De mannen en vrouwen van '97: Robert Gaasenbeek, Marco Molenaar, Remco Boonstoppel



De Utrechtse schaatstoppers Robert en Arnold Gaasenbeek


Nummer 71 t/m 69 in de Elfstedenwedstrijd:


Robert Gaasenbeek

Leeftijd in 1997: 28 jaar

Westbroek

Ops Engineer

Getrouwd, drie kinderen

Robert:

“Met mijn vader ging ik als kleine jongen mee naar de ijsbaan en het schaatsen trok mij ook enorm. Als schaatser moest ik het vooral van mijn techniek en sprint hebben. Voor het langebaanschaatsen kwam ik wat te kort, daardoor maakte ik al voeg de overstap naar het marathonschaatsen. Op mijn 17e jaar werd ik B-rijder. Helaas lukte het niet om alles uit mijn mogelijkheden te halen. In vergelijking met deze tijd was er toen veel minder bekend over belastbaarheid. Mijn schaatscarrière was daardoor vaak een aaneenschakeling van periodes van overtraindheid met af en toe een opleving. Ook mentaal had ik het daar vaak moeilijk mee. Mentale begeleiding bestond niet of nauwelijks in het marathonschaatsen. In de Holland-Venetië tocht klasseerde ik mij als eerste B-rijder en ook bij het NK-natuurijs in Ankeveen, dat een paar dagen later georganiseerd werd, reed ik een goede wedstrijd. Als aanvoerder van het natuurijsklassement bij de B-rijders was ik startgerechtigd als wedstrijdrijder in de Elfstedentocht. In die tijd trainde ik veel met de ervaren marathonschaatser Hans Vollenbroek uit Hollandse Rading. Samen met hem ging ik naar Leeuwarden. Bij de inschrijving liep de PC vast, daardoor is mijn naam foutief, als Gaas in de uitslag gekomen.

Midden in de nacht ben ik opgestaan om eerst een stukje hard te lopen. Midden in het centrum van Leeuwarden liep ik daar tussen de feestgangers. De gedachte was dat je daarna beter een bord spaghetti kon op eten op dat lastige tijdstip. Daarna stonden Hans en ik elkaar met vaseline in te smeren, het moet een lachwekkend gezicht zijn geweest. Na een matige bevond ik mij in de eerste doorkomst in Sneek halverwege het peloton. Nadat het licht was geworden ontdekte ik in mijn groep Gerard Kemper en Marcel Nat.


Als niet gesponsord rijder met veel vrienden en kennissen die ook deelnamen aan de Elfstedentocht had ik geen ploeg met verzorgers langs de route staan. Onderweg verloor ik door valpartijen en bij het hardlopen alle voeding uit mijn zakken. Van andere rijders kreeg ik soms wat te drinken of pakte van andere verzorgers een tasje aan. Zo ben ik erdoor gekomen. Ook merkte ik dat ik veel te veel kleding aan had. Hoewel het onderweg afzien was en de passages van de steden en dorpjes enorm stimulerend was om mee te maken, reed ik voor mijn gevoel een soort toertocht die als in een roes voorbij gevlogen is. Na al die jaren ben ik blij dat ik deze wedstrijd gereden heb, maar met mijn klassering ben ik niet tevreden. Twee jaar geleden ben ik Nederlands Kampioen Marathonschaatsen op kunstijs geworden en min of meer begonnen aan mijn twee sportleven. Samen met mijn broer Arnold haal ik hier veel voldoening uit. Het gevoel en de beloning in het schaatsen is voor mij heel belangrijk. Ik heb de bevestiging nodig dat het goed gaat. Arnold en ik kunnen prima samen schaatsen, maar met fietsen lukt dat niet omdat Arnold meer vermogen heeft, is dat voor mij in de training heel lastig te accepteren. Zonder dat hier overigens sprake is van jaloezie. Van oud marathonschaatser Roel Hessing krijg ik tegenwoordig regelmatig trainingsadvies. Op dit moment ben ik 47 jaar, mocht er binnen nu en een paar jaar een Elfstedentocht georganiseerd worden, dan wil ik graag van start in de wedstrijd. Op de manier hoe ik tegenwoordig train en leef moet ik staat zijn om de wedstrijd binnen de tijd uit te rijden."




Marco:

" Halverwege de jaren negentig nam ik deel aan de marathoncompetitie op de kunstijsbaan in Alkmaar. Dat ging zo goed dat ik op uitnodiging mee mocht doen aan de landelijke competitie bij de B-rijders. Ik had geluk dat er in die tijd een paar strenge winters waren. Bij de natuurijsklassiekers kon ik goed meekomen en klasseerde mij meestal bij de eerste twintig.

Op 2 januari 1997 hoorden we tijdens de klassieker in Maasland dat de Elfstedentocht door zou gaan. Veel schaatsers stapten af. Ik twijfelde daar geen moment aan, omdat in deze wedstrijden punten te verdienen waren voor het natuurijsklassement. Bovendien hield ik niet van uitstappen. In mijn schaatscarrière is dat één keer gebeurd en daar heb ik veel spijt van gehad.

