De mannen en vrouwen van '97: Rick van der Hoorn, Gerard Kemper, Erik Jan Hagedoorn


Rick van der Hoorn

Leeftijd in 1997: 32 jaar

Ter Aar

Ondernemer (Jan van der Hoorn schaatssport)

Getrouwd, twee kinderen

Rick:

“De verhalen en belevenissen van de Elfstedentocht lopen als een rode draad door mijn leven. Mijn vader (Jan van der Hoorn) vertelde er vaak over. Hij maakte deel uit van de kopgroep die in de Elfstedentocht van 1956 tegelijk over de finish kwam. Het Elfstedenbestuur diskwalificeerde hen vervolgens wegens vermeende onsportiviteit.

Zodra ik kon lopen ging ik mee naar de ijsbaan en kreeg ik schaatsen ondergebonden. Op de langebaan kwam ik snelheid te kort om furore te maken en daarom ben ik al jong overgestapt naar het marathonschaatsen. In 1985 was ik nog geen twintig jaar toen er sinds lange tijd weer een Elfstedentocht werd verreden. Voor die tijd had ik in wedstrijdverband nooit langer dan 60km geschaatst.

Ook had ik er geen idee van hoe je de voorbereiding moest aanpakken bij een Elfstedentocht. In 1985 heb ik vrijwel zonder eten en drinken de Elfstedentocht geschaatst. Een jaar later toen er weer een Elfstedentocht gehouden werd, was ik de week voorafgaand aan de tocht ziek geweest. Dit had helaas zoveel kracht gekost dat ik toen onderweg de strijd moest staken.

In totaal ben ik vijftien jaar A-rijder geweest, ik was geen topper, mijn kracht lag vooral bij de marathons op kunstijs. Mijn vader ging trouwens altijd mee naar de wedstrijden. Hij was een echte supporter. Van luide aanmoedigingen moest hij niets hebben, hij knikte als het goed ging en bij een mindere dag baalde hij, net als ik.

Als er een natuurijsperiode is, dan is het superdruk in onze schaatswinkel. Terwijl je dan eigenlijk moet trainen en wedstrijden wilt rijden, heb ik daar dan nauwelijks tijd voor. De Elfstedentocht is de uitzondering, waarvoor ik het werk stil leg. In 1997 wilde ik natuurlijk van start in de Elfstedentocht. Samen met Jan Dirk Corts en Andries Kasper vormden we een team, ondertussen had ik genoeg ervaring opgedaan om de verzorging onderweg goed te organiseren. De Alphense Schaatsvereniging ondersteunde ons daarbij.

Het schaatsen in het donker vind ik echt verschrikkelijk. In het begin van de wedstrijd ben ik wel tien keer gevallen. Je hebt ook geen idee waar je bent. Op het Slotermeer ging het echt mis. Doordat het parcours daar niet goed aangeduid werd, zijn er veel grote valpartijen ontstaan omdat de kistwerken niet zichtbaar waren. Daar is de organisatie achteraf gezien te kort geschoten en dat is een aandachtspunt voor in de toekomst.

Nadat het licht werd, schaatste ik in een groep met Harm van der Meulen, Baukje Bron en Jenita Smit. Tot Bartlehiem werd er nauwelijks de kop overgenomen. Op de Dokkumer Ee ben ik uit het groepje gedemarreerd, Gerard Kemper sloot bij mij aan, samen zijn we naar de finish gereden. Als gesloopt kwam ik over de finish. Door de vele valpartijen onderweg was ik bont en blauw geraakt, het bloed stroomde ‘s avonds nog uit mijn elle bogen die helemaal open lagen. In 2002 ben ik gestopt als A-rijder. Ik wilde voorkomen dat mensen aan mij zouden vragen wanneer ik van plan was om te stoppen."



