De mannen en vrouwen van '97 Vandaag 100 t/m 102: Jan Warta, Marcel Huismans en Bruno Plantinga


Jan Warta

Geboortejaar: 1955

Leeftijd in 1997: 42 jaar


Warta maakte in het seizoen 1996-1997 deel uit van het landelijke marathonschaatspeloton bij de masters en weet zich als begin veertiger prima te handhaven in de loodzware Elfstedentocht van 1997. Warta schaatste na de Elfstedentocht van 1997 jarenlang voor de VIKS-formatie van de Driemondse parkethandelaar Ronald de Beer en maakte tot 2003 deel uit van de landelijke marathon-competitie. In het dagelijks leven was Warta werkzaam bij de politie in de regio Amsterdam en na zijn pensionering, begin 2016, is hij geëmigreerd naar Spanje.



Marcel Huismans

Geboortejaar: 1971

Leeftijd in 1997: 26 jaar

Assendelft

45 jaar

Getrouwd, twee kinderen

Financieel planner /belastingconsulent

Marcel:

“In de winter van 1986 werd ik bij toeval ontdekt op de natuurijsbaan in Krommenie door Jan Pos, hij was trainer bij STG Zaanstreek en vroeg mij of ik niet een keertje wilde meetrainen. Dat heb ik gedaan en al snel bleek dat ik aanleg heb om goed te schaatsen. Als langebaanschaatser heb ik twee keer meegedaan aan het NK langebaan voor junioren. Omdat mijn ontwikkeling op de sprint achterbleef, lonkte de lange afstand.

Via de regiowedstrijden kwalificeerde ik mij in het seizoen 1993-1994 voor de landelijke marathoncompetitie. De langste afstand die ik voor de Elfstedentocht heb afgelegd was 100 km bij het NK natuurijs, in december 1996, in Ankeveen. Dat was enkele dagen voor de Elfstedentocht.

Samen met enkele clubgenoten van STG ben ik na de aankondiging van de Elfstedentocht naar Leeuwarden gereden, in het NUON gebouw was daar voor ons het verblijf door een clubgenoot geregeld.

Voor mij was de Elfstedentocht een groot avontuur. Nog nooit eerder had ik een tweehonderd kilometer wedstrijd gereden. En van de Elfstedentocht wist ik weinig. Wel had ik snel door dat je voorin in de wedstrijd moest zitten om profijt te hebben van de betere schaatsers met oog op de harde tegenwind.

In Harlingen stond mijn vader langs de kant. Van hem heb ik daar een tasje met drinken erin aangepakt.

De enige die ik kende in het ploegje waarin ik schaatste, was Jan Warta. Onderweg heb ik veel kopwerk gedaan. Samen met Piet Hettinga kwam ik zelfs even ‘los’ van het groep je te zitten. ‘Rijden, rijden’, riep Piet, dit maak je nooit meer mee’.

Even later bleek de harde tegenwind te veel van mijn krachten te vergen en liet ik ik mij weer afzakken. Op de laatste vijftig kilometer heb ik echt af moeten zien. Binnen of buiten de tijd, ik rijd de tocht uit was mijn motto.

In Dokkum hoorden we mensen langs de kant roepen dat we binnen de limiet schaatsten. Bij het groepje blijven, kost wat het kost, flitste door mijn hoofd. Eenmaal over de finish had ik zoveel van mijn krachten gevergd, dat ik geholpen moest worden om de laatste stempel te halen.

Daarna heb ik in het NUON gebouw gewacht op mijn schaatsmaat Gerrit van Harlingen en samen zijn we terug naar Noord-Holland gereden. Mijn baas was zo trots op mij dat hij een paginagrote advertentie liet plaatsen in het Noord-Hollands Dagblad. Daar kwamen veel leuke reacties op.

Na 1997 ben ik nog een keer twaalfde geworden in de Alternatieve Elfstedentocht in Finland. Op de Weissensee heb ik de 200 km afgelegd in 5 uur en 40 min. Op die prestatie ben ik misschien wel het meest trots. In 2003 ben ik gestopt met marathonschaatsen.

