De mannen en vrouwen van '97: Tjamme Hoeksma, Jakob Haaijer en Watze van der Wal


Tjamme Hoeksma

66

Luxwoude

Bouwvakker (gepensioneerd)

Getrouwd, drie dochters

Tjamme:

In mijn jeugd was er geen geld om lid te worden van een ijsclub te gaan. Later koos ik voor de motorsport, bij grasbaanraces en motorcrosswedstrijden zat ik vaak in de prijzen.

In 1985 heb ik mij voor de TV zitten te verbijten toen de Elfstedentocht werd verreden, ik had mij vooraf niet geraliseerd dat het zo mooi zou zijn. In 1986 kon ik op de startkaart van een kennis deelnemen aan de Elfstedentocht. Dat werd een lijdensweg, totaal ongetraind finishte ik even voor twaalf uur op de Bonkevaart.

Pas na die tocht ben ik serieus gaan trainen en later boekte ik bij de regiomarathons en later bij de landelijke mastercategorie aansprekende resultaten. Als potentieel lid was van de Elfstedenvereniging en niet ingeloot lid was ik niet startgerechtigd voor de Elfstedentocht van 1997.

Terwijl Gerrit van der Ham, de toenmalige wedstrijdleider van de Elfstedenvereniging deze regels (live in de uitzending) uitlegde aan Omrop Fryslân belde naar de omroep en kreeg Van der Ham (zelfs) aan de lijn, maar hij toonde zich onverbiddelijk.

Via jurylid Rein Zwart begreep ik dat er nog een kans was als ik mij bij hem meldde bij voor de inschrijving in het FEC. Uiteindelijk lukte het en mocht ik meedoen.

’s Ochtends vroeg reed ik met Jan Welles, streekgenoot en wedstrijdrijder, mee naar de start in Leeuwarden. Als een van de laatsten arriveerde ik bij de Zwette om mijn schaatsen onder te binden, daarna sloeg ik op het ijs links af terwijl we rechtdoor moesten.

He, ga ik wel goed realiseerde ik mij na een tijdje toen ik niets meer hoorde om mij heen. Snel reed ik weer terug. In IJlst viel ik waardoor de pakjes drinken in mijn achterzak barstten, mijn hele schaatspak was nat.

Na het Slotermeer kwam ik in een groep te schaatsen met Piet de Boer, Ard Alderts, Hylke Boerstra en Baukje Bron. Vlak voor Parrega stond mijn buurmeisje om mij een tasje met eten en drinken aan te reiken, helaas greep ik mis.

Mijn buurmeisje raakte in paniek, maar de mensen die daar langs de kant stonden zeiden dat wel mee te nemen naar Bartlehiem. Eenmaal daar stonden die mensen daar stomtoevallig naast mijn zuster. Ze raakten aan de praat en na een tijdje kon ik het tasje van mijn eigen zuster aanpakken.

Na Hindeloopen begon ik wat wazig te zien. In het donker had ik om beter te kunnen zien zonder skibril geschaatst, daardoor waren mijn ogen bevroren geraakt, toen ik dat merkte heb ik snel mijn bril weer opgezet. In Dokkum demarreerden Hylke Boerstra en Baukje Bron uit onze groep.

De Elfstedentocht is een geweldige ervaring geweest, waaraan ik nog geregeld aan terugdenk. Mijn sportieve successen in het schaatsen volgden eigenlijk pas later. Tussen 2003 en 2007 heb ik bij de Alternatieve Elfstedentochten op de Weissensee bij de masters diverse overwinningen kunnen behalen. “



Jakob Haaijer

44

Denemarken

Veehouder

Getrouwd, drie kinderen

Jakob:

"Op mijn tiende ben ik met schaatsen begonnen en rond mijn achttiende aan marathons gaan deelnemen. Het sportieve hoogtepunt is voor mij is het winterseizoen ´96-´97 geweest, toen heb ik een aantal lokale wedstrijden heb gewonnen en het absolute hoogtepunt vormt de Elfstedentocht van 1997 . Als voorbereiding nam ik deel het NK Ankeveen, dat een paar dagen voor de Elfstedentocht werd gehouden, daar eindigde ik als eerste B-rijder, en op basis daarvan mocht ik meedoen aan de Elfstedentocht.

De dag voor de Elfstedentocht ben ik naar mijn ploegmaat, Piet Hylkema gegaan, hij woonde in de buurt van Leeuwarden en daar kon ik de nacht voor de wedstrijd overnachten. 's Avonds hebben we met onze ploegleider de ravitaillering voor onderweg goed doorgenomen.

Als een van de eersten stond ik in de startkooi, na het startschot rende ik zo hard als ik kon naar het ijs. Wat ik me nog herinner is dat ik in het eerste uur van de wedstrijd vrijwel alleen heb gereden. Na Balk kreeg ik vleugels door het enthousiaste publiek, vanaf daar ben ik van groepje naar groepje geschaatst, tot ik Albert Bakker zag, mijn toenmalige trainer. Hij schaatste zelf ook mee. In het groepje van Bakker ben ik aangesloten en heb daarin heb ik tot Dokkum volgehouden. Vanaf daar kreeg ik te maken met een verkrampte scheenbeenspier, waardoor ik maar met 1 been kon afzetten. Ondertussen begon ik wel kostbare tijd te verliezen en schoof ik rap naar achteren in de wedstrijd. Op dat laatste gedeelte speelde ook door mijn hoofd of ik nog wel binnen de tijdslimiet zou blijven, want mijn snelheid lag er behoorlijk uit? Uiteindelijk kwam ik toch op tijd over de finish. Als aandenken daaraan hangt het kruisje in mijn huiskamer.