Gerard Kemper

Leeftijd in 1997: 27 jaar

Zwaag

Ambulancechauffeur

Getrouwd, vier kinderen

Gerard:

“Twee jaar geleden ben ik gestopt als soigneur in het wielrennen (o.a. Belkin en RABO). Negen keer heb ik als verzorger de Tour de France meegemaakt en veertien keer de Vuelta. Het voelde vaak alsof we een grote familie waren. De laatste jaren merkte ik wel een soort verzakelijking in het management, die ten koste ging van de sfeer, daarom ben ik gestopt

Inmiddels werk ik als ambulancechauffeur. Als soigneur ben je heel veel van huis en dat gaat ook ten koste van je gezin. Het heeft heel weinig gescheeld of ik was zelf profwielrenner geworden. Als amateur was ik in 1992 in voorbereiding op de Olympische spelen van Barcelona. Er was belangstelling van verschillende profploegen, maar uiteindelijk gaven ze de voorkeur aan wat andere jongens. Later heb ik vanuit verschillende geledingen gehoord dat ze spijt hadden dat ze mij niet gekozen hadden.

Het marathonschaatsen deed ik er in de wintermaanden bij. Ik zorgde ervoor dat ik niet promoveerde naar de A-categorie omdat dat ten koste zou gaan van het wielrennen In 1996 stond ik hoog in het klassement voor de B-rijders. Met de Elfstedentocht was ik eind december 1996 helemaal niet bezig, ik was zelfs geen lid van de Elfstedenvereniging. De dag voor de Elfstedentocht op vrijdagmiddag 3 januari om 13.00 uur, het tijdstip weet ik nog heel goed kreeg ik een telefoontje van de Elfstedenvereniging dat ik op voordracht van hen toegelaten was tot de wedstrijd, die kans wilde ik natuurlijk wel grijpen.

Op de valreep probeerde ik nog wat sportvoeding in te slaan maar dat was overal uitverkocht. De Elfstedentocht heb ik uiteindelijk uitgereden op twee marsen en een banaan. Via mijn trainingsgenoot Marcel Nat werd er bij familie van hem in Jelsum een overnachtingsadres geregeld. De volgende morgen stonden we vroeg in de startkooi. Na het hardlopen naar de Zwette had ik al een bloedsmaak in mijn mond van de verzuring. Ik bleef daar zelfs even uitgeput en vertwijfeld op een bankje zitten. 'Kom op’, zei Marcel,’t rek je schaatsen aan.

In het begin van de wedstrijd deed ik voorin mee, maar ondertussen had ik het vreselijk warm gekregen. Al mijn kledingstukken waar een rits in zat maakte ik half open en tot Stavoren heb ik zelfs zonder muts geschaatst.

Op het Slotermeer was er totale verwarring. Niemand die precies wist welke kant we op moesten. Het was mijn eerste schaatswedstrijd over 200km en in de loop van de dag ging de lengte daarvan een rol spelen. De tijdslimiet speelde voortdurend door mijn hoofd. Pas toen ik de kopgroep op de Dokkumer Ee tegemoet zag komen wist ik dat we binnen de limiet reden. Bij Dokkum ben ik even rechtop gaan staan en toen hoorde ik het gejuich van al die toeschouwers. Het was net alsof je het veld in een vol voetbalstadion opkwam. Na afloop besefte ik hoe diep ik gegaan was toen ik niet meer zelfstandig uit de douche kon komen. De betekenis van het uitrijden van deze wedstrijd is toch wel groot geweest. Ik heb als wielrenner veel criteriums en klassiekers in het wielrennen gewonnen maar de belevenis van de Elfstedentocht blijft mij altijd bij.

In mijn toenmalige woonplaats Volendam werd ik als geboren en getogen Volendammer ook onderscheiden met een speciale oorkonde. Die heeft voor mij thuis een bijzondere plaats gekregen. Veel profwielrenners wisten ook dat ik de Elfstedentocht in de wedstrijd gereden heb. Op de massagetafel kwam het regelmatig voor dat Theo Bos of Bauke Mollema mij vroegen naar mijn ervaring in de Elfstedentocht. Dan heb je er een praatje over, waarbij ik altijd stel dat het toch niet zo mag zijn dat de Elfstedentocht van 1997 de laatste is geweest. Soms denk ik weleens dat door al de belangen die er tegenwoordig zijn, de organisatie het niet meer aandurft zoals in de winter van 2012. Of wordt er aanvaard dat Henk Angenent en Klasina Seinstra de laatste winnaars zijn? “