Aan het schaatsen ben ik nog steeds verbonden, bij S.T.G Zaanstreek ben ik conditietrainer en op recreatief niveau schaats ik nog graag mijn rondjes."



Bruno Plantinga

Geboortejaar: 1947

Leeftijd in 1997: 50 jaar

Avenhorn

Getrouwd, 2 dochters

Vrachtwagenchauffeur (gepensioneerd)


"Van jongs af aan heeft de Elfstedentocht een rol gepeeld in mijn leven. Mijn vader heeft zelfs nog Elfstedentochten gereden voor de oorlog. Samen met mijn moeder heeft hij zich na de oorlog in Noord-Holland gevestigd. Als jonge jongen werd ik op het ijs gezet en de passie voor schaatsen heeft mij nooit losgelaten. Tussen 1963 en 1970 heb ik fanatiek geschaatst op de Jaap Edenbaan. Daarna nam mijn werk mij te veel in beslag. Als internationaal vrachtwagenchauffeur doorkruiste ik in die tijd heel Europa. Met de komst van de kunstijsbaan in Alkmaar kreeg ook mijn schaatscarrière een nieuwe impuls.

Vanaf die tijd ben ik marathons gaan schaatsen en ben ik als chauffeur binnenland gaan werken. Daardoor kon ik meer trainen en dat betaalde zich uit in betere prestaties. In de winter van 1985 was ik in topvorm. In de klassieker op de Rottemeren schaatste ik mijn snelste tijd ooit op de 200 km. (5 uur en 32 min)

Een paar dagen later werd de Elfstedentocht gereden. Daar had ik een uitstekende start en bereikte als eerste Sneek. Dat werd niet opgemerkt omdat de cameraopstelling aan de andere kant stond bij de stempelpost. Een kluunplek in Kimswerd werd voor mij een bepalend moment in de wedstrijd omdat ik daar de aansluiting verloor met de kopgroep.

Onderweg werd ik goed verzorgd door mijn vaste verzorger Dirk de Haas. Met hem ben ik jarenlang opgetrokken in de sport. Na Franeker verloor ik de aansluiting met de tweede groep. Daarin werd nog strijd geleverd om bij de eerste twaalf prijswinnaars te komen. Uiteindelijk finishte ik als 19e. Maar in de einduitslag sta ik in sommige boeken als 21e of 27e. Ach, dat maakt op zich ook niet zoveel uit. Ik weet voor mijzelf wat ik gepresteerd heb en ik loop daar verder niet mee te koop. In 1986 deed ik ook voorin de wedstrijd mee tot ik bij de Galamadammen hard ten val kwam. Ik ben daar even mijn bewustzijn verloren en reed ik zelfs de verkeerde kant op.

In Stavoren ben ik uit de strijd gehaald. Dat voorval was een dieptepunt in mijn sportcarrière.

In december 1996 werd ik getroffen door pech. Een week voor de Elfstedentocht lag ik nog met een hersenschudding op bed. Tijdens een trainingsritje kwam ik hard ten val op mijn hoofd. Toch wilde ik perse starten in de Elfstedentocht van 1997.

Het werd een loodzware tocht door de forse tegenwind op grote delen van het Elfstedenparcours. De wedstrijd in 1997 heb ik nog heel scherp op het netvlies. De tocht van 1985 reed ik in een roes. In totaal heb ik in al die jaren meer dan 40 x een 200 km wedstrijd of toertocht gereden. Desondanks blijft het steeds weer een uitdaging om een wedstrijd over deze lengte te volbrengen. Sportief gezien blijf ik ook steeds nieuwe uitdagingen zoeken. Het afgelopen jaar heb ik op houten schaatsen en in gewone kleren de Alternatieve Elfstedentocht geschaatst op de Weissensee. Na 9,5 uur kwam ik over de finish. Niemand die mij herkende, het was een schitterende ervaring en ik heb onderweg wel even aan mijn vader gedacht, die ook, lang geleden, op deze wijze de Elfstedentocht volbracht."


Laatste berichten