden we tikkertje op het ijs en dan sprongen we van het ijs op de kant en omgekeerd. Dat kwam mij later als marathonschaatser bij het klunen goed van pas.

De Elfstedentocht in 1985 vind ik de mooiste van de drie Elfstedentochten die ik in de wedstrijd gereden heb. De omstandigheden in 1985 waren ideaal voor mij. Het dooide en daardoor stond er een beetje water op het ijs. Het ijs gleed heel goed en dan zijn schaatsers die het vooral van hun techniek moeten hebben in het voordeel. Als 22e eindigde ik toen in de wedstrijd. Achteraf denk ik wel dat ik nog hoger had kunnen eindigen als ik onderweg genoeg had kunnen eten en drinken.

Tijdens de Elfstedentocht in 1986 kreeg ik al bij Sneek pech met mijn schaatsen. Onderweg ben ik gestopt bij een boer, die heeft er nog wat aangerommeld, maar dat was tevergeefs. Bij Harlingen schoot ook nog mijn hak los en ben ik op een soort van klapschaats verder gegaan. Daardoor verloor ik te veel tijd, daardoor kwam ik buiten drie minuten buiten de limiet over de finish.

In 1997 was ik de vijftig al gepasseerd, maar ik schaatste nog op een niveau dat goed genoeg om als wedstrijdrijder deel te nemen aan de Elfstedentocht. Met mijn schaatskameraden Wim Vos, Evert Kroon en mijn broer Bram vertrokken we na de aankondiging van de Elfstedentocht naar Friesland.

Het vroor streng op de nacht voor de Elfstedentocht, om problemen te voorkomen had ik mij dik aangekleed. Met de wind in de rug kreeg ik last van al die lagen die ik droeg onder mijn wedstrijdpak.

Onderweg in de wedstrijd kreeg ik door dat ik te ver achterin het peloton schaatste en na Franeker ben ik weggereden uit de grote groep waar ik tot dan toe ingereden had. Samen met Henk Lokhorst, Martien Bakker en Jan Haga hebben we een groepje gevormd. Op weg naar Dokkum heb ik veel kopwerk gedaan.

Ook in 1997 had ik geen verzorging onderweg geregeld en hoopte dat de mensen langs de kant daarin zouden voorzien. Onderweg heb ik ergens een mars kunnen aanpakken, meer heb ik niet gehad. Veel speelruimte hadden we vanaf Dokkum niet in ons groepje om op tijd binnen te komen. Maar twintig kilometer verder, aangekomen in Leeuwarden, bleken we net binnen de limiet te kunnen finishen.

Tot 2010 heb ik meegedaan aan de landelijke mastercompetitie, maar ik heb altijd gezegd als ik ‘vulling’ wordt in het peloton, dan doe ik niet meer mee. Als master ben ik ook nog een keer allround kampioen geworden. Een keer of vier in de week schaats ik op de Vechtse Banen in Utrecht met een vriendenclub van oud-marathonschaatsers, de herinnering aan de Elfstedentocht is nog vaak een onderwerp van gesprek."




Martien Bakker

52

Berkhout

Hoofd datacenter Vancis

Getrouwd, twee kinderen

Martien:

“In 1985 miste ik deelname aan de Elfstedentocht door een blessure, in 1986 kon ik wel meedoen als toerrijder. Bij die tocht merkte ik dat ik ook wel aan de wedstrijd had mee kunnen doen, zo makkelijk ging mij het af.

Als marathonschaatser moest ik het vooral hebben van mijn doorzettingsvermogen en kracht. Mijn schaatstechniek was niet goed genoeg om de stap te maken van de B naar de A-divisie. Naast het marathonschaatsen had ik een fulltimebaan en volgde ook nog een avondstudie. Het was rennen en vliegen om op tijd te zijn in Alkmaar, waar ik schaatste in de baanselectie.

Dan hoorde ik daar van mijn trainingsgenoten hoeveel fietskilometers ze overdag gemaakt hadden en zat ik mij soms te verbijten want dat zat er voor mij niet in. Als het een beetje meezat kon ik in het weekend nog wat duurritjes op de fiets doen. Als de omstandigheden zwaar waren bij marathons op kunstijs dan kon ik in mijn beste jaren goed meekomen in het peloton.

Op de nog niet overdekte ijsbaan in Assen heb ik een keer een tweede plaats behaald bij de B-rijders. Dat is mijn beste resultaat geweest, een winnaarstype was ik niet. Hoewel de aankondiging van de Elfstedentocht veel los maakt bij de mensen, bleef ik er vrij rustig onder.

Vroeg in de ochtend ben ik samen met mijn broer (Sjaak) die ook aan de wedstrijd deelnam, vanuit Berkhout naar Leeuwarden gereden. Als verzorgers gingen onze echtgenotes mee en twee zussen van ons. Na de start heb ik mijn longen uit mijn lijf gelopen om vooraan te beginnen met het schaatsen.

Op het Slotermeer was er verwarring welke kant wij op moesten. Sommige uit ons groepje reden zo het riet langs de kant in. Na Stavoren ontstond een vaste groep met o.a. mijn streekgenoot Bruno Plantinga. Beurtelings namen we de kop over. Ondertussen was ik voortdurend aan het rekenen of wij nog binnen de tijdslimiet zaten. Pas op de Dokkumer Ee kreeg ik de zekerheid dat we een grote kans hadden om op tijd bij de finish te komen nadat ik gehoord had dat de kopgroep gefinisht en wist ik met de afstand die wij nog te gaan hadden dat het finishen binnen de limiet zou lukken.

Met het volbrengen van de Elfstedentocht in de wedstrijd was voor mij een grote sportieve wens vervuld. Net als de gebroeders Gaassenbeek volbrachten mijn broer en ik de wedstrijd. Dat vind ik best bijzonder.

Na de Elfstedentocht van 1997 heb ik nooit meer een wedstrijd geschaatst. Ik heb er geen behoefte meer aan. De impact van de Elfstedentocht is groot. Mijn collega’s kwamen erachter dat ik in de uitslag van de Elfstedentocht van 1997 stond. Daarna werd ik (ongevraagd) op een soort voetstuk geplaatst op mijn werk. Schaatsen doe ik zelf niet veel meer, maar als wedstrijdsecretaris van IJsbaan de Westfries in Hoorn draag ik graag mijn steentje bij aan de schaatssport.”




Eric Peirs

1948-2011

Beveren (België)

Getrouwd

Twee kinderen

Als enige Belg nam Peirs deel aan de Elfstedentocht in 1997. Peirs was een schaatsliefhebber in hart en nieren. Als geen ander kende Peirs in België de mogelijkheden om op natuurijs te schaatsen en tochten te maken in de omgeving van Bellem, Brugge en Sluis. Met het voltooien van de Elfstedentocht als wedstrijdrijder ging voor Peirs een droom in vervulling. Wekelijks reed Peirs naar Eindhoven en later Breda op de Brabantse kunstijsbanen zijn trainingskilometers te maken. In het peloton was Peirs niet alleen vanwege zijn nationaliteit een opvallende verschijning, ook omdat hij zijn haren nooit liet knippen. In 2011 overleed Peirs op 63 jarige leeftijd als gevolg van een slopende ziekte.















[1] foto: wimijpelaarwordpress.com

Laatste berichten