Erik Jan Hagendoorn

Leeftijd in 1997: 27 jaar

Tersoal

Getrouwd, twee kinderen

Beroep: schipper

Erik Jan:

“ Jan van Dam, mijn oom, werd in de Elfstedentocht van 1956 39e in de wedstrijd. Als jongen ging ik met hem tochten schaatsen op de Rottemeren, hij was toen al in de zeventig. Hij was schipper en vertelde dat hij vroeger zelfs in de stuurhut schaatsoefeningen deed. Net als mijn oom ben ik geboren en getogen in Gouderak.

Na in mijn jeugd eerst lid geweest te zijn van schaatsvereniging De Lekstreek, koos ik voor wielrennen. In de zomer fietste ik veel met Ruud en Marion Borst. Zij haalden mij later over voor het marathonschaatsen.

Als schaatser kwam ik vooral op natuurijs tot mijn recht. In 1997 was ik eerstejaars A-rijder en van de Elfstedentocht wist ik weinig. Achteraf gezien heb ik de zaken na de aankondiging van de Elfstedentocht goed aangepakt.

Met Ruud en Marion Borst en Jan Dirk Corts hadden we afgesproken dat we allemaal twee mensen zouden leveren, die langs de kant zouden staan om ons te verzorgen. Dat werkte uiteindelijk ook prima. Ik was, dacht ik, geen loper, maar desondanks kwam ik na de start toch bij de eerste dertig schaatsers aan bij de Zwettehaven.

Het was pikkedonker en op het Slotermeer wist ik niet welke kant ik op moest, daar ergens kreeg ik aansluiting bij de derde groep, waarin ik Jan Kooiman herkende.

Ik ben diep gegaan in de Elfstedentocht om de finish te halen, in mijn voordeel speelde dat ik bij de mariniers al flink had leren afzien en wel wat gewend was. Ook heb ik in mijn jeugd leren doorzetten doordat mijn vader al op jonge leeftijd in een rolstoel belandde en ik veel dingen zelf moest doen.

Bij de finish werd ik opgevangen, maar ik was zo kapot dat ik allemaal niet meer precies weet hoe het eraan toegegaan is, wel weet ik nog dat ik voor mijn gevoel opeens in een auto zat en terugging naar Gouderak.

De grootsheid van de Elfstedentocht is haast absurd. Eenmaal thuis kreeg ik telefoontjes van mensen die ik in geen jaren had gezien of gesproken. Na 1997 ben ik mij pas serieus op het marathonschaatsen gaan richten. Om optimaal te kunnen trainen nam ik een baantje als postbode en probeerde door hard te trainen en alles opzij te zetten voor de sport, het maximale uit mijn mogelijkheden te halen.

Op de Weissensee en in Finland ben ik een paar keer hoog in het klassement geëindigd bij de Alternatieve Elfstedentocht. Ook ben ik een tijdlang trainingspartner geweest van Henk Angenent. In totaal heb ik meer dan veertien jaar aan de landelijke marathoncompetitie deelgenomen, door het schaatsen heb ik ook mijn vrouw Liesbeth (Hijlkema) ontmoet en er vrienden voor het leven aan overgehouden, zoals mijn beste vriend, Koen Lankhaar.

Na mijn schaatscarrière heb ik mijn oude beroep als schipper weer opgepakt. Mijn sportmentaliteit kwam me goed van pas want ik moest, na er jaren uitgeweest te zijn, een hoop bijleren. Inmiddels ben ik kapitein op een containerschip die een lijndienst onderhoudt van Rotterdam naar Veendam.

Net als een duursporter, ben je als kapitein ook altijd met het weer bezig. We varen immers bij nacht en ontij over het ijsselmeer. De Elfstedentocht van 1997 is een bepalende dag in mijn leven. Maar diep in mijn hart, heb ik misschien wel meer respect voor iemand die helemaal niet kan schaatsen en dan zo’n 200 km op karakter uitrijdt."


Bron: It giet oan, zei Kroes.

Laatste berichten