Na de Elfstedentocht heb ik een flinke poos niet meer kunnen schaatsen. Later bleek de Elfstedentocht ook zelfs mijn laatste wedstrijd geweest te zijn. In 1997 zijn mijn vrouw en ik geïmmigreerd naar Denemarken. Hier zijn we begonnen met een melkveebedrijf. We startten met 45 koeien en 70 hectare, geleidelijk hebben we dat uitgebreid naar een grote boerderij met 450 koeien en 250 hectare land.

Onze kinderen zijn hier geboren, die overigens allemaal aanleg hebben voor het schaatsen. Helaas is Denemarken geen schaatsland en we moeten het doen met een sporadische natuurijsperiode. Als we iets missen in Denemarken is het een kunstijsbaan, zodat ook onze kinderen (goed) kunnen leren schaatsen. Wat we absoluut niet missen is de drukte in Nederland, in Denemarken is het lekker rustig en is er volop ruimte om je heen.

Van de Elfstedenvereniging ben ik geen lid meer, maar zodra de temperatuur onder nul gaat begint het te kriebelen om te schaatsen. Na een paar dagen vorst ga ik dan met de familie schaatsen op een ondiep plasje in de buurt. Door de politie zijn we daar ook al wel eens vanaf gestuurd, omdat het ijsdikte onder de 14 cm niet betrouwbaar is volgens de Denen!"



Watze van de Wal

46

Hijum

Ondernemer: Akkerbouwer

Getrouwd, drie kinderen

Watze: "Als jongen van een jaar of zes ben ik lid geworden van schaatsvereniging de IJsleeuwen in Leeuwarden. Ik kom uit een schaatsfamilie. Mijn vader en mijn ‘pake’ waren ook Elfstedenrijders. Mijn huis ligt vlakbij de Finkummervaart. Op dit stuk van de Elfstedenroute schaats ik als er natuurijs ligt. Samen met mijn zwager Tjep de Vries (die ook in Hjium woont) schaatsen we dan als training naar Dokkum. Tjep en ik zijn onafscheidelijk op schaatsgebied, in de winter van 1996-1997 gingen we samen de wedstrijden af voorafgaand aan de Elfstedentocht, zoals de Holland-Venetië tocht, waar ik bij de eerste dertig eindigde.

Wij namen alleen deel aan de regionale marathoncompetitie. Het reglement van de Elfstedenverenging voorziet er in dat leden die aansprekende resultaten boeken op voorspraak van de wedstrijdleiding mogen starten in de wedstrijd. Tjep en ik zijn op wedstrijdleider Rein Zwart afgestapt en op basis van onze behaalde wedstrijdresultaten werden we toegelaten.

Alleen al het inschrijven in het FEC was een belevenis in die mensenmassa. De volgende morgen keek ik mijn ogen uit in de startkooi. Ook de geuren die er hingen kan ik mij nog herinneren, van die zalfjes en smeersels tegen de kou, dat rook heel apart. De meeste schaatsers keken strak gespannen voor zich uit. De startkooi werd door felle televisielampen verlicht en Journalisten probeerden nog een laatste woord uit de favorieten te ontfutselen. En daar stond ik dan tussen die profs.

Ik kon hardlopen had een prima start. Met de harde wind in de rug ging het loeihard. Tjep en ik zouden zoveel mogelijk samen schaatsen, maar als er een achter zou blijven, dan zou de ander doorschaatsen, zo hadden we het afgesproken. Op de Luts en het Slotermeer was het echt gevaarlijk door de ‘kwalsters’. Soms denk ik daar nog wel eens over na, dat daar geen ernstige ongelukken gebeurd zijn is een wonder.

In Sloten en bij Parrega stond familie langs de kant om drinken aan te geven. Ongelooflijk wat een gejuich van mensen klonk daar vanaf de kant, als ik daar aan terugdenk, krijg ik nog kippenvel.

Na Franeker volgde een zwaar stuk, Juist als je bekend bent met de route, weet je ook hoever het nog is. Eenmaal bij Dokkum kon ik mijn stempelkaart niet vinden, die was ergens ondergeschoven in mijn schaatspak. In een keer deed ik mijn shirt omhoog voor het stempelhokje en vroeg of de stempelaar de kaart konden zoeken. Dat lukte en daarna ben ik voluit naar Leeuwarden geschaatst.

Het gaf een heerlijk gevoel om op het laatste stuk nog een paar A rijders kan inhalen. Tjep was met de finish in zicht iets vooruit geschaatst en hij stond bij de eindstreep op mij te wachten. Op zo’n dag verleg je je grenzen. Ik wist vooraf niet dat ik dit zou kunnen.

Uit Hijum zijn er drie schaatsers die de wedstrijd hebben uitgereden, een verklaring heb ik er niet voor. Met Willem Poelstra schaatsen we tijdens de training wel eens een eindje op. Hij was op weg om een echte prof te worden, dat was een groot verschil met ons als regiorijders.

Na de Elfstedentocht werd er ook op ons gelet tijdens wedstrijden. Zij zijn geklasseerd in de Elfstedentocht werd er om ons heen gefluisterd. Bij een demarrage kreeg je het hele peloton achter je aan. “

Laatste berichten