's avonds ontving ik onverwacht een telefoontje dat ik mee mocht doen aan de Elfstedentocht, terwijl ik geeneens lid was van de Elfstedenvereniging. Met de Elfstedentocht had ik mij nooit bezig gehouden, maar deze kans wilde ik graag benutten. Achteraf gezien is die wedstrijd in Maasland bepalend geweest voor mijn deelname aan de Elfstedentocht.

Direct heb ik de telefoon gepakt en wat bevriende schaatsers gebeld, om te vragen hoe zij de voorbereiding op de Elfstedentocht gingen aanpakken. Samen met een vriend uit mijn dorp (Nibbixwoud) die aan de toertocht mee ging doen, ben ik naar Leeuwarden afgereisd.

Dat je honderd gulden voor de inschrijving moest betalen wist ik geeneens, ik had het zelfs niet op zak. Het was voorafgaand aan de wedstrijd een zenuwentoestand. Na nauwelijks een oog dichtgedaan te hebben, stond ik vol adrenaline in de startkooi. Omdat ik geen goede loper ben verloor ik in de eerste fase van de wedstrijd veel tijd. Eenmaal aangekomen bij de Zwette-haven stond een deel van het peloton al op de schaats.

Tot Sloten heb ik voluit geschaatst om aansluiting te krijgen, daarbij schaatste ik van groepje naar groepje. Onderweg stond mijn vrouw (Mieke) met een vriend mij om eten en drinken aan te reiken, dat verliep perfect.

Mieke had een portabel tv’tje bij zich en aan de hand van de passage van de kopgroep op de plaatsen waar zij stond, kon ze bepalen wanneer ik langs zou komen. In die tijd was er nog geen navigatie en op de kaart zochten ze de plekken buiten de drukte van de steden en dorpen om mij te bereiken.

Steeds als ik bij een groepje aanpikte, voelde ik dat het te langzaam ging en dat ik door moest. Ik was in topvorm op die dag en ik had nog genoeg over om de sprint te winnen van het groepje op de Bonkevaart.

Sportief gezien had ik niet optimaal gepresteerd in vergelijking met de klassiekers die ik op natuurijs eerder had gereden, maar een gevoel van grote tevredenheid overheerste, na afloop van de Elfstedentocht. Na de Elfstedentocht ben ik gehuldigd, dat was mooi om mee te maken.

Soms wordt er aan mij gevraagd of die Elfstedentocht zwaar is geweest. Of iets zwaar is, vind ik een relatief begrip. Er wordt opgekeken door sommige mensen naar mijn prestatie in de Elfstedentocht. Dat is leuk, maar ik heb ook bij andere schaatsklassiekers goed gepresteerd zoals bij het NK op natuurijs in Emmen, maar dat weet niemand meer. Naast mijn werk als ondernemer ben ik actief bij de vrijwillige brandweer, daar maak je soms ook heel wat mee. Die nuchterheid die je misschien wel nodig hebt als marathonschaatser, komt in ieder geval als brandweerman heel goed van pas"



Remco Boonstoppel

De Meern

Leeftijd in 1997: 24 jaar

Technisch laborant


Remco Boonstoppel groeit op in Maarssen. Als junior is hij succesvol in zowel in de wieler- als schaatssport. Na een aantal jaren bij de B-rijders aan de landelijke marathoncompetitie te hebben deelgenomen is Boonstoppel in het seizoen 1996-1997 gepromoveerd naar de A- divisie. Onder startnummer 1 gaat hij van start in de vijftiende Elfstedentocht. Na een uitstekende start stempelt hij als derde af in Sneek. In het Utrechts Nieuwsblad van maandag 6 januari 1997 laat hij aan verslaggever Pim van Esschoten weten de wedstrijd goed doorstaan te hebben:

Het is me meegevallen, zeker omdat ik pas twee weken hersteld ben van een rugblessure en pas twee keer op de schaats heb gestaan. Ik zat lekker voorin maar bij een val voor de achtste keer, reed ik in een scheur waar ik een kromme schaats aan overhield. Ik moest stoppen om het recht te buigen. Hoe, ik heb het in een scheur gezet en met wat klappen heb ik het recht gekregen.”[1]

Na het seizoen 1996-1997 is Boonstoppel enkele jaren niet actief in het marathonschaatsen maar geeft de voorkeur aan de wielersport. In 1998 wordt Boonstoppel derde op het Nationaal Kampioenschap baanwielrennen op het onderdeel stayeren. Ook neemt hij in datzelfde jaar deel aan het Europees Kampioenschap op dat onderdeel. In het seizoen 2000-2001 maakt Boonstoppel een rentree bij de B-rijders, maar beëindigt na dat jaar definitief zijn carrière als wedstrijdsporter.

Laatste berichten